Posts tonen met het label buitenlandse politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label buitenlandse politiek. Alle posts tonen

woensdag, april 13, 2011

Handen af van Libië!

In het artikel “A lesson from the professor and the station master” memoreert George Jonas een anekdote over de befaamde Hongaarse Oriëntalist Arminius Vambery die, zoals vele hoogwaardigheidsbekleders rond de vorige eeuwwisseling, de beschikking had over een privé-treinwagon. Daarmee reisde hij eens door Anatolië, op uitnodiging van de sultan van het zieltogende Ottomaanse rijk. In een klein dorpje aangekomen dook ineens de stationschef op, die hem meedeelde dat zijn wagon moest worden losgekoppeld. Alleen als hij een bescheiden bakshish doneerde, kon er wel een uitzondering gemaakt worden. De bejaarde, kreupele geleerde aarzelde geen moment en liet zijn kruk hard neerkomen op de uitgestoken hand van de inhalige functionaris, een beer van een vent. Onder een regen van slagen ging de stationschef, verontschuldigingen mompelend, er als een haas vandoor. Zijn metgezel informeerde of hij niet bang was een man te slaan die hem gemakkelijk in tweeën had kunnen breken. “Dit is de Oriënt, hem niet slaan vond ik nog veel beangstigender”, antwoordde Vambery.

Er is maar één manier om met traditionalistische islamieten om te gaan (nl. met de knoet in de hand), omdat zij slechts één soort intermenselijke relaties kennen: die tussen meester en slaaf. Allah is de meester, mensen zijn niets dan zijn slaven; mannen zijn de meesters, vrouwen en kinderen zijn niets dan hun slaven; moslims wanen zich de meesters, kuffar zijn niets dan hun slaven. Als men zich tegenover een mohammedaan niet als een meester gedraagt, zal men als een slaaf behandeld worden. Het is dan ook onzinnig om moslims te helpen. Hulp geven is voor hen geen bewijs van menslievendheid, maar juist een bewijs van zwakheid. Hulp ontvangen is geen bewijs van eigen falen, maar juist een bewijs van eigen superioriteit. Hulp van kuffar is slechts een alternatieve vorm van jizya, die moslims rechtens toekomt vanwege het blote feit dat ze de verachtelijke ongelovigen in leven gelaten hebben. Enige vorm van dankbaarheid is dan ook volstrekt overbodig. Niet alleen ondank, maar haat zal het loon van de hulpvaardige zijn.

Dit is onlangs weer eens ten overvloede bewezen in de Afghaanse stad Mazar-i-Sharif, waar een dol geworden massa, opgejut door wraakzuchtige imams, zeven medewerkers van de VN lynchte (waaronder vier –vermoedelijk boeddhistische- bewakers uit Nepal, die de suïcidale opdracht hadden gekregen niet op een woedende menigte te schieten, al werden ze nog zo bedreigd) uit verlate razernij over het 'koranproces' van dominee Terry Jones. [De koranverbranding van Ann Barnhardt is overigens veel amusanter: vooral de boekenleggers van bacon zijn een geniale vondst.]

In een eerder artikel heb ik ervoor gepleit om alle ontwikkelingshulp aan moslims te staken. De scheiding der wegen zal echter nog veel verder dienen te gaan. Ik heb een gruwelijke hekel aan radicale islamisten, maar op één punt ben ik het hartgrondig met hen eens: het Westen dient zich niet met de interne aangelegenheden van moslimlanden te bemoeien. We moeten de moslims in hun eigen vet gaar laten smoren. Als ze elkaar bij duizenden over de kling jagen, als ze massaal creperen door honger en ziekten, als ze bij natuurrampen fatalistisch op de puinhopen neerzitten, dan hebben ze Allah blijkbaar vertoornd -en wie zijn wij om de wijsheid van de almachtige in twijfel te trekken.

Moslims proberen te helpen is dwaasheid, moslimlanden democratisch proberen te maken is waanzin. Hoe de meeste moslims over democratie denken is treffend onder woorden gebracht door de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan. Hij vergeleek democratie met een trein, die je verlaat zodra je doel bereikt is. Islam en democratie gaan niet samen en zullen ook nooit samen kunnen gaan. In een democratie buigt de overheid voor de wil van het volk, terwijl een islamitische overheid alleen voor de wil van de maangod mag buigen.

Moslimlanden vormen een doorlopende waarschuwing tegen de gevaren van diversiteit en zouden in dat opzicht een les voor ons allen moeten zijn. In de islamitische wereld heerst óf chaos, als de verschillende volken, stammen en religieuze groeperingen elkaar op leven en dood bestrijden (zoals in Somalië), óf onderdrukking. Dictaturen zijn er in twee smaken: de seculiere (meestal militaire) dictatuur (zoals in Syrië) en de theocratische dictatuur (zoals in Iran). Een zogenaamd democratisch land als Indonesië (waar de islam nog enigszins ontkracht wordt door hindoeïstische invloeden) is het grootste deel van zijn postkoloniale geschiedenis een militaire dictatuur geweest en is nu hard op weg een shariastaat te worden (net als Turkije). Overal waar moslims vrij konden kiezen, stemden ze voor het theocratische dwangbuis. Er is maar één kwestie voor het Westen van belang: hebben we last van de politieke situatie in een moslimland of niet.

De eerlijkheid gebiedt te erkennen dat de seculiere dictaturen voor het Westen het meest gunstig uitpakken. Ze zorgen voor stabiliteit, houden de moslimextremisten onder de duim (zoals ook christelijke minderheden toegeven) en zijn vaak afhankelijk van westerse steun, dus beïnvloedbaar. De manier waarop Amerika een trouwe bondgenoot als Hosni Mubarak heeft laten vallen is dan ook beschamend. Linkse Gutmenschen klagen altijd dat het Westen alleen geïnteresseerd is in de olievoorraden van het Midden-Oosten en zich daarom met brute onderdrukkers inlaat. Deze visie is niet geheel van realiteit ontbloot. Zonder olie storten de economieën van de westerse landen (helaas) in elkaar, dus het garanderen van een continue stroom olie is een legitiem belang.

De democratische revolutie betekent ook het failliet van islamhaters. Waar blijft een Wilders of een Le Pen, nu hele volkeren in landen met een grote meerderheid van moslims hun democratische rechten opeisen?” juichten de oliedomme Europarlementariërs (van de PvdA uiteraard) Bozkurt en Berman in de Volkskrant. Volstrekte onzin natuurlijk. Er zullen onder de demonstranten heus wel oprechte democraten gezeten hebben (vooral hoogopgeleide jongeren die actief zijn op het internet), maar zij vormen slechts een kleine minderheid en hun invloed valt volkomen in het niet bij de macht van goed georganiseerde fundamentalistische groeperingen als de Moslimbroederschap. Deze zullen eventuele ‘vrije’ verkiezingen dankzij de volgzaamheid van de grote massa religieuze zombies met gemak winnen –om vervolgens spoorslags een theocratische dictatuur in te voeren waarin de waarachtige democraten als eersten achter de tralies of onder de zoden zullen belanden.

Men zou verwachten dat Amerika zich niet nog een keer aan de democratische steen zou stoten, na de debacles in Irak en Afghanistan (waar men vele honderden miljarden en vele duizenden soldatenlevens heeft verspild in een vergeefse poging ‘democratie te brengen’ en ‘het land op te bouwen’), maar dan onderschat men de ezelachtigheid van Barack M. Obama. Aangespoord door de eveneens aan megalomanie lijdende Franse president Nicolas Sarkozy en in de luren gelegd door de Arabische Liga (die Gadaffi maar al te graag kwijt is, maar er niet over peinst zelf de kastanjes uit het vuur te halen) heeft Amerika wederom honderden miljoenen dollars verkwist om het peperdure bommen te laten regenen op het verouderde wapentuig van Gadaffi tijdens de zinloze NAVO-queeste om de opstandelingen in Oost-Libië te helpen. Aangezien men weigert grondtroepen in te zetten, is er een patstelling ontstaan die de lepe dictator ongetwijfeld in zijn eigen voordeel zal weten om te buigen.

Natuurlijk is Muammar al-Gadaffi een gevaarlijke gek en het is zeker niet onlogisch om hem eens flink mores te leren. Dat hadden de westerse landen echter veertig jaar geleden moeten doen, voor hij linkse en islamitische terroristen tegen hen ophitste en hun vliegtuigen in de lucht liet ontploffen. Gadaffi’s tegenstanders zijn absoluut geen vrijheidslievende idealisten, maar leden van concurrerende stammen die minder dicht bij de voedertrog staan dan ze wensen, voormalige handlangers die zelf de macht willen grijpen en islamistische intriganten. Behalve dat ze Gadaffi uit de weg willen ruimen, zijn ze het over weinig zaken eens en aan hun democratische gehalte kan met recht getwijfeld worden. De meeste andere exponenten van de ‘Arabische lente’ hebben ‘meer welvaart’ een stuk hoger in het vaandel staan dan ‘meer vrijheid’ en velen gokken wat het reiken naar rijkdom betreft liever op Europa.

Bemoeienis met de Noord-Afrikaanse ‘volksopstanden’ is dan ook alleen gerechtvaardigd als het erom gaat de aanzwellende golf asielprofiteurs tegen te houden. Tot op heden is dat nauwelijks gelukt. Van alle Noord-Afrikanen ondervinden de Tunesiërs de minste nadelen van de strijd om democratisering en juist zij zijn degenen die de gelegenheid hebben misbruikt door bij duizenden naar Lampedusa te ‘vluchten’ –eerder een teken dat ze niets te vrezen hebben (dictators zien niet graag dat hun horigen de benen nemen), dan het bewijs dat hun leven gevaar loopt (de enige reden om vluchtelingen toe te laten).

Het ingrijpen in Libië is het zoveelste hoofdstuk in de continuing story van mislukte interventies in moslimlanden. Het loslaten van de kwaadaardige zielenherder Ruhollah Khomeini op Iran heeft geleid tot een theocratische dictatuur met aan het hoofd een krankzinnige president die binnenkort de knoppen van een atoombom onder handbereik heeft. Het redden van de menselijke organen stelende moslims in Kosovo door het bombarderen van de Servische christenen heeft geleid tot een bruggenhoofd voor terroristen in Europa. Het bewapenen van Afghaanse mujahedin voor hun strijd tegen de Sovjetbezetting (aanvankelijk een clandestiene actie van de Texaanse afgevaardigde Charlie Wilson en een aantal ongeleide CIA-projectielen) heeft geleid tot het schrikbewind van de Taliban en 9/11. Het omverwerpen van het gewelddadige regime van Saddam Hussein heeft geleid tot het verdrijven van meer dan de helft van de christenen uit Irak en zal leiden tot een uitzichtloze burgeroorlog zodra de ‘geallieerden’ hun hielen gelicht hebben. Het geven van ontwikkelingshulp aan moslimlanden heeft als consequentie dat hordes mohammedanen die anders op jeugdige leeftijd waren overleden nu staan te dringen om de westerse samenlevingen te vergiftigen.

Elke bemoeienis met een moslimland leidt onvermijdelijk tot een catastrofe. Het Westen moet de relaties met de islamitische wereld dan ook drastisch herzien. Wil men geen Clash of Civilizations dan moet er een Divide between Civilizations komen. Om te beginnen moeten de geallieerden zich onverwijld terugtrekken uit Irak en Afghanistan (wat Nederland de onzalige missie in Kunduz bespaart). Contacten met de islamitische wereld dienen beperkt te worden tot de meest basale handelsrelaties (olie voor voedsel, medicijnen en andere eerste levensbehoeften). Westerse toeristen en hulpverleners die zo nodig naar een moslimland willen, doen dat in het vervolg maar op eigen risico. Worden ze ontvoerd of bedreigd, dan is dat niet het probleem van hun regering (een zo onbesuisde reddingsactie als de mislukte poging een ingenieur van Haskoning uit Libië te halen mag in de toekomst nooit meer plaatsvinden). Bedrijven die hun kassa willen laten rinkelen in deze landen doen dat in het vervolg maar zonder overheidsgaranties.

De belangrijkste stap in het vergroten van de afstand tot de islamitische beerput is echter het paal en perk stellen aan de migratie van moslims naar het Westen. De aanwezigheid van miljoenen erfvijanden op de Europese bodem heeft tot niets dan ellende geleid. Turkije mag dan ook onder geen enkel beding lid worden van de EU (nu al worden er op grote schaal visa uitgereikt aan moslims uit het Midden-Oosten en Centraal-Azië, die dan onbelemmerd Europa zullen kunnen binnenstromen). Het asielrecht, door moslims fanatiek verkracht, moet worden afgeschaft. De remigratie van moslims naar de landen van herkomst moet krachtig worden bevorderd.

Democratie en islam gaan niet samen. Moslims en niet-moslims gaan al evenmin samen. Hoe eerder we dit beseffen, des te groter is de kans dat we onze civilisatie misschien nog zullen kunnen redden.

donderdag, februari 03, 2011

Geen krokodillentranen voor Zahra Bahrami.

Het opleggen van de doodstraf voor het smokkelen van bescheiden hoeveelheden drugs is sadistisch. Het aan een verdachte onthouden van een adequate verdediging is middeleeuws. Het afdwingen van een bekentenis door marteling en het executeren van een gevangene terwijl het beroep tegen het doodvonnis en een tweede rechtszaak nog lopen is barbaars. Het terechtstellen van een veroordeelde zonder familie en advocaat daarvan op de hoogte te stellen is laaghartig. Iran heeft zich in de zaak van de 45-jarige Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami (alias Sahra Bahraami, alias Zahra Mehrabi), die op 29 januari werd opgehangen als drugshandelaarster en mohareb (vijand van God) opnieuw laten kennen als een schurkenstaat. Men kan zich afvragen of de Nederlandse regering doortastend heeft gereageerd op de Iraanse machinaties. De executie van deze ‘Nederlandse staatsburger’ roept bij mij echter ook heel andere vragen op.

Zahra Bahrami kwam in 1994 als (politiek?) vluchtelinge naar ons land en kreeg op enig moment (wanneer precies is onduidelijk) de Nederlandse nationaliteit. Ze was een gescheiden vrouw, die haar zoon meenam naar een land vol ‘ongelovigen’, haar twee dochters achterliet bij haar ex-man en bijkluste als buikdanseres. Haar levenswijze werd in Iran scherp afgekeurd. Bovendien stond ze naar eigen bewering op een dodenlijst omdat haar oudere broer een foto van de sjah (!) in bezit had gehad. Er is in haar geboorteland het afgelopen decennium weinig veranderd, dus de bezwaren tegen haar persoon bleven onverkort van kracht. Hoe is het mogelijk dat Zahra Bahrami onbekommerd op familiebezoek in Iran kon gaan? Daarop is maar één antwoord mogelijk: ze heeft bij haar asielaanvraag gelogen. [Het Ministerie van Buitenlandse zaken kon na haar arrestatie in december 2009 haar gegevens in eerste instantie niet vinden in de bestanden omdat “haar naam en geboortedatum anders waren”!] Ik heb ooit een bona fide vluchteling uit Iran gekend. Hij moest naar Turkije om zijn familie te treffen.

Dit is een opvallend vaak voorkomend verschijnsel in de asielindustrie. Duizenden ‘vervolgden’ die zogenaamd ternauwernood het vege lijf hebben kunnen redden door hals over kop naar Nederland te vluchten pendelen na het verkrijgen van een verblijfsvergunning veelvuldig heen en weer naar het land van herkomst zonder dat hen ooit een haar wordt gekrenkt. Dat zou toch te denken moeten geven.

Daarom: vluchtelingen voor oorlogsgeweld dienen direct te worden teruggestuurd als de oorlog is afgelopen en politieke vluchtelingen dienen direct heengezonden te worden als de politieke situatie is genormaliseerd -zo er überhaupt al asiel in Nederland moet worden verleend, want vluchtelingen dienen in principe in de regio van herkomst zelf te worden opgevangen. Alleen mensen die bij hun asielaanvraag de volle waarheid hebben verteld, al meer dan tien jaar onafgebroken in Nederland wonen, van onbesproken gedrag zijn, de Nederlandse normen en waarden in woord en daad uitdragen en in hun eigen onderhoud voorzien mogen wat mij betreft blijven. Het asielrecht is bedoeld om mensen die in levensgevaar verkeren (zoals de Europese Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog) te redden, niet om mensen die het slecht hebben een beter leven te bezorgen. Natuurlijk gaan profiteurs en bedriegers erop achteruit als ze geretourneerd worden naar hun geboorteland, maar dat dient voor Nederland geen punt van overweging te zijn.

In 2003 werd Zahra Bahrami betrapt toen ze 16 kilo cocaïne Nederland trachtte binnen te smokkelen. Ze ging hiervoor twee jaar de gevangenis in. In 2007 werd ze veroordeeld voor het vervalsen van een paspoort (bij haar arrestatie in Iran bleek ze een vals Spaans paspoort te bezitten). Zahra Bahrami was dus een ordinaire misdadigster. Hoe is het mogelijk dat een tweemaal veroordeelde crimineel de Nederlandse nationaliteit mocht behouden?

Daarom: asielzoekers die (in Nederland of daarbuiten) zijn veroordeeld voor een (niet-politiek) misdrijf mogen nooit en te nimmer een permanente verblijfsvergunning krijgen en al helemaal niet de Nederlandse nationaliteit –tenzij bewezen wordt dat de veroordeling onterecht was. Indien de misdaad in Nederland is begaan, moeten de betrokkenen bovendien direct uit de asielprocedure (en dus het land) gesmeten worden. Hebben ze de Nederlandse nationaliteit reeds veroverd, dan dient deze hen afgenomen te worden.

In 2006 vertrok Zahra Bahrami naar Londen om haar danscarrière nieuw leven in te blazen. Engeland kon haar door de absurde EU-regels over vrij verkeer van personen de toegang niet weigeren. Hoe is het mogelijk dat halve Nederlanders die zich permanent in het buitenland gevestigd hebben zich tot in de eeuwigheid kunnen blijven beroepen op de voordelen van het Nederlanderschap?

Daarom: halve Nederlanders die gedurende een periode van drie jaar meer dan de helft van hun tijd elders verblijven, dient de Nederlandse nationaliteit ontnomen te worden.

Zahra Bahrami is onacceptabel zwaar bestraft voor haar indiscreties, maar haar tragedie is toch echt een geval van ‘eigen schuld, dikke bult’. Iemand die Iran ‘verraadt’ door elders asiel te zoeken (daarmee de autoriteiten te kijk zettend als wrede dictators), die de nationaliteit van een ‘kafirland’ aanneemt zonder haar Iraanse paspoort op te geven en die vervolgens de gehate machtswellustelingen provoceert door deel te nemen aan een betoging van politieke tegenstanders, moet wel een complete imbeciel zijn. Zahra Bahrami heeft haar dwaasheid met de dood moeten bekopen. Laat dit een lesje zijn voor de 30.000 andere ‘politieke vluchtelingen’ uit Iran, in geval ze denken onder bescherming van Nederland hun gang te kunnen gaan in deze islamitische terreurstaat.

Door verontwaardigde sympathisanten, waarvan sommige zelfs “onze militaire elitetroepen” hadden willen sturen om Zahra Bahrani te bevrijden, wordt voetstoots aangenomen dat ze er ingeluisd is. Ze was in Londen echter lid van een monarchistische organisatie die het huidige Iraanse regime omver wil te werpen. Bovendien werd er bij haar thuis bijna een kilo cocaïne en opium aangetroffen (voor 30 gram kan je in Iran al de doodstraf krijgen). Misschien waren deze genotsmiddelen daar door politieagenten verborgen, maar met haar veroordeling wegens drugssmokkel in Nederland verschafte ze de autoriteiten wel een heel dikke knuppel om haar te slaan.

Er is veel kritiek geweest op het ‘slappe’ optreden van de Nederlandse regering in deze kwestie. Zo zou de men verzuimd hebben financiële steun te verlenen voor haar verdediging en te veel hebben verwacht van ‘stille diplomatie’. Nederland had echter geen enkele morele verplichting jegens Zahra Bahrami. Ze had de Nederlandse nationaliteit onder valse voorwendselen verkregen en door Nederland de rug toe te keren had ze er effectief afstand van gedaan. De Iraanse regering gaf alleen maar blijk van realiteitszin door haar Nederlanderschap niet te erkennen (dat die ik ook niet). Beschuldigden hebben volgens de regels trouwens pas recht op geld voor een inheemse verdediger als ze ter dood veroordeeld zijn en in beroep gaan. Niemand kon vermoeden dat de Iraanse autoriteiten het doodvonnis binnen een maand zouden voltrekken (een additioneel bewijs van hun onbetrouwbaarheid).

Zahra Bahrami is door sommige media ten onrechte als activiste of zelfs vrijheidsstrijdster bestempeld. Volgens haar familie was ze nauwelijks geïnteresseerd in politiek en als ze werkelijk begaan was met het lot van haar seksegenoten, had ze haar twee dochters nooit in Iran achtergelaten. Deze opportuniste, wier enige bijdrage aan de Nederlandse samenleving het uitplunderen van de belastingbetalers is geweest, is mij de 18.000 euro die de inzet van nieuwe Iraanse advocaten kostte in ieder geval niet waard. En zo dachten haar familie en ‘vrienden’ er blijkbaar ook over, anders waren ze zelf wel over de brug gekomen.

Nederland is in deze zaak door Iran echter wel schandelijk geschoffeerd en de regering moet haar verontwaardiging daarover duidelijk etaleren, bijvoorbeeld door de Nederlandse ambassadeur uit Teheran terug te roepen.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

maandag, januari 08, 2007

Geen hulp voor moslims meer.

Moslims helpen is water naar de zee dragen, boter aan de galg smeren, parels voor de zwijnen werpen ... en onze eigen onder-gang meefinancieren.

Ik ben geen christen. Ik keer de andere wang niet toe. Ik ben mijn broeders hoeder niet. En bovenal, ik heb mijn vijanden niet lief.

Moslims zijn mijn vijanden. Mochten ze het in Nederland ooit voor het zeggen krijgen dan zal mij als atheïst niet eens de mogelijkheid worden geboden als een vernederde dhimmi voort te leven, maar rest er slechts de keuze tussen bekering tot de islam of de kop eraf.

Moslims zijn in feite de vijanden van alle niet-moslims. Moslims willen alleen 'in vrede' met ongelovigen samenleven als ze hen eerst hebben gedegradeerd tot tweederangs burgers, of (met geweld) hebben bekeerd. Zolang moslims een minderheid vormen, houden ze zich doorgaans gedeisd (met uitzondering van de Franse pyromanen, de Scandinavische groepsverkrachters, de Britse opblaasstudenten, de Duitse samenzweerders, de Nederlandse rituele slagers en andere inspirerende figuren). Hun vredelievendheid is schijn: het ware gezicht van moslims wordt pas onthuld als ze (desnoods op democratische wijze) de overhand hebben gekregen. Tot dan is het voor de meesten taqiyya geblazen. Sommigen zijn echter zo arrogant ons ruim tevoren te waarschuwen. Ik neem die waarschuwingen serieus.

Het is misschien weinig Samaritaans, maar mijn vijanden help ik niet. Ik heb geen cent gedoneerd aan de grote inzamelingsactie voor de slachtoffers van de Kerst-tsunami. India en Thailand hadden laten weten geen buitenlandse hulp nodig te hebben, Sri Lanka werd al bedolven onder hulp en ik wilde niet dat mijn geld terecht zou komen bij de fel islamitische Atjeeërs.

Niet dat de slachtoffers in Atjeh minder 'zielig' waren, maar de verderfelijke invloed van de islam was zelfs in deze uitzonderlijke omstandigheden onmiskenbaar. Terwijl in Thailand en Sri Lanka de mensen hun getroffen landgenoten massaal te hulp schoten en zelfs getraumatiseerde overlevenden de handen uit de mouwen staken om de overledenen te begraven en de rommel op te ruimen, zaten de Atjeeërs oeverloos te zeuren en te klagen. Over het feit dat het Indonesische leger (waartegen ze tientallen jaren op leven en dood hadden gevochten) te weinig deed, of over het feit dat weeskinderen opgenomen werden door christenen (ze mochten eens van hun geloof vallen) bijvoorbeeld. Terwijl het gehate Amerika zich uitsloofde voor de getroffenen, stak het nabijgelegen en van ellende verschoond gebleven moslimbroederland Maleisië geen vinger uit. Onlangs is gebleken dat veel slachtoffers nog steeds geen permanent onderkomen hebben, maar dat de religieuze politie die zich onledig houdt met het zwepen van vrouwen zonder hoofddoek spectaculair is uitgedijd.

Ik heb ook geen duit gegeven voor de slachtoffers van de aardbeving in Pakistan (net als vele andere Nederlanders die nog wel hun portemonnee hadden getrokken bij de tsunami). Dat is maar goed ook, want de donorgelden zijn voor een groot deel ingepikt door radicaal islamitische organisaties die er mooi weer mee spelen bij de slachtoffers, uiteraard zonder te vermelden waar hun fondsen vandaan komen. Vele landen hebben de bedragen die ze hadden toegezegd voor de wederopbouw van het verwoeste gebied nog niet volledig betaald, maar alleen van de steenrijke Verenigde Arabische Emiraten (een van de weinige islamitische donoren) is nog geen rooie dinar ontvangen.

Islamitische landen hebben namelijk geen boodschap aan naastenliefde. Ze doen niet aan ontwikkelingshulp, ook al zwemmen ze in de olie. Als ze al met pecunia over de brug komen, is dat louter om te chanteren, om te kopen, of het geloof te verbreiden. [Saoedi-Arabië geeft jaarlijks tientallen miljoenen uit aan het bevorderen van de Wahhabitische opvatting van de islam, die streeft naar 7e-eeuwse puurheid.] Moslims houden overigens staande dat ook hun geloof de naastenliefde hoog in het vaandel heeft. Ze betalen namelijk zakat (een bescheiden belasting die bestemd is voor de ondersteuning van de armen) en ze delen het vlees uit dat is overgebleven van het offerfeest. Beide vormen van islamitisch mededogen zetten weinig zoden aan de dijk. Dergelijke hulp is bovendien uitsluitend bestemd voor moslims uit de naaste omgeving.

Moslims zijn allesbehalve dankbaar voor de hulp die zij ontvangen van ongelovigen. Zij achten zich moreel superieur aan hen, maar tegelijkertijd erkennen zij dat een gever moreel superieur is aan een ontvanger. Dit is een dilemma dat wordt opgelost door: (1) hulp van ongelovigen te beschouwen als een tribuut (jizya) dat hen rechtens toekomt, (2) te pretenderen dat de hulp van hun moslimbroeders afkomstig is, of (3) de hulp te beschouwen als een vorm van financieel imperialisme. De ondankbare moslimhonden bijten niet alleen de hand die hen voedt, ze proberen hem eraf te scheuren.

Het fraaiste voorbeeld van islamitische ondankbaarheid vormen de Palestijnen. Die worden sinds mensenheugenis door het Westen ten kostte van honderden miljoenen per jaar in leven gehouden. Minstens de helft van de Palestijnen is werkloos en de rest is merendeels in dienst van de regering, die met westers geld wordt gestut. Ze kunnen zich niettemin allemaal een stuk of tien kinderen permitteren. De gulle gevers die dit mogelijk maken worden er geen jota minder om gehaat. De terroristische organisatie Hamas heeft zijn aanhang voor een groot deel verworven door armoedzaaiers in de watten te leggen, gesubsidieerd door onruststokende Arabische buurlanden. De Hamas-regering wordt sinds zijn aantreden 'geboycot' door het Westen, maar er is nog geen enkele hongerende Palestijn in de straten van Gaza gesignaleerd, de milities dragen er geen mitrailleur minder om en het regent nog steeds dure raketten op Israël. Tot zover de 'humanitaire ramp' die zich daar volgens Palestijnenminnaars aan het voltrekken is. De les is duidelijk: als het Westen zijn geld in de zak houdt, springen de rijke Arabische landen met tegenzin bij -voor zover het in hun eigen kraam te pas komt uiteraard.

Ontwikkelingshulp is voor 90% volkomen nutteloos. De talloze 'witte olifanten', vetgemeste inheemse dictators en projecten die ineenstorten zodra de helper zijn hielen heeft gelicht getuigen hiervan. Deze hulp dient alleen maar om de ontwikkelingsmaffia aan lucratieve baantjes te helpen en het westerse schuldgevoel af te kopen. Dat schuldgevoel is volkomen misplaatst. Geen enkele andere vroegere overheerser heeft er last van. De Mongolen gaan niet gebukt onder de herinnering aan de verovering en plundering van een groot deel van Azië. De Azteken vragen geen vergiffenis aan de nazaten van de krijgsgevangenen die ze bij tienduizenden aan de goden hebben geofferd. De West-Afrikanen worden niet gekweld door wroeging over de betrokkenheid van hun voorouders bij de slavenhandel. Moslims voelen zich nooit ergens schuldig over en zijn zelfs trots op de slachtpartijen die ze hebben aangericht in christelijke bolwerken als Jeruzalem en Contantinopel.

Het fiasco van de ontwikkelingshulp is echter niet totaal: miljoenen mensen die zonder het voedsel en de medische bijstand van het Westen gecrepeerd zouden zijn blijven in leven en planten zich voort. Dat is geen onverdeelde zegen: de bevolkingsgroei is in vele ontwikkelingslanden zo groot dat de economische groei deze zelfs in de gunstigste omstandigheden niet bij kan houden en de armoede alleen maar toeneemt. [Ik stel kwaliteit boven kwantiteit en ben van mening dat dergelijke hulp alleen gegeven moet worden als deze vergezeld gaat van geboortebeperkende maatregelen.]

Ook de moslimbevolking groeit mede dankzij onze inspanningen exponentieel en dat is een kwalijke zaak. Wij geven miljarden uit om mensen die ons haten, die ons willen onderwerpen en die onze menslievendheid voor zwakheid aanzien in aantal te laten toenemen. Een groot deel van de overtollige moslims wil zich bovendien in Europa vestigen en wij doen niets om dit te verhinderen. Iedereen die een beetje logisch nadenkt, ontkomt niet aan de conclusie dat dit een suïcidale koers is. Er moet dan ook zo spoedig mogelijk een einde komen aan deze onzinnige politiek.

Laat de moslims maar in hun eigen sop gaarkoken. Laat de 'humanitaire ramp' zich maar voltrekken. Laat de moslims elkaar maar afmaken (in Irak, in Afghanistan -deze landen zijn nog niet het leven van één Nederlandse soldaat waard). Laat de moslims hun hand maar ophouden bij hun van geld bulkende geloofsgenoten. Ik denk dat de solidariteit binnen de ummah hen vies zal tegenvallen. Als wij zonodig naastenliefde willen bedrijven, dan moeten wij ons voor de verandering maar eens beperken tot onze eigen 'geloofsgenoten' (waartoe ik alle niet-moslims reken).

Bij christenen zal dit voorstel niet in vruchtbare aarde vallen. Zij volharden in pathetische pogingen hun vijanden met liefde tot inkeer te brengen. De katholieke kerk loopt hierbij voorop. Hoewel geen enkele instantie de abominale toestand van christelijke minderheden in islamitische landen zo goed kent als de katholieke kerk, bekruipt mij soms de vrees dat de kerkelijke leiding het minder erg zou vinden om als dhimmi in een islamitische samenleving te vegeteren, dan om ook maar één moslim een haar te krenken. Vandaar de onophoudelijke oproepen tot dialoog en verdraagzaamheid (die, zoals men dondersgoed weet, uitsluitend van één kant zal komen). Ik verlang soms bijna naar de kruisvaardersmentaliteit van weleer.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

donderdag, december 07, 2006

De Antillen mogen het zelf uitzoeken.

De vermoedelijke dader van de wrede en laffe moord op de kleine Jesse Dingemans is bekend: Julien C., een 22-jarige Antilliaan. Een gewelddadige crimineel en een sociopaat. Julien C. is de verachtelijkste van de criminele Antillianen die onze straten onveilig maken, maar er zijn er duizenden. De meesten van hen zijn niet in Nederland geboren of getogen, maar komen hierheen als de grond hen in de Antillen te heet onder de voeten wordt. Pogingen om de immigratie van dergelijk gespuis tegen te gaan, of om veroordeelde criminelen terug te sturen lijden keer op keer schipbreuk, want deze lieden zijn Nederlandse staatsburgers. Ze mogen gaan en staan waar ze willen. De Antillen zelf zijn maar wat blij van deze 'probleemjongeren' verlost te worden en putten zich dan ook uit in beschuldigingen van discriminatie en racisme bij elke poging van Nederland zich tegen deze invasie te beschermen. Dit is maar een van de manieren waarop de Antillianen Nederland schofferen.

Het is een wijdverbreid misverstand dat Nederland zijn welvaart deels te danken heeft aan het uitwringen van zijn West-Indische kolonies. De Surinaamse plantage-economie is nog geen halve eeuw rendabel geweest en ook Curaçao stelde als centrum van slavenhandel nooit veel voor. Al bijna twee eeuwen moeten er jaarlijks bakken met geld bij.

Er is geen voormalige kolonie die het volkomen misplaatste schuldgevoel van Nederland over zijn 'imperialistische' verleden zo geraffineerd heeft uitgebuit als de Nederlandse Antillen. Indonesië heeft hard gevochten voor zijn vrijheid (en pikte daarbij Nieuw-Guinea mee als kleine compensatie) en Suriname leed aan voldoende zelfoverschatting om ook te opteren voor onafhankelijkheid (na de Nederlandse regering onder leiding van PvdA-premier Joop den Uyl een 'losgeld' van een miljard gulden afgeperst te hebben). Alleen de Antillen wilden per se deel blijven uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Een verstandige keus: hoe groot de bruidsschat ook zou worden, deze zou nooit opwegen tegen de tientallen miljoenen die Nederland jaarlijks in hun bodemloze put stort.

De Antillen stellen wel prijs op onafhankelijkheid bij het spenderen van overheidsmiddelen. Elke keer als de Nederlandse overheid een halfslachtige poging doet om te voorkomen dat ons geld over de balk gesmeten wordt (bijvoorbeeld voor het in stand houden van een grotendeels nutteloos ambtenarenapparaat dat de Antilliaanse machthebbers electoraal voordeel verschaft), dan zijn de beschuldigingen van neokolonialisme niet van de lucht. Daarbij ontzien de Antillianen zich niet Nederland openlijk te provoceren, bijvoorbeeld door het kiezen van een fraudeur tot regeringsleider. Het rijksdeel maakt zich bovendien verdienstelijk als doorvoerhaven voor drugs en als leverancier van ongehuwde bijstandsmoeders.

In plaats van zich van deze molensteen te ontdoen heeft de Nederlandse regering het echter bestaan de afgelopen maanden nieuwe akkoorden te sluiten met de Antilliaanse eilanden. De kleinere eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius krijgen een status die vergelijkbaar is met die van een Nederlandse gemeente. De bewoners mogen stemmen voor de Tweede Kamer en het Europees Parlement en de sociale voorzieningen (die ongetwijfeld grotendeels uit Nederlandse portemonnee betaald zullen worden) komen op het 'welvaartsniveau' van de Antillen te liggen. De grotere eilanden Curaçao en (het voor een aanzienlijk deel in maffiose handen zijnde) Sint Maarten genieten aparte voordelen. Nederland heeft beloofd 80% van de staatsschuld van 2,3 miljard euro (!!!) over te nemen, maar eist als tegenprestatie meer invloed op de financiën om verdere geldverspilling te voorkomen. Het verbijsterende is dat deze onderhandelingen, die de Nederlandse belastingbetaler vele miljarden kunnen gaan kosten, nauwelijks publiciteit hebben gekregen en ook in het geheel geen thema bij de verkiezingen vormden. Gelukkig heeft de Eilandraad van Curaçao de voorstellen verworpen. Men wil uiteraard graag van de staatsschuld af, maar men vindt de beoogde Nederlandse invloed op de rechtshandhaving en financiën 'te koloniaal'. Minister Atzo Nicolaï van Koninkrijksrelaties had Curaçao nog zo gewaarschuwd voor deze kortzichtige stap, want "ik durf niet te voorspellen of een nieuwe regering ook nog met zo'n aantrekkelijk aanbod komt".

Als dit geen vingerwijzing van boven is, dan weet ik het niet meer. Nederland heeft zich lang genoeg laten chanteren. Ik raad de nieuwe regering dringend aan dit belachelijk genereuze aanbod onmiddelijk in te trekken. Het is hoog tijd om ons van deze ondankbare last te ontdoen en de staatkundige relaties met de Antillen eenzijdig te verbreken. Om Surinaamse toestanden te voorkomen moet dit snel en radicaal gebeuren. Geen overgangsperiode waarin iedereen die zichzelf niet kan of wil onderhouden aan kan schuiven bij de Nederlandse vleespotten. Bovendien moet iedere Antilliaan die hier minder dan 10 jaar woont en die zich aan een misdrijf heeft schuldig gemaakt worden teruggestuurd. Als de Antillen hieraan geen medewerking willen verlenen, moeten ze van iedere financiële steun, nu en in de toekomst, worden verstoken. Dat zal ze leren de hand te bijten die hen voedt.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.