Posts tonen met het label seksualiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label seksualiteit. Alle posts tonen

dinsdag, juli 15, 2008

De kwalijke consequenties van polygamie.

Het polygamiedilemma.

Er worden meer jongens dan meisjes geboren, maar tegen de tijd dat er voortgeplant moet worden zijn de verhoudingen aardig in evenwicht. Monogamie lijkt dan ook de meest voor de hand liggende optie. Anderzijds zijn mannen, zoals ze gaarne beweren, van nature polygaam (een claim die ‘wetenschappelijk’ is bewezen door sociobiologen). We hebben hier dus te maken met een existentieel dilemma. Daar zijn wel oplossingen voor, maar die brengen hoge sociale kosten met zich mee, vooral voor vrouwen. [Polygamie is een paraplubegrip: de juiste antropologische term is polygynie in geval van een man met meerdere echtgenotes en polyandrie in geval van een vrouw met meerdere echtgenoten. Aangezien polyandrie echter nauwelijks voorkomt, is polygamie in de praktijk synoniem met polygynie.]

In het dierenrijk is de oplossing simpel. Bij polygame diersoorten worden ‘overtollige’ jonge mannetjes naar de periferie van de groep verdreven, of zelfs uit de groep gestoten, waardoor er onevenredig veel sneven. Van de overlevende mannetjes sterft een hoog percentage (degenen die er niet in slagen om een harem te verzamelen of te veroveren) zonder nakomelingen. In menselijke samenlevingen is het dierlijke model nauwelijks toepasbaar, daarvoor is de (arbeids)kracht van jonge mannen te waardevol.

Een opvallende uitzondering vormen enkele obscure, hyperpolygame Amerikaanse sekten, zoals de Fundamentalist Church of Jesus Christ of Latter Day Saints (recentelijk in het nieuws vanwege het seksuele misbruik van jonge meisjes). Een man moet daar minstens drie echtgenotes hebben om in de hemel te kunnen komen en de leiders hebben er vaak tientallen. Door deze sekte zijn in de loop der jaren honderden jongens (sommigen pas 13 jaar oud en allen verstoken van enige opleiding) letterlijk buiten het hek gezet vanwege triviale vergrijpen. De groep kan zich dat permitteren omdat men parasiteert op de sociale voorzieningen van de samenleving die men veracht en afwijst. [Precies hetzelfde gebeurt in toenemende mate bij Europese moslims. ‘Partnerloze’ moslimvrouwen die kinderen voortbrengen (vrijwel altijd stiekeme polygamistes) moeten dan ook uitgesloten worden van bijstand.]

Onontbeerlijk als ze zijn, jonge mannen vormen door hun obsessie met seks, hun overmaat aan agressie en hun rebelse neigingen voor alle samenlevingen een probleem. Niets ‘temt’ ze zo effectief als de verantwoordelijkheid voor een vrouw en een paar koters, dat weet iedere voetbaltrainer. In monogame agrarische en vroeg-industriële samenlevingen, waar hun arbeidsinzet cruciaal is, worden ze dan ook zo jong mogelijk het huwelijk ingedreven. In polygame samenlevingen is dat nu net niet de bedoeling, daar moet men dus andere maatregelen nemen om jonge mannen in het gareel te houden.

Een handige oplossing voor het polygamiedilemma is oorlog. In oorlogen sneuvelen veel (vooral jonge) mannen, zodat er ruimte komt op de huwelijksmarkt. Zegevierende strijders kunnen bovendien de vrouwen van verslagen tegenstanders roven en onderwerpen. Het is geen toeval dat de polygame islam het verkrachten van slavinnen expliciet toestaat en het monogame christendom niet (omdat in het christendom seks alleen binnen het huwelijk is toegestaan, is dit zelfs impliciet verboden). Slechts weinig samenlevingen zijn echter ingericht op permanente oorlogvoering en verlies is een reële mogelijkheid –waarna men van de eigen vrouwen beroofd wordt.

Een andere optie is differentiatie in de huwelijksleeftijd. Als men in een samenleving met weinig of geen contraceptie en dus een ‘natuurlijke’ bevolkingspiramide vrouwen laat trouwen als ze rond de 15 zijn en mannen als ze rond de 30 zijn, betekent dit dat er meer huwbare vrouwen dan huwbare mannen beschikbaar zijn, al is het verschil niet groot genoeg om iedere man van meer dan één echtgenote te voorzien. Deze oplossing schept echter weer een ander probleem: tijdens de meest seksueel actieve periode in hun leven is voor mannen de meest voor de hand liggende seksuele uitlaatklep (omgang met hun eigen echtgenote) geblokkeerd. Jonge mannen moeten er in deze situatie van weerhouden kunnen worden een vrouw te nemen, want van een vrije partnerkeuze kan er in polygame samenlevingen uiteraard geen sprake zijn.

Dat is bijvoorbeeld mogelijk door het verplicht stellen van een bruidsprijs, betaald in prestigegoederen (zoals vee) die in handen zijn van de oudere garde. Jonge mannen kunnen dan alleen met medewerking van oudere mannelijke familieleden huwen. Die hebben altijd de optie de goederen te gebruiken om een extra vrouw te ‘kopen’ voor zichzelf, in plaats van een eerste echtgenote voor een zoon of kleinzoon. Ze kunnen echter niet eindeloos weigeren, omdat de jongeren dan weglopen en hun diensten aanbieden aan een patroon die wél bereid is de bruidsprijs te verschaffen. De introductie van de geldeconomie heeft dit systeem (typerend voor veel Afrikaanse culturen) ondermijnd, waardoor het aantal polygame huwelijken daar dramatisch is afgenomen.

In krijgshaftige culturen komt dit vaak voor in combinatie met een leeftijdsklassensysteem. Na de initiatie worden mannen opgenomen in leeftijdsklassen, die een vastgestelde taak hebben. De jongste groepen worden als krijgers ‘opgeborgen’ in kazernes of mannenhuizen. Ze mogen niet trouwen, maar hebben wel veel prestige. In traditioneel levende, ‘heidense’ Afrikaanse samenlevingen met dit systeem hecht men weinig waarde aan seksuele exclusiviteit. Sociaal vaderschap is belangrijker dan biologisch vaderschap, want een man ontleent zijn prestige aan de zeggenschap over een grote verwantengroep, niet aan het waarborgen van de eerbaarheid van zijn vrouwen en dochters. Jonge mannen hebben dan ook niet alleen de mogelijkheid tot seksuele omgang met ongehuwde meisjes (een eventuele zwangerschap is een welkom bewijs van vruchtbaarheid), maar ook met gehuwde vrouwen (mits de echtgenoot niet openlijk wordt geschoffeerd). Homoseksuele verhoudingen komen eveneens voor, waarbij jongere krijgers als ‘plaatsvervangende echtgenotes’ fungeren voor hun oudere collega’s. Ze zijn echter geenszins verplicht zich hiervoor te lenen.

De nadelen van polygamie.

Polygamie brengt tal van onvoorziene en (en vaak ongewenste) bijverschijnselen met zich mee. Vrouwenverachting is niet voorbehouden aan polygame culturen, maar wordt er wel door bevorderd. De menselijke (vooral de mannelijke) geest is simplistisch: als een man vier vrouwen mag hebben is hij ‘dus’ viermaal zoveel waard als een vrouw. [De koran flatteert deze verhouding nog enigszins door officieel vast te leggen dan een man tweemaal zoveel waard is als een vrouw.] Mede hierdoor komt homoseksueel gedrag in polygame samenlevingen aanzienlijk meer voor dan in monogame (wat niet automatisch betekent dat een groter deel van de bevolking homoseksueel is).

In polygame samenlevingen bestaat per definitie een relatief vrouwentekort: mannen willen altijd meer vrouwen huwen dan er beschikbaar zijn. In de meeste culturen wordt een man pas voor vol aangezien als hij een vrouw en kinderen heeft, een levensopgave die in monogame maatschappijen aanmerkelijk makkelijker te vervullen is dan in polygame (‘op ieder potje past wel een dekseltje’). Het kost naar polygamie snakkende mannen grote moeite een partner te vinden en mannen met maar één vrouw (die ook daar de meerderheid vormen) blijven schlemielen, aangezien het ideaal er meerdere voorschrijft. Een aanzienlijke minderheid slaagt er niet in een huwelijkspartner (en daarmee een respectabele plaats in de gemeenschap) te veroveren en dat is een bron van ongekende frustratie. De concurrentie om vrouwen, met alle negatieve gevolgen van dien, is dan ook fel.

Polyandrie is niet het spiegelbeeld van polygynie. Deze uiterst zeldzame huwelijksvorm kwam vrijwel uitsluitend voor bij volken die in zeer zware omstandigheden leefden en was de onvermijdelijke consequentie van wijdverbreide vrouwelijke infanticide (het doden van pasgeboren meisjes) -tegenwoordig streng verboden. Bij de Inuit, bijvoorbeeld, mocht een gast gebruik maken van de seksuele diensten van de vrouw des iglo’s en in Tibet trouwde menig meisje met een groep broers. In polygyne samenlevingen worden pasgeboren jongens niet massaal omgebracht. Ook daar bestaat doorgaans een jongensoverschot. Meestal niet door infanticide (dat vindt men toch te cru), maar door selectieve verwaarlozing. Meisjes zijn minder waard dan jongens, dus krijgen ze minder lang borstvoeding, minder en slechter eten, geen of onvoldoende medische zorg, moeten ze harder werken en zijn ze vaker slachtoffer van geweld. Het gevolg is dat (tegen de natuurlijke verhoudingen in) er meer meisjes dan jongens sterven.

In moderniserende maatschappijen is daar een verontrustend fenomeen bij gekomen: de selectieve abortus van vrouwelijke foetussen. In (het van oorsprong polygame, maar door de communistische revolutie gedwongen monogame) China is dit een onbedoeld effect van de eenkindpolitiek (in sommige plattelandsgebieden is de verhouding momenteel 125 jongens per 100 meisjes), dat door de overheid fel wordt bestreden. Islamitische autoriteiten kunnen over het algemeen heel wat meer begrip opbrengen voor de wens om veel zonen te hebben en staan selectieve abortus dikwijls (oogluikend) toe.

Veel polygyne maatschappijen hebben dus niet alleen een relatief vrouwentekort, maar in toenemende mate ook een absoluut vrouwentekort (er zijn aanzienlijk minder huwbare vrouwen dan huwbare mannen). De ontwrichtende gevolgen laten zich raden.

Een van de voornaamste redenen om veel echtgenotes/concubines te willen, is om veel nakomelingen te krijgen. Bijgevolg hebben vrouwen in polygame samenlevingen gemiddeld een groter aantal kinderen dan hun monogame tegenhangers -vaak teveel kinderen om op een verantwoorde wijze te kunnen grootbrengen. Overbevolking is de logische uitkomst van een dergelijke constellatie.

Mede door de medische hulp van het Westen (die dus dringend gestaakt moet worden) is het aantal boze jonge mannen (geen werk, geen partner, geen vooruitzichten) in polygame maatschappijen de afgelopen decennia explosief toegenomen. De wal zou uiteindelijk het schip vanzelf keren, ware het niet dat westerse regeringen zo stupide zijn een groot deel van dit overschot aan nuttelozen in hun eigen landen toe te laten, waar ze voor niets dan ellende zorgen. We mogen polygame samenlevingen nimmer toestaan hun problemen naar ons deel van de wereld te exporteren en moeten deze ongewenste immigratie met alle middelen (tot het meest brute geweld toe) tegengaan.

Polygamie en de islam.

Polygamie is nog veel problematischer in combinatie met het eer-en-schaamte-complex, zoals dat voorkomt in de landen rond de Middellandse Zee en in Voor- en Centraal-Azië. Deze combinatie is kenmerkend voor islamitische samenlevingen. Het bewaken van de eer en het prestige van de familie staat daar primair. Vrouwen hebben zelf geen eer, maar kunnen wel de eer van de groep aantasten door onacceptabel (seksueel) gedrag -en dat wordt breed gedefinieerd. In culturen met het eer-en-schaamtecomplex vindt men naast verachting ook een groot wantrouwen ten aanzien van vrouwen. Mannen voelen zich vaak ‘gedwongen’ tot daden die ieder normaal mens een gruwel zouden zijn, zoals het vermoorden van echtgenotes, zusters en dochters om de familie-eer te herstellen.

In islamitische samenlevingen heerst een maagdelijkheidcultus. Meisjes moeten per se als maagd het huwelijk in. Om de kans op overtreding van de strenge gedragscode zo klein mogelijk te maken worden moslimmeisjes vaak op extreem jonge leeftijd uitgehuwelijkt. In andere polygame samenlevingen wacht men tot ze hun eerste menstruatie achter de rug hebben, maar moslims zijn deze omineuze ommekeer liever voor: in sommige landen mogen meisjes (in navolging van Mohammeds vrouw Aisha) al op negenjarige leeftijd trouwen.

De demonen die ze zo verwoed bestrijden scheppen moslims meestal zelf. Het gemiddelde leeftijdsverschil tussen echtelieden is in islamitische samenlevingen aanmerkelijk groter dan in monogame en vaak zijn de partners bij de huwelijkssluiting onbekenden van elkaar. Een vrouw die gedwongen wordt om te huwen met een veel oudere man (die haar meestal nog slecht behandelt ook), is veel meer geneigd tot overspel dan een vrouw die uit liefde trouwt met de man van haar keuze.

Een onmisbaar hulpmiddel om jonge mannen in het gareel te houden is religieuze indoctrinatie/terreur, die zowel intern (om hen angst in te boezemen) als extern (om hen tegen ongelovigen op te hitsen) wordt ingezet. Alle fatsoenlijke vormen van heteroseksueel verkeer zijn voor hen taboe. Slechts het gebruik van prostituees en verkrachting resteren. Vrouwen zonder mannelijke beschermer zijn dan ook vogelvrij. Het verkrachten van de vrouwen van de ongelovigen is naast plezierig ook nog verdienstelijk, vandaar dat jonge moslims met zoveel gretigheid tegen hen ten strijde trekken.

Ook islamieten maken zich (alle ontkenningen ten spijt) veelvuldig schuldig aan homoseksuele uitspattingen. Door de koran wordt dergelijk gedrag echter verboden, waardoor het zeer negatief beoordeeld wordt en diepe gevoelens van schaamte oproept (vooral de passieve variant). Seksueel misbruik van jongeren door mannen die gezag over hen hebben (oudere broers en neven, werkgevers, koranleraren) is schering en inslag in islamitische samenlevingen. Hoewel men veel jonge mannen als ‘polymorf pervers’ kan betitelen, is voor het overgrote deel een (meestal ruwe) anale penetratie beslist geen plezierige ervaring. In tegendeel, deze wordt als zeer vernederend ervaren. De enige manier om deze vernedering enigszins in positieve richting om te buigen is er geld mee te verdienen (waarbij men ook nog wel eens de actieve rol op zich mag nemen). Niet voor niets is het gros van de jongensprostituees in Nederland van Marokkaanse herkomst. Dit verklaart ook de weerzin van veel moslims jegens westerse homoseksuelen: een volwassen man die zich vrijwillig laat penetreren is beyond contempt. Uiteraard staan dergelijke misbruikte jongens te popelen om wraak te nemen, door het verkrachten van westerse meisjes, eerloze moslima’s, of hun jongere broertjes bijvoorbeeld.

Als mannen van jongsaf aan zijn opgevoed met het idee dat vrouwen minderwaardig en onbetrouwbaar zijn (en bovendien dikwijls verplicht worden om te trouwen met een nauwe verwant) is het geen wonder dat de seksuele relatie met hun vrouw dikwijls allesbehalve bevredigend is –tenzij er een flinke portie sadisme aan te pas komt (zelfs de ‘normale’ huwelijkse omgang is vaak een verkapte vorm van verkrachting). In sommige gebieden, zoals West-Afrika, geven veel mannen de voorkeur aan penetratie van een ‘droge vagina’ en voelen vrouwen zich genoodzaakt om middelen te gebruiken die hun vagina uitdrogen (vochtigheid is een teken van ‘ongezonde’ seksuele belangstelling). Dat daarmee de seksuele omgang veel pijnlijker wordt en de kans op een HIV-besmetting aanzienlijk toeneemt, laat deze mannen volkomen koud.

Vooral in islamitische samenlevingen worden sadistische mannen op hun wenken bediend. Vrouwenbesnijdenis komt weliswaar niet alleen daar voor, maar de ergste vorm ervan (pharaonische besnijdenis) wel. Daarbij worden zowel de clitoris als de schaamlippen weggesneden (vaak met een glasscherf of een roestig scheermesje) en wordt de vagina dichtgenaaid, waarbij men slechts een opening ter grote van een luciferkop openlaat om het menstruatiebloed te laten wegvloeien. Men kan zich levendig indenken dat de huwelijksnacht traumatisch is, niet alleen voor de vrouwen die letterlijk opengescheurd worden, maar ook voor mannen die er niet in slagen hun dichtgenaaide echtgenote te penetreren (wat een grote schande is) en die daarom soms naar een mes grijpen om haar open te snijden. Vrouwen moeten in ieder geval opengesneden worden bij de bevalling omdat ze anders helemaal uitscheuren. Niet zelden worden ze daarna weer dichtgenaaid. Het is niet moeilijk voorstelbaar dat veel vrouwen maar weinig moederliefde op kunnen brengen voor de kinderen die hen zoveel ellende hebben bezorgd -en dat ze hun man haten als de pest.

Besnijdenis (met name clitoridectomie) heeft het uitdrukkelijke doel om vrouwen de mogelijkheid tot het beleven van seksueel genot te ontnemen (circumcisie is voor mannen ook geen lolletje, maar heeft een totaal andere doelstelling en veel minder zwaarwegende gevolgen). In een polygame samenleving heeft de gemiddelde vrouw minder seks dan in een monogame en het is natuurlijk niet de bedoeling dat ze een gemis voelt en alternatieven gaat zoeken. De verhalen over islamitische sensualiteit zijn dan ook louter sprookjes.

Typerend voor islamitische maatschappijen is de prevalentie van afwijkend (om niet te zeggen pervers) seksueel gedrag. Moslims zijn weliswaar niet allemaal ‘geiteneukers’, maar de islam is wel de enige religie waarin geestelijken de gelovigen precies vertellen hoe je een geit het beste kan neuken (je moet haar daarna niet gebruiken voor eigen consumptie, maar mag haar wel verkopen aan onwetenden). Al even exemplarisch is dat de ontdekking dat het juist de islamitische landen zijn waar het meeste gegoogled wordt naar (afwijkende vormen van) seks.

Conclusie.

Polygamie vormt een eindeloze bron van frustraties. De enigen die ervan profiteren zijn geslaagde (meest oudere) mannen –en die vormen in elke samenleving slechts een kleine minderheid. De islam is bij uitstek de belangenbehartiger van dit soort mannen en is dan ook niet toevallig de enige 'wereldreligie' die polygamie propageert.

Fenomenen als polygamie, het eer-en-schaamtecomplex, besnijdenis en ander geweld jegens vrouwen en een verstoorde sekseratio zijn niet beperkt tot islamitische samenlevingen, maar de meest kwalijke uitwassen ervan ziet men vooral daar. Nergens is de vrouwenhaat virulenter, is de seksuele frustratie groter, zijn de mensen fatalistischer en heeft de verelendung als gevolg van overbevolking meedogenlozer toegeslagen dan daar waar de islam heerst. Deze religie vergiftigt iedere maatschappij waarin hij weet door te dringen. In plaats van dergelijke disfunctionele cultuuraspecten te bestrijden (zoals het christendom tenminste nog probeert), neemt de islam ze over en voegt er de eigen verfoeilijke gebruiken (voorgeschreven in de koran) aan toe. Dit zijn misstanden die autochtone Nederlanders gelukkig (nog) niet tolereren. De islam is dan ook een kankergezwel dat onverwijld uit onze samenleving moet worden weggesneden.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

maandag, april 28, 2008

De paus en de pedo's.

Paus Benedictus XVI heeft tijdens zijn recente bezoek aan de VS (15 tot 21 april jl.) herhaalde malen zijn afschuw en schaamte uitgesproken over het pedofilieschandaal dat de rooms-katholieke kerk daar op zijn grondvesten heeft doen schudden. Tevens waste hij de Amerikaanse bisschoppen zo duchtig de oren over hun nalatigheid (niet alleen wat betreft het uit de roulatie halen van de daders, maar ook wat betreft het geven van het goede voorbeeld), dat ze er na afloop van de bijeenkomst volgens KRO-correspondent Stijn Fens als ‘geslagen honden’ bijstonden. De pedofiliecrisis heeft diepe wonden geslagen binnen de rooms-katholieke kerk van de VS: meer dan 4000 kinderen misbruikende priesters en diakens, meer dan 10.000 slachtoffers, meer dan 2 miljard dollar aan schadevergoedingen, waardoor zes bisdommen op de rand van het faillissement staan, en een (onherstelbare?) schade aan het vertrouwen in de kerkelijke hiërarchie.

Een team van het John Jay College voor Criminele Justitie heeft uitgebreid onderzoek naar deze kwestie gedaan. Daaruit kwamen o.a. de volgende zaken naar voren. De vierduizend kinderschenders representeren ca. 4% van de priesters die in de periode 1950 tot 2002 actief waren. Verreweg het meeste misbruik vond plaats van 1960 tot 1990 (vooral in de periode 1970-1980), recente gevallen zijn zeldzaam. Niet zelden was er alleen sprake van milde vormen van misbruik (suggestieve opmerkingen, seksuele voorstellen, of aanrakingen boven de kleren), maar in een derde van de gevallen ging het om platte (meestal orale of anale) seks. Ruim 80% van de belaagden waren van het mannelijk geslacht en adolescenten vormden de meerderheid (bij de helft ging het om 11 tot 14 jarigen). Verreweg de meeste handtastelijke priesters hebben zich slechts eenmalig of een beperkt aantal keren aan een kind vergrepen. Sommigen deden dat alleen in zeer stressvolle omstandigheden. De ‘seriële pedofielen’ vormden een minieme minderheid (149 geestelijken hadden meer dan 10 kinderen belaagd). Ze gingen zeer systematisch te werk en bereidden hun acties nauwgezet voor door het vertrouwen te winnen van gezinnen met kinderen en hun potentiële slachtoffers te ‘verleiden’ met cadeautjes, uitstapjes e.d. Ze legden een voorkeur aan de dag voor kinderen uit de lagere sociale milieus omdat deze meer behoefte hebben aan genegenheid en minder snel geloofd zullen worden). Ze hadden soms honderden slachtoffers op hun conto (berucht zijn de strooptochten van o.a. John Geoghan, Paul Shanley, Rudy Kos en Oliver O’Grady).

Een van de opvallendste aspecten van deze crisis is de haast waarmee door velen, zelfs door de paus, is betoogd dat het misbruik van kinderen niets met de prevalentie van homoseksualiteit onder Amerikaanse priesters te maken heeft, ondanks het feit dat de grote meerderheid van de slachtoffers jongens waren. Misschien zou men dit staande kunnen houden, als het hier overwegend ‘echte pedofielen’ had betroffen: mensen die zich aangetrokken voelen tot prepuberale kinderen, waarbij de sekse hen in de meeste gevallen niet veel uitmaakt (alleen zijn jongetjes voor geestelijken makkelijker te benaderen dan meisjes). In verreweg de meeste gevallen ging het echter om het misbruik van jongens in de tienerleeftijd (efebofilie, pederastie), waarbij de homoseksuele voorkeuren wel degelijk relevant zijn. Veel daders zijn dan ook het best te classificeren als instabiele, onvolwassen homoseksuelen.

Er is nog een tweede schandaal in de Amerikaanse kerk, waarover echter nauwelijks gerept wordt: de afgelopen decennia zijn honderden katholieke geestelijken overleden aan de gevolgen van AIDS. Het merkwaardige is dat, ook als de doodsoorzaak bekend is, de betrokkenen geen enkel verwijt wordt gemaakt, hoewel ze onmiskenbaar in drievoudig opzicht zwaar gezondigd hebben (volgens de katholieke leer zijn zowel seks buiten het huwelijk, als seks met iemand van het eigen geslacht, als sodomie taboe). Kritiek op homoseksuelen schijnt tegenwoordig echter voor velen een groter taboe te zijn dan kritiek op geestelijken die hun geloften schenden. Zelfs de slappe en leugenachtige aartsbisschop Rembert Weakland, die met geld van zijn bisdom een (volwassen) minnaar afkocht, werd in ‘progressieve kringen’ met fluwelen handschoenen aangepakt.

De prangende vraag is uiteraard hoe het zover heeft kunnen komen. De links-liberale dooddoener is dat alle ellende het gevolg is van het celibaat. Door onthouding zouden priesters zo gefrustreerd zijn geraakt dat ze zich uit nood vergrepen aan de enigen die zich niet konden verdedigen. Het afschaffen van het celibaat wordt overigens door velen gezien als het probate middel tegen tal van euvels in de katholieke kerk (priestertekort, het weglopen van gelovigen, etc.). Het celibataire priesterschap is een tamelijk uniek fenomeen. Bij alle andere godsdiensten mogen geestelijken trouwen (bij sommige moeten ze dat zelfs). Alleen monniken zijn, ook in de oosterse religies, altijd ongehuwd. Binnen de meest verwante traditie, die van de oosters orthodoxe kerken, dienen alleen de bisschoppen ongehuwd te blijven en mogen lagere geestelijken trouwen, mits ze dat voorafgaand aan hun wijding doen.

Waar het waanidee vandaan komt dat priesters die blijk geven van een voorliefde voor tienerjongens na afschaffing van het celibaat hun voorkeuren zullen verleggen naar volwassen vrouwen, is me een raadsel, aangezien volwassenen ook nu al binnen hun bereik liggen. Dat het huwelijk geestelijken niet tegen perverse neigingen beschermt, wordt overtuigend bewezen door het recente geval van de Overbergse dominee die kinderporno verzamelde en niet van kleine meisjes af kon blijven (en die, zoals gebruikelijk, een ergerlijk lage straf kreeg). Veel pedofielen zijn getrouwd en misbruiken de eigen (stief)kinderen.

Het celibaat heeft voor de katholieke kerk niet alleen praktische voordelen (een priester hoeft geen tijd aan vrouw en kinderen te besteden, zodat hij fulltime beschikbaar is voor zijn parochianen, en er zijn geen complicaties bij de veelvuldige overplaatsingen), maar het heeft ook een diepere theologische betekenis. Door af te zien van een huwelijk geeft de priester ook nageslacht en daarmee een vorm van onsterfelijkheid op: hij zet als het ware al zijn kaarten op het bestaan van een God en een hiernamaals –een andere vorm van onsterfelijkheid. Aangezien geen geestelijke zoveel pretenties heeft als de rooms-katholieke priester (die zich de poort naar de hemel waant), vind ik dat offer eigenlijk wel passend.

Het probleem is dan ook niet het celibaat. Het probleem is de corruptie die inherent is aan de aanwezigheid van een groot aantal (stiekeme) homoseksuele geestelijken binnen de Amerikaanse kerk en hun houding ten aanzien van seksualiteit. Deze wordt gekenmerkt door een hoge mate van hypocrisie: zo beweren homoseksuele priesters graag dat het celibaat alleen betekent dat je niet mag trouwen, niet dat je geen seks mag hebben. Dat is natuurlijk onzin: volgens de katholieke leer is seks buiten het huwelijk niet toegestaan, dus niet trouwen impliceert geen seks. Sommigen wijten de seksuele aberraties waaraan veel (Amerikaanse) priesters zich schuldig maken aan de negatieve attitude ten aanzien van homoseksualiteit in het algemeen –alsof homo’s in landen waar deze geneigdheid wel geaccepteerd wordt geen wangedrag vertonen. Ondanks de ‘homofobe’ aspecten van de katholieke leer maakt men wel degelijk onderscheid tussen priesters die er discreet een monogame relatie op nahouden en degenen die over de schreef gaan door misbruik van jongeren of promiscue gedrag. Als homoseksuele priesters met wantrouwen bejegend worden, hebben ze dat toch echt te wijten aan de zwarte schapen in hun midden.

Er zijn natuurlijk altijd al homoseksuele priesters geweest en sommigen zijn hoog gestegen in de kerkelijke hiërarchie, tot aan de ‘Stoel van Petrus’ toe. Tijdens de Renaissance had men vaak openlijk lak aan het burgermansfatsoen. Zo ging paus Julius III zich te buiten aan homoseksuele orgiën met straatjongens die hij tot kardinaal had verheven (en dat is toch nog wel een graadje erger dan de pausen die hun onwettige zonen tot kardinaal bombardeerden). Hoewel de opvolgers van Petrus hun taak tegenwoordig een stuk serieuzer nemen, mag de toewijding van sommigen aan het celibaat betwijfeld worden. Over de ogenschijnlijk zo brave paus Paulus VI gaan hardnekkige geruchten geruchten dat hij werd gechanteerd (o.a. door communisten en carabinieri) vanwege zijn relatie met een toneelspeler. Sommige samenzweringsadepten beweren zelfs dat hij een homoseksuele coup in het Vaticaan heeft gepleegd door de Curie vol te stouwen met geestverwanten en door het Tweede Vaticaanse Concilie (door hem voorbereid en grotendeels voorgezeten) te misbruiken om de traditionele kerkleer te ondermijnen. De infiltratie van homoseksuelen heeft echter nog nooit de groteske vormen aangenomen die het nu in de Amerikaanse kerkprovincie heeft.

Volgens het opzienbarende boek The Rite of Sodomy begon de Amerikaanse kerk aan het begin van de twintigste eeuw uit de rails te lopen door de verderfelijke invloed van de homoseksuele kardinalen William O’Connell en Francis Spellman. De meeste wortels van het probleem liggen echter in de woelige jaren zestig en zeventig, toen een groot aantal priesters door een verkeerde interpretatie van de besluiten van het Tweede Vaticaanse Concilie, invloeden van het hippiedom en cultureel-marxistische agitatie van hun wortels werden losgerukt. De ‘progressieve’ heteroseksuelen traden massaal uit om te gaan trouwen, hun homoseksuele geestverwanten bleven in de kerk en verwoestten die van binnenuit. Deze vrijgevochten geesten besloten dat hun geaardheid ‘door God gegeven’ was en dat ze hun seksualiteit vrijelijk, en in eigen kring ook openlijk, mochten beleven. De homoseksuele netwerken en cliques bloeiden als nooit tevoren. Degenen die meenden dat deze niet schadelijker waren dan, bijvoorbeeld, de Ierse cliques hebben zich grandioos vergist. Homoseksuele priesters steunen elkaar vaak door dik en dun en hierdoor (en door het feit dat paus Johannes Paulus II niet geïnteresseerd was in de interne organisatie van de kerk en de bisschopsbenoemingen grotendeels aan anderen overliet) kon een toenemend aantal van hen een hoge positie bereiken in de kerkelijke hiërarchie, tot het niveau van aartsbisschop en leider van een seminarie toe (recente voorbeelden zijn de kardinalen Joseph Bernardin en Theodore McCarrick).

Het probleem werd steeds groter door het feit dat heteroseksuelen zodanig afknapten op de homo-erotische sfeer in veel seminaries en ook zodanig buitengesloten werden, dat velen hun roeping opgaven. De rooms-katholieke kerk is altijd volstrekt helder geweest in de opvatting dat homoseksuelen niet thuishoren in het geestelijk ambt, maar door het priestertekort en het feit dat ook de ‘poortwachters’ voor een aanzienlijk deel gecorrumpeerd waren, werd vrijwel iedereen, behalve misschien de al te opzichtige relnicht, tot de seminaries toegelaten. Rudy Kos, bijvoorbeeld, was gescheiden en had al een reputatie als kinderschender voor hij seminarist werd. Als gevolg van dit alles is het percentage homoseksuelen onder Amerikaanse priesters schrikbarend gestegen. De schattingen variëren van ca 25% tot meer dan 50%, waarbij het hogere getal vermoedelijk dichter bij de waarheid ligt. Daarmee loopt het priesterschap niet alleen het gevaar een homoseksuele professie te worden, maar is het dat eigenlijk al. Bijkomende problemen zijn het feit dat Amerikaanse priesters zichzelf tegenwoordig meer zien als een soort maatschappelijk werker dan als een geestelijk leidsman en het feit dat priesters in de toenemend hedonistische Amerikaanse maatschappij verleerd hebben zichzelf iets te ontzeggen –of dat nu een fraaie woning, een aangename vakantiereis, of seks is.

Theoretisch gezien is er geen fundamenteel verschil tussen een celibataire heteroseksuele priester en een celibataire homoseksuele priester en natuurlijk zijn er fatsoenlijke, goed functionerende en zich aan alle regels houdende homoseksuele geestelijken (zoals de zelfs tot reclamespotjes doorgedrongen BP-er Antoine Bodar). In de praktijk is er echter wel degelijk verschil. Homopriesters staan aan veel meer verleidingen bloot en bezwijken dus gemakkelijker. Terwijl er alle mogelijke moeite wordt gedaan om heteropriesters verre te houden van vrouwen (door ze bijvoorbeeld te chaperonneren en ze met oude en onaantrekkelijke huishoudsters op te zadelen), worden homopriesters juist opzettelijk met de objecten van hun verlangens samengebracht. Vaak in een intieme setting, zodat de kat wel heel stevig op het spek wordt gebonden. Daar komt nog bij dat de kloof die tussen hen en de hoekstenen van de katholieke samenleving gaapt nog dieper is dan het toch al bijna onoverbrugbare dal tussen de heteropriesters en hun flink geseculariseerde kudden. En last but not least wekken ze veel ressentiment op bij de heteropriesters, niet alleen door hun irritante onderlinge solidariteit, maar ook omdat de offers die het celibataire leven vergt niet te vergelijken zijn: heteropriesters geven een bijna even verheven roeping, het vaderschap, op, terwijl homopriesters niets anders opgeven dan een zondig bestaan. De hernieuwde poging van paus Benedictus om mannen met homoseksuele verlangens buiten de seminaries te houden, is dus wel degelijk zinvol. Dan maar wat minder aanmeldingen: de huidige paus heeft liever goede priesters dan vele priesters.

Hoeveel minderjarigen er werkelijk slachtoffer van de pedofielen en pederasten binnen de Amerikaanse geestelijkheid zijn geworden, zal wel altijd duister blijven. Verreweg de meeste gevallen van misbruik zijn al lang en breed verjaard. Veel kinderschenders zijn overleden of seniel. Te bewijzen valt er meestal niets meer. Sommige slachtoffers houden ook nu nog hun mond, uit schaamte of uit misplaatste solidariteit met de kerk. In hun verlangen om het schandaal zoveel mogelijk binnenskamers te houden hebben bisschoppen ingestemd met gigantische schadevergoedingen (gemiddeld meer dan een miljoen per klager), vaak ongeacht de overweging of een slachtoffer een keer in het kruis was getast of jarenlang anaal was verkracht. Dit kan klagers hebben aangelokt die voordien niet beseften dat ze zielig waren.

De katholieke hiërarchie in de VS heeft opzichtig gefaald in haar pogingen de pedofiliecrisis te beteugelen. Voor een beter begrip moeten wij ons echter het volgende realiseren. Niemand van de betrokkenen heeft de ernst en omvang van het seksuele misbruik juist ingeschat (of zelfs maar kunnen inschatten) omdat vele slachtoffers er tot voor kort het zwijgen toe deden (het meeste misbruik vond plaats vóór 1990, het overgrote deel van de klachten dateert van na 1990, vele zelfs van na 2000). Degenen die wel alarm sloegen, werden vaak niet geloofd (zelfs niet door hun eigen ouders). Daarbij komt nog dat slechts langzaam begint door te dringen dat een seksuele perversie niet te genezen is. Men kan de katholieke gezagsdragers nauwelijks verwijten dat ze deze harde waarheid niet hebben onderkend, als vele ‘deskundigen’, zoals rechters en psychiaters, op dit punt eveneens in gebreke zijn gebleven (en nog steeds in gebreke blijven, gezien de ridicuul lage straffen die aan pedofielen en incestplegers worden uitgedeeld). In de periode dat het meeste misbruik plaatsvond, werd er allerwegen aanzienlijk minder zwaar getild aan seksuele relaties met minderjarigen dan tegenwoordig: in onze eigen Eerste Kamer zat van 1963 tot 1977 een verklaarde pederast en pedofiliepromotor, de PvdA-senator Edward Brongersma, die zelfs nog met een ridderorde werd beloond voor zijn ‘grote verdiensten’. Veel bisschoppen stuurden kindermisbruikers, vooral degenen die meermalen de fout ingegaan waren, naar deskundigen voor evaluatie en/of behandeling en plaatsten ze pas weer in een parochie als ze het groene licht gekregen hadden. Het feit dat een aantal van deze ‘deskundigen’ zelf aan AIDS is overleden, roept echter de nodige twijfel aan hun expertise op. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat veel van hun cliënten vrolijk verder gingen met het belagen van kinderen. Ten slotte, katholieken, geestelijken vooral, wordt met de paplepel ingegoten dat ze zondaars moeten vergeven en ze (desnoods herhaaldelijk) een nieuwe kans moeten geven. Dat er dus kerkleiders waren die meenden dat oprecht (lijkend) berouw, een langdurige retraite en veel bidden voldoende waren om pedofielen weer op het rechte pad te brengen, is niet zo vreemd als het lijkt.

De klunzige pedofiliebevorderaars kunnen in drie categorieën onderverdeeld worden. (a) De goedgelovigen: de herderlijke figuren die hun dwalende schapen tot inkeer wilden laten komen en tot de kudde wilden terugvoeren. (b) De institutionalisten, voor wie de bescherming van de reputatie van de kerk en het priesterschap bovenaan stond en voor wie het leed van de slachtoffers (dat ze trouwens stelselmatig onderschatten) van ondergeschikt belang was. (c) De (actieve) homoseksuelen, die chantabel waren, ook als ze zich zelf niet met dergelijke praktijken afgaven, en die vaak nauw bevriend waren met handtastelijke priesters. Enige voorbeelden van de laatstgenoemde soort: Kardinaal Joseph Bernardin was de kamergenoot van Mgr. Frederick Hopwood, die er later van beschuldigd werd meer dan 100 jongens te hebben misbruikt. Aartsbisschop Rembert Weakland (Weakling zou een toepasselijker naam zijn) verblikte of verbloosde niet toen hij een 14-jarige jongen in het bed van een van zijn priesters aantrof, zodat hij, na eerst de kas van zijn aartsbisdom geplunderd te hebben om zijn eigen minnaar af te kopen, ook nog eens 595.000 dollar bijeen moest schrapen om dit slachtoffer schadeloos te stellen.

Er is nogal wat twijfel over de rol van de huidige paus Benedictus XVI bij het ‘in de doofpot stoppen’ van het kindermisbruik door priesters. In een door het Britse episcopaat fel bekritiseerde BBC-rapportage werd hij ervan beschuldigd in zijn functie van Prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer (de vroegere Inquisitie zeggen papenhaters er altijd bij) een ‘geheime aanwijzing’ te hebben gegeven aan bisschoppen om de burgerlijke autoriteiten niet op de hoogte te stellen van beschuldigingen van kindermisbruik tegen priesters. Crimen Sollicitationis, het oorspronkelijke document (daterend uit 1962), had echter betrekking op de behandeling door een kerkelijke rechtbank van zaken tegen priesters die het sacrament van de biecht hadden geschonden. De deliberaties daar moesten geheim blijven, al stond het iedereen die niet als ‘aangever’ of anderszins bij de behandeling betrokken was (het slachtoffer zelf bijvoorbeeld) vrij om de burgerlijke autoriteiten op de hoogte te stellen. Het geschrift was in eerste instantie zo geheim dat de meeste bisschoppen het niet kenden en na interventie van Kardinaal Ratzinger zo niet-geheim dat het gewoon op de website van het Vaticaan stond.

Er zijn mensen die de heilige overtuiging koesteren dat alle katholieke priesters stiekeme homo’s zijn en die in het feit dat paus Benedictus de traditionele rode instappers draagt (waarvan er ooit een paar door Prada schijnt te zijn vervaardigd) en het feit dat zijn privésecretaris geen belediging voor het oog is, al voldoende bewijs zien dat ook hij tot het geheime genootschap behoort. Door zijn ‘homofobe’ uitspraken en maatregelen heeft hij zich echter dusdanig impopulair gemaakt in homokringen dat er, o.a. via het internet, verwoede pogingen zijn gedaan hem te outen –zonder resultaat. Zijn vroegere studiegenote Uta Ranke-Heinemann (dochter van de voormalige Bondspresident Gustav Heinemann) beschrijft hem als iemand ‘zonder enige erotiek’ en ik denk dat we hem gerust kunnen scharen onder de a-seksuelen (ja heus, die bestaan), die geen flauwe notie hebben van de destructieve kanten van de seksualiteit. Benedictus behoort dan ook eerder tot de ‘goedgelovigen’ dan tot de ‘hypocrieten’. Omdat voor hem problemen met het celibaat in de eerste plaats voortvloeien uit een ‘zwakte van geloof’, was hij ook lang geneigd de oplossing te zoeken in boete en bidden. De gebeurtenissen van de afgelopen jaren hebben hem de ogen geopend. Hoe bescheiden zijn pogingen tot nu toe ook zijn, hij heeft als eerste een hooggeplaatste geestelijke (nogwel een favoriet van paus Johannes Paulus II) Marcial Maciel Degollado, de stichter van de Legionaries of Christ, die was beschuldigd van seksueel misbruik van seminaristen, uit zijn functie ontheven en veroordeeld tot een leven van ‘bidden en boetedoening’ en hij heeft de eisen die aan toekomstige seminaristen worden gesteld flink aangescherpt. Sommige critici betichten hem ervan ook zelf 'homovriendelijke' bisschoppen te hebben aangesteld (aan aartsbisschop Donald Wuerl zit zeker een luchtje), maar dat bewijst voornamelijk dat het lastig is vanaf afstand een goed oordeel over een kandidaat te vormen.

Paus Benedictus heeft tijdens zijn bezoek aan de VS een ontmoeting gehad met een zestal slachtoffers van misbruik (waaronder één vrouw). Niet iedereen in het Vaticaan kon dat waarderen, want men is doodsbang voor de Amerikaanse claimcultuur en de gevolgen die het kan hebben als het Vaticaan gebrandmerkt wordt als een mededader (met wel heel diepe zakken): in één geval is er al een schadevergoeding toegekend van 30 miljoen dollar (later verlaagd naar het nog altijd respectabele bedrag van 7 miljoen). De meeste slachtoffers zijn er nu wel van overtuigd dat de paus het ‘vat’. Zijn herhaalde spijtbetuigingen zijn een stap in de goede richting, maar zeker niet voldoende. Een voortwoekerend abces is maar op één manier te genezen: een scalpel erin zetten. Of er ook werkelijk koppen gaan rollen staat te bezien. Tot nu toe heeft er maar één prelaat, Kardinaal Bernard Law van Boston (waar het schandaal het eerst losbarstte) het veld geruimd -en hij kreeg een mooie post in het Vaticaan. De paus moet hard doorpakken en dat plaatst hem voor een dilemma. De rooms-katholieke kerk is geen multinational waar men korte metten maakt met falende managers, maar een grote familie. Het stuit de paus ongetwijfeld tegen de borst zijn ‘broeders in het ambt’ af te vallen en bovendien: als hij iedereen die in deze kwestie geblunderd heeft zijn congé geeft, houdt hij geen episcopaat meer over in Amerika. Het is bovendien zeer lastig een obstinate bisschop uit het ambt te zetten. [Dat is wel gebleken bij de escapades van de Afrikaanse aartsbisschop Emmanuel Milingo, die de hele Curie shockeerde door in een massahuwelijk met een ‘Moony’ te trouwen. Hij werd naar een klooster verbannen en, na het wijden van enkele getrouwde mannen tot priester, geëxcommuniceerd, maar hij is nog steeds bisschop.] Het Vaticaan werkt nu wel aan een regeling die het makkelijker moet maken geestelijken die kinderen verkrachten uit het ambt te zetten.

De slachtoffers zullen echter pas tevreden zijn als de ergste episcopale zondaars afgestraft zijn, vooral de bisschoppen die er nauwe betrekkingen met erkende pedofielen op nahielden. Voor velen staat de 'Teflon Kardinaal’ Roger Mahony, de aartsbisschop van Los Angeles (bij de meer conservatieve katholieken ook vanwege zijn verkrachtingen van de liturgie en zijn agitatie ten behoeve van illegale immigranten zeer impopulair), bovenaan de afschietlijst. Hij heeft een van de ergste kinderschenders jarenlang de hand boven het hoofd gehouden en zijn aartsbisdom bijna het faillissement ingedreven door het toekennen van wel zeer ruimhartige schadevergoedingen aan de slachtoffers (in totaal 660 miljoen dollar voor ruim 500 personen), alleen om te voorkomen dat hij zichzelf in een openbare rechtszitting voor zijn beleid zou moeten verantwoorden. Voorwaar een waardige zondebok.

Naschrift:

Als atheïst in hart en nieren (3e generatie en nog uit een oorspronkelijk protestants nest ook) ben ik uiteraard niet primair geïnteresseerd in de interne strubbelingen van de rooms-katholieke kerk, al zou het me spijten als een instituut met een traditie van bijna 2000 jaar aan de intriges van homoseksuelen ten onder zou gaan. Wat mij vooral frappeert is het volgende:

(1) Het is verbluffend met welk gemak homoseksuele geestelijken die ‘hun geaardheid geaccepteerd hebben’ hun seksualiteit loskoppelen van hun overige opvattingen en ieder ethisch besef overboord smijten. Een ‘fraai’ voorbeeld is het gedrag van een aalmoezenier bij de marine, die onlangs tot twee jaar gevangenis werd veroordeeld voor o.a. het seksueel misbruiken van een ondergeschikte (die bij hem kwam voor begeleiding) en geslachtsverkeer met een luchtmachtofficier die hij verzwegen had dat hij met HIV was besmet, ofschoon de man er nadrukkelijk naar had gevraagd. Hij schond daarmee niet alleen zijn priesterlijke celibaatgelofte, maar ook zijn eed als officier en zijn plichten als hulpverlener. Hoe iemand dit met zijn geweten in overeenstemming kan brengen, is mij een raadsel. Het is misschien naïef, maar ergens heb ik nog steeds het idee dat gelovigen een hoogstaander moraal (zouden moeten) hebben dan heidenen als ik –al was het alleen maar om een ‘helse bestraffing’ te ontlopen.

(2) De Amerikaanse bisschoppen waren bepaald niet de enige enablers van de pedofiele en pederastische priesters. Ook de liberale katholieke organisaties, die vaak onder leiding stonden (en staan) van uitgetreden priesters en nonnen, hebben hierbij een zeer dubieuze rol gespeeld. Zij zagen in deze in politiek opzicht meestal links angehauchte geestelijken waardevolle bondgenoten in hun strijd om de kerk te ‘moderniseren’. Er zijn opvallende parallellen te constateren tussen de politiek-correcte houding ten aanzien van moslims en de politiek-correcte houding ten aanzien van homoseksuelen. In beide gevallen wordt gedrag vergoelijkt dat niet te vergoelijken is. In Amerika hebben de mainstream media zorgvuldig vermeden progressieve bisschoppen in verlegenheid te brengen. In Nederland waren het tot voor kort het vooral de linkse gutmenschen die zich opwierpen als pleitbezorgers van de homoseksuelen, maar bij de steeds vaker voorkomende botsingen tussen homo’s en moslims kiezen dezen tegenwoordig steevast de kant van de moslims. Rechtse auteurs (en partijen) hebben het estafettestokje overgenomen (sommigen schrijven over ‘onze homo’s’ op precies dezelfde onkritische en vertederde toon als de leden van de linkse kerk ten aanzien van ‘onze moslims’ bezigen), naar mijn mening niet zozeer omdat ze echt sympathie voor homo’s hebben, maar vooral om moslims de voet dwars te zetten. [Steeds meer homo’s stemmen dan ook op rechtse partijen.] Dit is een ontwikkeling waar ik niet onverdeeld gelukkig mee ben.

(3) Evenals Mark Bogaers erger ik mij aan de ‘fundamentalistische atheïsten’, die zich dikwijls even bekrompen tonen als de fundamentalistische gelovigen. Het pedofilieschandaal wordt door velen misbruikt als een stok om de katholieke hond te slaan. Militante atheïsten en secularisten hebben sterk de neiging alle godsdiensten over één kam te scheren. Ten onrechte. Er zijn fundamentele verschillen tussen het huidige christendom en de huidige islam -maar ze hebben wel gemeenschappelijke belangen, o.a. de mogelijkheid om vrijelijk hun geweten te kunnen volgen bij zaken die voor hen van wezenlijk belang zijn (het is bijvoorbeeld belachelijk dat in Engeland katholieke adoptieorganisaties gedwongen worden kinderen bij homoparen te plaatsen). Vooral de katholieke kerk, met 1,2 miljard aanhangers, is een onmisbare bondgenoot in de strijd voor het behoud van de westerse waarden. Daaraan heeft de huidige paus zich, o.a. in de door islamieten zo verketterde Regensburger Rede, uitdrukkelijk gecommitteerd, als een van de weinige westerse leiders. Hij heeft zich bovendien als kardinaal altijd uitgesproken tegen de toetreding van Turkije tot de EU en hij heeft er nooit moeite mee gehad zich te verstaan met vooraanstaande atheïsten als Jürgen Habermas, Marcello Pera en Oriana Fallaci. Katholieken worden door godsdiensthaters echter zo onophoudelijk geschoffeerd, dat dit hen wel eens in de armen van de moslims zou kunnen drijven -en dan zijn voor de atheïsten pas echt de rapen gaar.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk (deel 1 & deel 2)

woensdag, april 18, 2007

Wie wil er nog een moslimman?

Bij moslims is een gelijkwaardige seksuele relatie een onmogelijkheid. De vraag dringt zich daarom op wat westerse vrouwen bezielt om zich met een moslimman in te laten. In een dergelijke relatie worden ze immers per definitie als minderwaardig en ondergeschikt beschouwd.

De meeste westerse partners van moslimmannen kan men indelen in een van de drie volgende categorieën:

(1) De Bedrogenen.

Phyllis Chesler, emeritus hoogleraar psychologie en vrouwenstudies aan de City University van New York en een van de coryfeeën van de Amerikaanse vrouwenbeweging, raakte in het begin van de jaren zestig in de ban van een “charmante, verleidelijke en verwesterde" Afghaanse moslim uit een ‘moderne’ en welgestelde familie. Na hun huwelijk vertrok ze met hem naar Kabul voor een (naar zij dacht kortstondig) bezoek aan zijn ouders. Daar aangekomen nam de douane onmiddellijk haar paspoort in beslag, met als gevolg dat ze in feite de gevangene werd van echtgenoot en schoonfamilie. Haar man draaide om als een blad aan een boom. In Amerika waren ze onafscheidelijk en konden ze over alles discussiëren, in Afghanistan behandelde hij haar zoals zijn vader en oudere broer hun vrouwen behandelden: “met geïrriteerde beschaamdheid, kilheid, afstandelijkheid”. Hulp zoeken bij de Amerikaanse ambassade was zinloos: door met een inheemse man te trouwen had ze al haar rechten verloren. Ze ontdekte meer vrouwen die in deze positie verkeerden. Sommigen, die in de jaren 40 en 50 waren getrouwd, hadden zich bekeerd tot de islam en droegen een sluier. Ze schenen zich bij hun situatie neergelegd te hebben. Dat deed Phyllis niet, maar ze leek gedoemd tot een soortgelijk leven. Tot ze doodziek van de hepatitis (haar schoonmoeder had de bedienden verboden nog langer haar water te koken) in het ziekenhuis belandde. Haar schoonvader verschafte haar een visum voor Amerika. Hij was waarschijnlijk dolblij van zijn onaangepaste schoondochter verlost te zijn. Na aankomst op het vliegveld Idlewild kuste ze de grond. Ze was zwanger en als haar schoonfamilie dat geweten had, was ze nooit meer weggekomen. Gezien haar slechte gezondheidstoestand zou ze de bevalling waarschijnlijk niet overleefd hebben.

Door haar ervaringen is Phyllis Chesler nooit slachtoffer geworden van de multiculturele waan die het grootste deel van de vrouwenbeweging in haar greep heeft gekregen en die voormalige feministen hun islamitische seksegenoten op de ergst denkbare wijze heeft doen verraden.

Ik noem vrouwen als Phyllis ‘de bedrogenen’, omdat ze geen flauw idee hadden wat hen te wachten stond toen ze zich lieten meevoeren door een moslimman. Als jonge vrouw leerden ze een op het oog moderne en ontwikkelde man (een student, arts, zakenman, of diplomaat) kennen, die zich enorm uitsloofde om hun hart te veroveren. Hij was weliswaar moslim, maar deed meestal weinig of niets aan het geloof. Vaak bleef het paar aanvankelijk in het westen wonen en bleek pas na geruime tijd dat de man het liefst voorgoed terug wilde naar het land van herkomst. Soms waren de vrouwen er al eens op bezoek geweest en waren zij onder de indruk geraakt van de vriendelijkheid en gastvrijheid van de familie en vrienden van hun echtgenoot. Vestiging in zijn geboorteland leek daarom geen slechte optie, te meer daar ze veronderstelden er in status en gemak (bedienden!) op vooruit te gaan.

Ze beseften niet dat er een fundamenteel verschil is tussen de positie van een gast en die van een schoondochter. In een patriarchale familie neemt de schoondochter de allerlaagste plaats in en is ze de voetveeg van haar schoonmoeder. Er treedt pas een bescheiden verbetering in haar situatie op wanneer ze een zoon baart. Werkelijke invloed krijgt ze niet voor ze zelf schoondochters heeft om te chicaneren. De eens zo vooruitstrevend schijnende echtgenoot vervalt door de invloed van familie en vrienden binnen de kortste keren weer in het cultureel voorgeschreven gedrag. Hij wordt geridiculiseerd als hij te veel aandacht voor zijn vrouw heeft, of rekening houdt met haar wensen. Als hij zijn geloof serieus gaat nemen, wat tegenwoordig steeds vaker voorkomt, wordt hij een echte tiran. Tegen de tijd dat de vrouw beseft dat ze in de val is gelopen, is het meestal te laat. Sommige vrouwen vechten
voor hun onafhankelijkheid (zie het verhaal van
‘Dutch’), maar de meesten berusten uiteindelijk in hun weinig benijdenswaardige lot.

(2) De Naïeven.

Westerse vrouwen worden opgevoed met het waanidee dat ‘liefde alles overwint’ en dat ‘ze hun hart moeten volgen’. Daarom rinkelen er niet genoeg alarmbellen als ze ‘verliefd’ worden op een moslim. Ze zijn maar al te graag bereid te geloven dat hun gevoelens worden beantwoord. Een enkele maal zal dat inderdaad het geval zijn, maar meestal is deze man er alleen maar op uit om gebruik van hen te maken:
- Ze worden gebruikt als seksuele uitlaatklep. Veel jonge moslims streven ernaar zoveel mogelijk westerse vrouwen af te werken voor ze doen wat er van hen verwacht wordt: trouwen met een moslimmeisje dat door hun ouders is uitgezocht.
- Ze worden gebruikt als middel van bestaan. Veel vurige moslimminnaars ontpoppen zich als ‘loverboys’ die een meisje eerst het hoofd op hol brengen om vervolgens te proberen haar met mooie woorden of desnoods met (dreiging van) geweld achter het raam te krijgen.
- Ze worden gebruikt als toegangspoort tot Europa. Voor veel armlastige mannen is trouwen met een Europese ingezetene de makkelijkste manier om een land van melk en honing binnen te komen. Dutch, de moderator van het Nederlandse FaithFreedom Forum, maakte tijdens een vliegreis kennis met twee middelbare Belgische vrouwen die voorzien van de benodigde papieren naar Tunesië reisden om met hun half zo oude verloofdes trouwen. Ze waren lyrisch over hen: het waren de "liefste, patentste en zorgzaamste kerels ter wereld". Dutch ontdekte dat de ‘verloofdes’ aanmerkelijk minder lyrisch waren over hun aanstaanden, maar hun misprijzende commentaar ontging de Belgische nitwits jammer genoeg.

Men moet niet denken dat alleen zeer jonge en zeer domme vrouwen in deze hoogstandjes van taqiyya trappen. In het verleden nam ik geregeld deel aan georganiseerde reizen en daarbij viel het mij op hoeveel vrouwen zodra ze de grens gepasseerd waren ieder greintje gezond verstand overboord zetten en zich in de armen stortten van mannen die ze in Nederland geen blik waardig zouden keuren. Zo legde tijdens een Marokko-reis een van de alleengaande vrouwen, een juriste van begin dertig, het aan met het hulpje van de chauffeur, een vrijwel ongeletterde, graatmagere tiener zonder voortanden. Aan het eind van de reis pronkte hij vol trots met zijn splinternieuwe leren jack en was zij al op bezoek geweest bij zijn familie (“zo gastvrij”). Hoe het is afgelopen weet ik niet, maar aangezien een Marokkaan die je de weg wees al van mening was dat je hem als tegenprestatie wel mee mocht nemen naar Nederland, zou het me niets verbazen als hij nu hier rondscharrelt, een stuk dikker en voorzien van een stel spierwitte valse tanden.

Aangezien het hoofddoel van laatstgenoemde mannen een verblijfsvergunning voor Nederland (of een ander Europees land) is, hebben hun slachtoffers tenminste nog de troost dat de band met hun familie en vrienden in de meeste gevallen niet helemaal doorgesneden wordt en dat ze niet totaal van steun verstoken zijn als ze het parasitaire gedrag niet langer pikken.

(3) De Masochisten.

Niet alle vrouwen zijn geheel onwetend als ze zich vergooien aan een moslimman. Er is een groep vrouwen die zich aangetrokken voelt tot de islam, zich bekeert en bewust een moslimechtgenoot zoekt. Het is onmiskenbaar dat de meesten van deze bekeerlingen een zeer negatief zelfbeeld hebben (of beter gezegd, een behoorlijke portie zelfhaat koesteren). Ze hebben vaak een strengreligieuze achtergrond (katholiek of gereformeerd), maar de liberaliseringstendens in het huidige christendom heeft hen beroofd van broodnodige zekerheden. Ze voelen zich veiliger binnen het keurslijf van de islam, waar zelfs de meest simpele handelingen zijn gereguleerd. Veel van deze vrouwen zijn niet bepaald aantrekkelijk: ze behoren overduidelijk tot de verliezers op de Nederlandse relatiemarkt. Wat een verademing schijnt dan een relatie waarin het uiterlijk geen enkele rol speelt. Islamitische huwelijksgegadigden zijn er volop: deze vrouwen verschaffen toegang tot een westers welvaartsparadijs en ook de gedachte ongestraft een lid van een superieure groep te kunnen vernederen is voor vele moslims onweerstaanbaar. De buitenkant telt voor hen natuurlijk net zo zeer, maar compensatie voor het gebrek aan uiterlijk schoon van hun nieuwbakken echtgenotes is makkelijk te vinden.

Omdat deze vrouwen hun omgeving en zichzelf per se willen bewijzen dat ze de juiste keuze gemaakt hebben, worden ze vaak bijzonder fanatiek. Hoofddoeken en sluiers zijn vanzelfsprekend en degenen die het meest zuiver in de leer zijn zouden zelfs het liefst een boerka dragen. Niet zelden breken ze met hun 'ongelovige' familie. De weg terug, hoe graag sommigen deze diep in hun hart misschien zouden willen kiezen nadat ze de ‘ware islam’ hebben leren kennen, is afgesloten -al is het alleen maar omdat ze als ‘afvallige’ hun leven niet meer zeker zijn.

Het gros van de vrouwen die zich laten verleiden door een moslimman zijn volkomen onkundig van de ‘ware islam’. Ze krijgen hoogstens een ‘vanilleversie’ gepresenteerd, waarbij hen de conclusie wordt opgedrongen dat er geen wezenlijk verschil is met het christendom. Ze komen onvermijdelijk van een koude kermis thuis. Terwijl het voor moslimmannen aanbevelenswaardig is zich vóór het huwelijk niet veel gelegen te laten liggen aan de regels van de islam (en men dus ten onrechte tot de conclusie kan komen dat het geloof hun niet veel beduidt), is dat na de grote stap wel anders. Er zijn voor de man enorme voordelen verbonden aan een ‘echt islamitisch huwelijk’: verzorging rond de klok, seks wanneer je maar wilt, absolute gehoorzaamheid en de mogelijkheid dit alles met geweld af te dwingen. Veel moslimmannen gaan hun religie dan ook plotseling in een heel nieuw licht zien. Vrouwen die in de veronderstelling verkeerden dat hun echtgenoot er een van het ‘gematigde’ soort was, ontdekken opeens zijn ware aard. Niet zelden worden ze fors onder druk gezet om zich te bekeren tot de islam, hoewel hen eerst was voorgespiegeld dat hun afwijkende geloof (of ongeloof) geen probleem was. Indien ze, om van het gezeur af te zijn, in bekering toestemmen, is het hek van de dam en zal hun echtgenoot niet rusten voordat ze zijn getransformeerd tot een puur islamitische huissloof. Om hun triomf te vieren noemen sommige mannen hun eerstgeboren zoon ‘Overwinning’.

Het mag dan ook geen verbazing wekken dat een onevenredig deel van deze huwelijken geen lang leven beschoren is. Na de scheiding begint voor vele vrouwen de hel pas echt. Menige moslimman kan het onmogelijk verkroppen ‘aan de kant te zijn gezet’ en uit wraak terroriseert hij zijn ex-vrouw nog erger dan tevoren. Het meest effectieve middel is het ontvoeren van de kinderen naar het oude vaderland. Aangezien volgens de sharia en de wetten van de meeste moslimlanden de kinderen aan de vader toebehoren, is het uiterst moeilijk hen weer met hun moeder te verenigen.

Het trieste verhaal van Betty Mahmoody is algemeen bekend. In ons land kunnen de avonturen van Sara en Ammar weinigen zijn ontgaan. De Belgische Geneviève Lhermitte raakte zo depressief van haar ongelukkige huwelijk dat ze haar vijf kinderen de keel doorsneed, hetgeen ook het nodige opzien baarde. Het internet staat vol hartverscheurende verhalen van (ex-)partners van moslims. Je zou dus verwachten dat westerse vrouwen zo langzamerhand voldoende gewaarschuwd zijn en dat ze moslimmannen mijden als de pest, maar velen schijnen ziende blind en horende doof te zijn (waarvan types als Anja Meulenbelt het meest afschrikwekkende bewijs vormen).

Westerse vrouwen die zich, tegen beter weten in, met een moslimman afgeven verdienen daarom alles wat hen overkomt.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

zaterdag, maart 31, 2007

Islamitische hypocrisie.

Russische krijgsgevangenen in Afghanistan werden stelselmatig verkracht. Nadat een hele troep mujahedin er overheen was gegaan, werden ze gewoonlijk afgeslacht. Alleen de appetijtelijksten werden nog een tijdje in leven gehouden om de geile communistenhaters verder van dienst te zijn. Niemand in Afghanistan vond dit onislamitisch.

Men moet niet denken dat dit uitzonderlijk gedrag als reactie op een uitzonderlijke situatie is. Phyllis Chesler, psychologe en befaamd feministe, ontdekte tijdens een (grotendeels onvrijwillig) verblijf in Kabul in het begin van de jaren zestig 'how the subordination and sequestration of women led to a profound estrangement between the sexes —one that led to wife-beating, marital rape and to a rampant but hotly denied male ‘prison’-like homosexuality and pederasty'. Men moet ook niet denken dat dit soort praktijken zich beperkte tot Afghanistan: tijdens de Algerijnse ‘vrijheidsstrijd’ maakten de opstandelingen er een gewoonte van gevangengenomen Franse officieren publiekelijk te verkrachten, teneinde hen zo gruwelijk mogelijk te vernederen. Afghanistan is in tegenstelling tot Algerije nooit gekoloniseerd, dus dergelijke perversiteiten kunnen niet aan de ‘verderfelijke invloed’ van het Westen worden toegeschreven.

Hoe vrouwvijandiger een cultuur, des te sterker de homoseksuele inslag, dat is een ijzeren wet. Het bewijs vindt men in alle tijden en op alle plaatsen: in het oude Griekenland, bij de ‘wilde’ Papoea’s en overal in de islamitische wereld. Echt verbazingwekkend is dat niet: de afkeer van vrouwen zit zo diep dat seksuele omgang nauwelijks een genoegen kan zijn, tenzij deze een onverbloemd sadistische component heeft. Volgens de koran is de vrouw een akker die de man moet ploegen en waarin hij zijn zaad moet planten. 'Ploegen en planten' beduidt gezwoeg, geen genoegen. Er is een Arabisch spreekwoord dat de ware gevoelens duidelijk verwoordt: 'een vrouw voor de plicht, een jongen voor het plezier en een meloen voor de extase'.

De islam kent strenge regels met betrekking tot seksueel gedrag: seksualiteit is alleen geoorloofd binnen het huwelijk (met uitzondering van het bezwangeren van concubines en het verkrachten van slavinnen) en homoseksualiteit is uit den boze ('als een man een andere man bestijgt, beeft –volgens een hadith- de troon van God'). De koran dreigt homoseksuelen met een ‘regen van stenen’ (een misinterpretatie van de straf van Sodom). De sharia schrijft de doodstraf voor, maar moslimjuristen zijn het er niet over eens hoe deze het beste voltrokken kan worden: de schuldigen stenigen of hen van een hoog gebouw werpen. Sodomie wordt scherp veroordeeld, zowel met mannen als met vrouwen. In tegenspraak hiermee is de beschrijving van het paradijs, waar de martelaren zich niet alleen mogen verpozen met 72 maagden, maar ook ‘bediend’ worden door schone jongelingen, die ‘als parels’ zijn, een fraai staaltje van islamitische schizofrenie.

Wat de godsdienstige regels ook mogen voorschrijven, het hoogste gebod voor moslims is het onbetwistbare recht van de (volwassen) man om onbelemmerd aan zijn gerief te komen en zijn potentie te bewijzen door een dominante (en niet zelden sadistische) houding tegenover zwakkeren. De slachtoffers van mannelijk seksueel wangedrag (vrouwen, kinderen, dieren) doen er volstrekt niet toe. Sodomie wordt, ook binnen het huwelijk, nergens zoveel gepraktiseerd als onder moslims. Hetzelfde geldt voor bestialiteit (de voorschriften van de Iraanse ayatollahs over de wijze waarop men zich van de voor bevrediging benutte dieren moet ontdoen zijn zeer verhelderend). Seksueel misbruik van jongens door oudere mannelijke familieleden is schering en inslag, evenals seksueel misbruik van leerlingen door geestelijken in koranscholen. Volgens sommige psychologen is de gewelddadigheid van jonge moslimmannen het logische gevolg van de geperverteerde relaties tussen mannen en vrouwen en tussen mannen onderling. [Serge Trifkovic heeft het over de 'hard-core psychotic homosexuality of the son abandoned by his father, a near-incurable condition that can lead to homicidal, delusional paranoia'.]

Omdat de islam homoseksualiteit verbiedt, komen er onder moslims nauwelijks homo’s voor. Althans, dat beweert men. Het is echter louter een kwestie van definitie. Als een puber een vriendje aftrekt, wordt hij niet als homo beschouwd. Als een drop-out zich voor geld door een ouwe nicht laat klaarzuigen, wordt hij evenmin als homo beschouwd (onder homoseksuele jongensprostituees in Nederland vormen -niet toevallig- Marokkanen de grootste groep). Als een getrouwde man nu en dan de bosjes induikt om een ‘kaaskop’ achterlangs te raggen, wordt hij al helemaal niet als homo beschouwd. In tegendeel: net als de hoofdpersonen in de boeken van Jean Genet schijnen moslims van mening te zijn dat een man die andere mannen neukt dubbel een man is. Het is deze houding die het verkrachten van krijgsgevangenen tot een volstrekt acceptabele daad maakt.

Voor islamieten is de enige ‘echte’ homo de volwassen man die zich vrijwillig anaal laat penetreren en die daarmee de passieve, vrouwelijke rol op zich neemt. Zo iemand is voor hen per definitie impotent, wat hem des te verachtelijker maakt. Westerse homo’s zijn helemaal verdorven, want het zijn in de ogen van moslims mannen die openlijk met hun impotentie koketteren.

Wat het oordeel over homoseksualiteit betreft heeft zich een merkwaardige ommekeer voltrokken. In de 18e en 19e eeuw waren het de stijfburgerlijke Europese reizigers die geschokt reageerden op het publieke vertoon van homoseksuele erotiek in het Ottomaanse rijk en tot voor enkele decennia trokken westerse homo's en masse naar de Maghreb om hun lusten ongestoord te kunnen botvieren, maar onder invloed van de fundamentalistische islam is men in de moslimwereld steeds afwijzender jegens homoseksueel gedrag geworden, terwijl westerse homo's steeds driester op de voorgrond treden.

Niet alleen in de sharia, maar ook in de wereldlijke wetten van zeven islamitische landen (waaronder Iran) staat op homoseksualiteit de doodstraf. Toch heeft de doorsnee homo weinig te vrezen, tenzij hij openlijk met zijn voorliefde te koop loopt. Dat wordt geïllustreerd door een onthullende documentaire over homo’s in Teheran, die recentelijk op de Nederlandse televisie te zien was. Hoewel sommige geïnterviewden er behoorlijk verwijfd uitzagen en de directe familie op de hoogte was van hun seksleven, werd hen geen strobreed in de weg gelegd. (Wat niet wegnam dat de meesten het liefst naar het Westen zouden verkassen.) Ik heb ook nimmer vernomen dat mannen slachtoffer zijn geworden van eerwraak vanwege vermeende homoseksuele misdragingen. Beschuldigingen van homoseksualiteit in de islamitische wereld zijn te vergelijken met de beschuldigingen van hekserij in het Middeleeuwse Europa: een uitgelezen middel om je van tegenstanders en ongewenste groepsleden te ontdoen en om lastig voetvolk in het gareel te houden, dat naar believen van stal wordt gehaald.

Bovenstaande overwegingen zijn van invloed op de vraag hoe we om moeten gaan met homoseksuele asielzoekers. Dat homoseksuelen die ‘uit de kast zijn’ in veel islamitische landen in een allesbehalve aangename positie verkeren staat buiten kijf, maar de mogelijkheid om je als relnicht te kunnen manifesteren is geen fundamenteel mensenrecht. In de islamitische wereld overweegt het ‘don’t ask, don’t tell’ principe en daar valt in het algemeen best mee te leven. Bovendien is het onloochenbaar dat veel van de ‘zielige vervolgde homo’s’ die voor asiel aankloppen de boel gewoon belazeren. Nahed Selim, die geregeld bij verhoren van asielaanvragers tolkt, schreef hierover: 'Bij sommige cliënten kon je je afvragen of het homoverhaal niet gewoon een smoes was om hier asiel te krijgen. Gevraagd naar hun seksuele voorkeur en homo-ervaringen straalden ze zo'n afkeer uit, dat je dacht: Deze man is niet alleen geen homo, hij is zelfs antihomo.'

Het valt niet te ontkennen dat er homo’s ter dood zijn gebracht. Toen Afghanistan in de greep van de Taliban verkeerde waren er geregeld executies (o.a. door een kuil te graven naast een muur en deze boven de veroordeelden te laten instorten, de Talibaanse versie van ‘een regen van stenen’), maar het totaal aantal veroordeelden betrof hoogstens enige tientallen en als je naar muziek luisterde of je baard afschoor liep je zeker zoveel risico. In Iran zijn meer slachtoffers gevallen: de schattingen lopen uiteen van enkele honderden tot enkele duizenden. Het is echter twijfelachtig of dat uitingen waren van pure homohaat. Onlangs werden tot grote verontwaardiging van westerse mensenrechtactivisten twee minderjarige jongens opgehangen. De Iraanse autoriteiten hielden echter staande dat ze niet gedood werden vanwege homoseksualiteit per se (hoewel dat volkomen legaal zou zijn geweest), maar vanwege gepleegde verkrachtingen.

De niet extreem feminiene en zich niet provocerend gedragende homo loopt in de meeste islamitische landen nauwelijks gevaar en het kost weinig moeite de seksuele geaardheid te verbergen. Mannen worden dan misschien het huwelijk ingedreven, maar ze hoeven zich aan hun vrouw niet het minst gelegen te laten liggen en ze worden zelfs aangemoedigd de grootste mate van intimiteit te reserveren voor andere mannen. Zelfs een openlijk vertoon van genegenheid (zoals hand in hand lopen) doet de wenkbrauwen nauwelijks fronsen. Ik vind dan ook niet dat homo’s asiel moeten krijgen louter vanwege hun seksuele voorkeur, al worden ze door hun landgenoten veracht en soms mishandeld. Vrouwen krijgen ook geen asiel louter vanwege hun sekse, terwijl ze veel meer gevaar lopen slachtoffer te worden van overheids- en particulier geweld dan homo’s.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

donderdag, november 09, 2006

De verkrachting van Europa.

In geschriften wordt de uitdrukking ‘de verkrachting van Europa’ meestal in overdrachtelijke zin gebruikt. Ik vrees echter dat we hem binnenkort letterlijk kunnen gaan nemen: het aantal verkrachtingen in Europa stijgt schrikbarend. Bijvoorbeeld in Zweden, waar het aantal seksuele geweldsmisdrijven de afgelopen twintig jaar verdrievoudigd is (bij meisjes onder de 15 zelfs verzesvoudigd). Het grootste deel van de daders zijn jonge moslims en het grootste deel van de slachtoffers zijn autochtone meisjes (blanke meisjes dus, maar met racisme heeft het niets te maken volgens de politiek correcten). In Nederland is het al niet anders, maar de linkse goegemeente -sommige (PvdA) politici voorop- wringt zich in allerlei bochten om te voorkomen dat groepsverkrachtingen gepleegd door Marokkanen in de publiciteit komen, om deze bevolkingsgroep niet te ‘stigmatiseren’.

Toen ik pas studeerde, aan het eind van de jaren zestig, hadden we soms ’s avonds college in een naargeestig flatgebouw in een winderige buitenwijk. Als we pech hadden, zaten we in de bus terug naar de binnenstad tussen de buitenlandse schoonmakers die de gebouwen aan kant hielden. Vrouwelijke studenten kregen dan voortdurend schunnige opmerkingen naar het hoofd (die ze gelukkig niet konden verstaan) en werden soms tot in de trein toe achtervolgd door gastarbeiders die een ‘afspraakje’ met ze wilden maken. Ik was toen nog tamelijk naïef en vroeg mij af hoe die lieden in vredesnaam op het idee kwamen dat Nederlandse studentes zich met schoonmakers inlieten. De reden was simpel natuurlijk, voor hen waren het gewoon hoeren (door schaarse kleding konden onze gasten echter niet in verwarring zijn gebracht: alleen hun handen en gezicht waren zichtbaar).

Het is hun cultuur, werd ons toentertijd wijsgemaakt. Ze moeten eerst wennen aan de manier waarop mannen en vrouwen in Nederland met elkaar omgaan. Vijfendertig jaar later hebben ze (zelfs degenen die hier geboren en getogen zijn) dat blijkbaar nog steeds niet geleerd. Nog altijd worden vrouwen en meisjes op straat en in het openbaar vervoer lastig gevallen en beledigd, alleen nu in het Nederlands. Niet omdat de daders niet weten dat de vrouwen die ze belagen niet de gewoonte hebben voor een paar euro hun benen uit elkaar te doen, maar omdat hun godsdienst hen voorhoudt dat alle autochtone vrouwen hoeren zijn en als zodanig behandeld mogen worden.

Niet alleen vergoelijkt de islam de verkrachting van ‘ongelovige’ vrouwen, sommige geestelijken sporen jongeren er zelfs toe aan. De Australische mufti Sjeik Taj Din al-Hilaly baarde laatst nogal wat opzien met een preek waarin de volgende onthullende uitspraken voorkwamen.

"Those atheists, people of the book [Christians and Jews], where will they end up? In Surfers Paradise? On the Gold Coast? Where will they end up? In hell and not part-time, for eternity. They are the worst in God’s creation."

"When it comes to adultery, it’s 90 percent the woman’s responsibility. Why? Because a woman owns the weapon of seduction. It’s she who takes off her clothes, shortens them, flirts, puts on make-up and powder and takes to the streets, God protect us, dallying. It’s she who shortens, raises and lowers. Then, it’s a look, a smile, a conversation, a greeting, a talk, a date, a meeting, a crime, then Long Bay jail. Then you get a judge, who has no mercy, and he gives you 65 years."

"But when it comes to this disaster, who started it? In his literature, writer al-Rafee says, if I came across a rape crime, I would discipline the man and order that the woman be jailed for life. Why would you do this, Rafee? He said because if she had not left the meat uncovered, the cat wouldn’t have snatched it."

"If you get a kilo of meat, and you don’t put it in the fridge or in the pot or in the kitchen but you leave it on a plate in the backyard, and then you have a fight with the neighbour because his cats eat the meat, you’re crazy. Isn’t this true?"

"If you take uncovered meat and put it on the street, on the pavement, in a garden, in a park, or in the backyard, without a cover and the cats eat it, then whose fault will it be, the cats, or the uncovered meat’s? The uncovered meat is the disaster. If the meat was covered the cats wouldn’t roam around it. If the meat is inside the fridge, they won’t get it."

"If the woman is in her boudoir, in her house and if she’s wearing the veil and if she shows modesty, disasters don’t happen."

"Satan sees women as half his soldiers. You’re my messenger in necessity, Satan tells women you‘re my weapon to bring down any stubborn man. There are men that I fail with. But you’re the best of my weapons."

"…The woman was behind Satan playing a role when she disobeyed God and went out all dolled up and unveiled and made of herself palatable food that rakes and perverts would race for. She was the reason behind this sin taking place."

De straf van 65 jaar, waaraan hij refereerde, was opgelegd aan de leider van een groep Libanese jongens die in Sidney een aantal brute groepsverkrachtingen hadden gepleegd. Men had dus de slachtoffers levenslang in het gevang moeten gooien.

In Australië zijn de politici hier echt kwaad over geworden, al moet ik nog zien dat ze deze achterlijke geestelijke eindelijk eens het land uitflikkeren. De sjeik zag in ieder geval wel een bui hangen, want bij zijn verdediging vergeleek hij zichzelf met Paus Benedictus, die ook alleen maar de woorden van een ‘ervaringsdeskundige’ had aangehaald. Anders dan de paus distantieerde hij zich echter niet van het citaat. Dat kon hij ook moeilijk, want zijn fulminaties waren regelrecht gebaseerd op passages uit de koran en de hadith en voor het verkondigen daarvan wordt hij juist betaald.

Nu had sjeik al-Hilaly wel vaker opzien gebaard door zijn opruiende uitspraken (o.a. over joden), maar niettemin kreeg hij enkele jaren geleden een vaste verblijfsvergunning, dankzij Labor politici die naar de stemmen van de moslims in hun district hengelden. Waarmee maar weer eens bewezen is dat politici werkelijk tot alles bereid zijn voor electoraal gewin.

Een groot deel van de verkrachtingen door moslims zijn groepsverkrachtingen. Groepsverkrachtingen zijn een interessant fenomeen. Alle ‘excuses’ die voor individuele verkrachtingen worden aangevoerd (seksuele stoornis, ongelukkige jeugd, een ‘misverstand’) gaan hier niet op. Een groepsverkrachting is een puur haatmisdrijf. Sommige auteurs beschouwen de (groeps)verkrachting als een bewuste tactiek om de autochtone bevolking te demoraliseren en ertoe te bewegen de islamitische kuisheidsvoorschriften over te nemen (m.a.w. als je niet verkracht wilt worden, bedek je dan). Het Nederlandse antwoord op dergelijke misdrijven is altijd weer hetzelfde slappe geitenwollensokkengelul (voorlichting, hulp voor de daders, MTV van de buis). Het is te hopen dat de Nederlandse politici ook eens flink kwaad worden op geestelijken die verkrachters (en andere geweldplegers) verdedigen -voor de Nederlandse bevolking dat doet.

Ik ben blij dat ik geen dochters heb.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.