Posts tonen met het label immigratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label immigratie. Alle posts tonen

dinsdag, december 07, 2010

Beginselen van de immigratieleer.

Menselijke samenlevingen zijn onderworpen aan een aantal ijzeren wetten. Een daarvan heeft betrekking op immigratie: hoe groter de binnendringende groep en hoe groter de culturele afstand tot de autochtonen, des te problematischer is de integratie en des te nadeliger is dit proces voor de oorspronkelijke bevolking. De geldigheid van dit principe is in de loop van de geschiedenis talloze malen bewezen, dat hebben de Amerikaanse Indianen, de Australische Aborigines, de Papoea’s van Irian Yaya, de Orang Asli van Maleisië en talloze andere volken aan den lijve ondervonden. Behalve de omvang van de groep indringers is ook de samenstelling relevant: het is een cruciaal verschil of het alleenstaande mannen of gezinnen betreft. Ten slotte is van belang of men te maken heeft met bedelaars of veroveraars.

Bedelaars komen binnen met toestemming (of zelfs op uitnodiging) van leden van de inheemse elite, die hiermee eigen belangen nastreven. Zo haalde tsarina Catharina de Grote Duitse boeren naar Rusland om de woeste gebieden nabij de Wolga te ontginnen. Een dergelijk initiatief kan op een fiasco uitlopen als de immigranten weigeren de hun toebedachte rol te (blijven) vervullen.

Een van de meest pregnante voorbeelden uit de historie is de teloorgang van keizer Valens, die van 364 tot 378 regeerde over het oostelijk deel van het Romeinse rijk. In 376 stond hij een groep door de Hunnen verdreven Goten toe zich neder te laten in de Romeinse provincies Moesia en Dacia. Valens hoopte hen als foederati te kunnen inzetten bij de bewaking van de grenzen (voornamelijk tegen invallen van andere Germanen), zodat hij zijn handen vrij had voor de strijd tegen de Sassanidische Perzen. Toestemming voor vestiging werd verleend aan slechts één groep, maar er drongen heel wat meer Germanen binnen dan voorzien en zij werden niet bepaald met open armen ontvangen door de Romeinse gezaghebbers. Het duurde dan ook niet lang voor zij in opstand kwamen en Valens sneuvelde bij een vergeefse poging hen weer uit zijn rijk te verdrijven.

Veroveraars kan men indelen in legers zonder aanhang en legers met aanhang. Engeland kreeg in de loop van zijn geschiedenis met beide van doen.

Toen de Romeinen zich uit Brittannië terugtrokken, na een bezetting van bijna vier eeuwen (43-410), was het gebied uiterst kwetsbaar voor invallen van buitenaf. De eerste Angelsaksen kwamen op verzoek van het stamhoofd Vortigern om hem te helpen de strooptochten van de Picten het hoofd te bieden. Zij werden (alweer!) gevolgd door niet uitgenodigde groepen. Deze woeste krijgers lieten zich vergezellen door hun gezinnen. Volgens de meest optimistische schattingen kwamen er maximaal 200.000 Angelsaksen het land binnen (10% van het geschatte aantal inheemsen in die periode), maar het kunnen er zo weinig als 10.000 geweest zijn. De genetische contributie van de Angelsaksen aan de huidige Engelse bevolking ligt echter aanzienlijk hoger: van 50 tot 100 procent, al naar gelang het gebied. Vroeger nam men aan dat er een genocide op de Romano-Britten (geromaniseerde Kelten) had plaatsgevonden, maar hoewel de verovering gepaard ging met bloedvergieten op grote schaal is daar geen enkel bewijs van gevonden. De Romano-Britten vormden in de nieuw ontstane samenleving echter wel duidelijk een inferieure kaste (slaven/lijfeigenen), hetgeen o.a. werd gesymboliseerd door de verschillen in de hoogte van het weergeld dat bij een moord was verschuldigd. De Angelsaksen koesterden een dusdanige minachting voor de verslagenen dat ze weigerden zich met hen te vermengen, zelfs buitenechtelijk. Van integratie was er dan ook geen sprake, want daarvoor zijn onderlinge huwelijken nodig. Door dit apartheidssysteem konden de Angelsaksen in iedere generatie meer kinderen grootbrengen dan de overwonnenen en nam hun procentuele aandeel in de bevolking dus gestaag toe.

De invasie van de Normandiërs onder Willem de Veroveraar had heel andere gevolgen. Het betrof hier een groep van ca. 10.000 soldaten, die na de overwinning geen gezinnen lieten overkomen (een politiek die de Noormannen ook bij eerdere en latere veroveringen toepasten). Hoewel de ‘pacificatie’ van de oorspronkelijke bevolking bruut geweld meebracht en de Angelsaksen uit hun kastelen en van hun landgoederen verdreven werden, was er van ‘apartheid’ geen sprake. De Normandiërs trouwden met Angelsaksische vrouwen, vaak –om hun aanspraken extra te onderstrepen- met de dochters van de verslagenen, zodat de meeste landgoederen uiteindelijk in handen kwamen van de kleinzoons van de oorspronkelijke eigenaren. De volgende generatie heersers bestond dus voornamelijk uit mannen met een Angelsaksische moeder, die vertrouwd waren met de mores van de autochtone bevolking.

De culturele consequenties van de verschillende vormen van verovering blijken het duidelijkst uit de ontwikkelingen in de gesproken taal. In het Oud-Engels van de door Angelsaksen gedomineerde samenleving was geen enkele Keltische (of Romeinse) invloed te bespeuren. In Engeland komen ook geen Keltische plaatsnamen meer voor, in Wales en Schotland, waar de Angelsaksen nooit doordrongen, wel. Het ligt voor de hand dat de onderdrukte Kelten de cultuur van de overwinnaars overnamen, in een poging hun armzalige situatie te zoveel mogelijk te verbeteren. Het onderscheid tussen beide groepen bleef echter eeuwenlang waarneembaar.

Het Middel-Engels, die taal die ontstond na de Normandische inval, kent daarentegen heel veel Angelsaksische invloeden. Hoewel de elite nog lange tijd Frans bleef spreken, verdween de taal van de overwonnenen niet. Het huidige Engels kent voor veel begrippen twee woorden: een ‘chic’ woord dat stamt uit het Frans en een ‘volks’ woord dat stamt uit het Oud-Engels (bijvoorbeeld perspire en sweat voor zweten). Ook op andere gebieden ontstond spoedig een ‘mengcultuur’. [Opvallend is wel dat de Angelsaksische persoonsnamen (zoals Egbert) snel van het toneel verdwenen: populaire Engelse namen (zoals William en Charles) zijn zonder uitzondering uit het Frans afkomstig.]

Bij de intrede en (mislukte) integratie van islamitische gastarbeiders in Nederland zijn de boven beschreven processen duidelijk te herkennen. Zij kwamen als bedelaars, met toestemming van de overheid naar ons land gehaald door inhalige industriëlen die met goedkope arbeid hun kwakkelende bedrijven overeind trachten te houden. [Veel heeft het niet geholpen: één voor één gingen de ‘maakindustrieën’ ten onder, of verkasten naar lagelonenlanden.] Het betrof aanvankelijk uitsluitend alleenstaande mannen, die pogingen in het werk stelden om zich aan te passen en niet zelden relaties aangingen met autochtone vrouwen.

In de omgang met de gastarbeiders (en daarmee de bescherming van ons land tegen ongewenste immigratie) zijn door de politiek onvergefelijke fouten gemaakt (bijvoorbeeld: de immigranten te permitteren zich hier blijvend te vestigen -ook al was er voor hen geen werk meer- en hen WAO- en bijstandsuitkeringen te verschaffen). De grootste fout was echter hen toe te staan hun gezinnen over te laten komen en nieuwe huwelijkspartners uit het land van herkomst te halen. Zo kwamen er tal van onuitgenodigde immigranten binnen en verdween iedere bereidheid tot integratie. De culturele kloof tussen moslims en niet-moslims is so wie so enorm en de moslims kozen dan ook voor een vrijwillige apartheid (o.a. door het wegpesten van autochtonen uit ‘hun’ wijken). Ze trokken zich grotendeels terug in een parallelle samenleving, die echter schaamteloos parasiteert op de door hen verachte ‘kaaskoppen’.

‘Immigratieverhalen’ kennen vele mogelijke scenario’s. In de meeste gevallen lopen ze slecht af voor de oorspronkelijke bevolking. De combinatie bedelaars - alleenstaande mannen - geringe culturele afstand – geringe aantallen levert gewoonlijk weinig problemen op. Alleenstaande mannen zijn echter losbandig en leiden in grotere concentraties tot toenemende criminaliteit en conflicten met autochtone mannen over vrouwen. In eenzelfde constellatie domineren veroveraars weliswaar de nieuw ontstane samenleving, maar ze gaan door gemengde huwelijken in cultureel opzicht spoedig in de autochtone bevolking op. Arriveren veroveraars in grotere getale, dan laten ze meestal hun gezinnen nakomen. De combinatie bedelaars – gezinnen – grote culturele afstand – geringe aantallen leidt weliswaar tot het ontstaan van parallelle samenlevingen, maar deze leveren de ontvangende maatschappijen gewoonlijk weinig problemen op (de Amish in de VS vormen een goed voorbeeld). De combinatie veroveraars – gezinnen – grote culturele afstand – grote aantallen is het meest funest voor de autochtone bevolking en kan zelfs tot een regelrechte genocide leiden. Ook in het geval van bedelaarsgezinnen zijn de gevolgen vaak uitgesproken negatief -zeker als het islamieten betreft, die zich ondanks hun afhankelijke positie superieur wanen.

Twee maal hebben moslims geprobeerd om als veroveraars het Europese continent in hun macht te krijgen en twee maal zijn ze, na eeuwenlange onderdrukking en uitbuiting van talloze Europeanen en ten koste van grote offers in mensenlevens, teruggeslagen. Nu proberen ze het als bedelaars opnieuw en het heeft er alle schijn van dat ze deze keer zullen zegevieren –tot eeuwige schade en schande van alle volken die zich gewillig door hen onder de voet laten lopen.

In samenlevingen met apartheid gold in het verleden de regel dat het de dominante groep was die er in slaagde de meeste kinderen groot te brengen. Tegenwoordig is eerder het omgekeerde het geval: het is de inferieure groep die op het gebied van de voortplanting het meest succesvol is. In een groot deel van Europa is helaas al sprake van een trieste wetmatigheid: hoe jonger de bevolkingscategorie, hoe groter het percentage allochtonen. Het merendeel van de islamitische immigranten in Europa onderhoudt zijn kinderen niet zelf, maar schuift deze last af op de autochtone belastingbetalers, die zodoende de ondergang van hun eigen volk financieren.

Aan deze waanzin moet zo spoedig mogelijk een eind komen. Niet alleen moeten wij ons niet langer in de luren laten leggen door ‘zielige’ immigranten die op slinkse wijze proberen een plaats aan onze vleespotten te verschalken, maar we moeten ook ophouden het onderhoud van onze (toekomstige) vijanden te subsidiëren. Veroveraars maken in het huidige tijdsgewricht geen kans meer om ons land te onderwerpen, nu moet ook voor bedelaars de deur op slot.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

zondag, oktober 07, 2007

Hoe een tsunami van moslims is weggedefinieerd.

Zo nu en dan koop ik de weekendeditie van de Volkskrant, bijvoorbeeld als de voorpagina een interessant artikel belooft. Deze keer viel mijn blik op een bijzonder intrigerende kop: Angst voor 'tsunami van moslims' is ongegrond. Aangezien ik zeker weet dat deze angst helemaal niet ongegrond is, bood zich een onweerstaanbare uitdaging aan.

De boude bewering is het derivaat van een interview met drs. Joop de Beer, hoofd van de afdeling prognose van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en voorheen hoofd van de afdeling bevolking van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), een op het oog deskundig en betrouwbaar man dus. Hij komt echter op een wel heel simplistische wijze tot deze geruststellende conclusie. Volgens het CBS bedraagt het percentage niet-westerse allochtonen in 2050 16% van de Nederlandse ingezetenen. De religieuze affiliatie van allochtonen wordt niet systematisch bijgehouden, maar het percentage moslims onder hen wordt door het CBS ruwweg geschat op 54%. Op grond hiervan berekent De Beer dat de bevolking van Nederland in 2050 voor 9% uit moslims zal bestaan. Gezien het feit dat het percentage nu al op ruim 6% ligt, is dat een zeer bescheiden toename –een verdacht bescheiden toename zelfs.

Drs. Joop de Beer ontkent dat de prognose opzettelijk laag is gehouden om maatschappelijke onrust te voorkomen. Dat waag ik te betwijfelen. Statistische uitkomsten worden in hoge mate bepaald door de gehanteerde definities en hier zit een gigantische adder onder het gras: een onbekend aantal niet-westerse allochtonen wordt door het CBS niet als zodanig geregistreerd omdat beide ouders in Nederland zijn geboren. Ook rangschikt het CBS sommige groepen die normaliter als niet-westers worden beschouwd (zoals Indonesiërs en Japanners) bij de westerse allochtonen. De 'verkleuring' van Nederland wordt dus stelselmatig onderbelicht. Niettemin beweert De Beer dat de aantallen niet meegetelde niet-westerse allochtonen die buiten beschouwing blijven ‘niet zo groot zijn’. Op grond waarvan blijft duister. Bij zijn prognose gaat drs. Joop de Beer in ieder geval uit van een aantal onbewezen premissen:

(1) De verhouding tussen de percentages moslims en niet-moslims onder immigranten blijft ten minste gelijk. De Beer postuleert zelfs dat het percentage niet-moslims toeneemt, omdat hij verwacht dat vooral de immigratie uit Azië flink zal groeien -en daar is de islam minder dominant dan in Turkije of Marokko. Inderdaad zijn niet alle Aziaten moslim, maar momenteel komt het overgrote deel van de Aziatische immigranten uit islamitische landen (Pakistan en Afghanistan) en het is pure speculatie om te veronderstellen dat dit beeld zal veranderen: de bewoners van China, Korea en India, bijvoorbeeld, hebben steeds minder reden om hun vaderland te verlaten, zelfs niet als kennismigrant. Het percentage niet-moslims onder niet-westerse allochtonen wordt in de huidige situatie sterk beïnvloed door de aanwezigheid van een grote groep Surinamers ons land. Aangezien de toekomstige immigratie uit Suriname vermoedelijk marginaal is, zal het percentage moslims onder immigranten eerder stijgen dan dalen.

(2) Er zal tegen 2050 meer geloofsafval plaatsvinden, aangezien men volgens De Beer doorgaans kan waarnemen dat immigranten zich gaandeweg aanpassen aan het land waarin zij wonen. Dit gaat inderdaad voor migranten van velerlei herkomst op, maar er is geen enkel bewijs dat moslims even aanpassingsbereid zijn. In de berekeningen van De Beer vallen moslims automatisch van hun geloof af als beide ouders in Nederland zijn geboren, maar in de praktijk is tot nu toe alleen gebleken dat met het percentage moslims in de ontvangende samenleving ook het religieuze fanatisme groeit. Mogelijk neemt het aantal moslims dat wekelijks naar de moskee gaat geleidelijk af (ook al omdat het bijwonen van het vrijdaggebed in de moskee moeilijk met een reguliere baan te combineren is), maar De Beer kan niet ontkennen dat zelfs allochtonen die de moskee mijden zich nog altijd als moslim beschouwen. Ook de overweging dat moslims geen ‘monolithisch blok’ vormen, doet aan de dreiging van de intolerante islam weinig af.

(3) De immigrantenpopulatie zal de eerstkomende decennia vooral uit geselecteerde economische immigranten bestaan, die aan de Nederlandse vraag naar arbeidskrachten moeten voldoen. Die immigranten zullen vooral uit Oost-Europa en Azië komen. Een van de redenen om aan te nemen dat de immigratie uit moslimlanden minder sterk zal toenemen dan de totale immigratie, is volgens De Beer het feit dat het toelatingsbeleid veel strenger is geworden. De immigratie naar Nederland wordt echter niet gestuurd door de vraag naar arbeid, maar door het aanbod van uitkeringen. Sietse Fritsma heeft onlangs aangetoond dat de meerderheid van de immigranten geïmporteerde huwelijkspartners zijn (die wel een economisch motief hebben, maar hier niet komen om te werken) en dat de zogenaamd strengere regels op grote schaal ontdoken worden zonder dat hier iets tegen wordt ondernomen. Een veel veiliger veronderstelling is daarom dat de huidige toelatingspraktijk gehandhaafd blijft –tenzij de PVV en aanverwante partijen door een eclatante verkiezingsoverwinning een radicale verandering afdwingen.

(4) Het geboortecijfer bij moslims zal steeds dichter bij dat van de autochtonen komen te liggen. De afgelopen tien jaar is dit namelijk iets gezakt: bij Marokkanen van 3,3 naar 3,1 en bij Turken van 2,3 naar 2,1. Bij Nederlandse vrouwen ligt het geboortecijfer op 1,7. Het is niet geheel duidelijk of dit getal het aantal kinderen per vrouw, dan wel het aantal kinderen per moeder betreft. Ik veronderstel het laatste aangezien De Beer opmerkt dat kinderloosheid onder Turkse vrouwen (evenals onder Marokkaanse vrouwen) heel weinig voorkomt. Dat ligt bij Nederlandse vrouwen anders, waardoor er toch een aanzienlijk verschil in vruchtbaarheid ontstaat in het ‘voordeel’ van moslimvrouwen (mogelijk wel 50%).

Het CBS calculeert in dat ook in de toekomst zeker 2/3 van de moslims zijn partner uit het land van herkomst zal halen (momenteel betreft het 3/4 van de trouwlustigen). Drs. Joop de Beer erkent bovendien dat onder moslims de echtscheidingscijfers ‘iets hoger’ liggen dan onder niet-moslims. Het lijkt hem echter ‘plausibel’ dat dit veroorzaakt wordt door de cultuurverschillen tussen partners van verschillende herkomst (een goede reden om een partner in Nederland te zoeken lijkt mij) en niet door een ‘oneigenlijk gebruik’ van de mogelijkheid om een huwelijkskandidaat te laten overkomen. De schrikwekkende omvang van dit misbruik is door Sietse Fritsma echter onomstotelijk bewezen. "Wel geloof ik dat zulke stellen denken: de relatie gaat slecht, maar laten we nog maar even wachten met scheiden totdat de overgekomen partner recht heeft op een verblijfsvergunning", merkt De Beer nog op. Wat mij betreft geeft hij blijk van een volmaakte miskenning van het wezen van het islamitische huwelijk.

Iedere prognose is nattevingerwerk en drs. Joop de Beer heeft dan ook geen moeite toe te geven dat hij er wel eens naast zou kunnen zitten zitten, maar ook als hij ‘in het voordeel van de islam’ rekent, komt hij ‘niet verder’ dan een prognose van 23% moslims in 2050. Dat is een aanmerkelijk verschil met de 9% die hij in eerste instantie met zoveel vooringenomenheid voorspelde. Daar komt bij dat hij een aantal essentiële factoren buiten beschouwing laat:

(a) Het feit dat het steeds waarschijnlijker wordt dat Turkije zal toetreden tot de EU. Volgens berichten staan 25 miljoen Turken te popelen om zich richting West-Europa te spoeden. Hoeveel daarvan hun heil zullen zoeken in Nederland, valt niet te voorspellen, maar dat er een grote Turkse familiereünie zal plaatsvinden staat buiten kijf, evenals het feit dat vooral de onproductieven (ouderen, gehandicapten) zich in Nederland zullen willen settelen.

(b) Het feit dat het overgrote deel van de asielzoekers uit moslims bestaat. ’s Werelds grootste brandhaarden liggen in islamitische gebieden en het grootste aantal schendingen van de mensenrechten vindt plaats in islamitische gebieden. Jaarlijks kloppen duizenden moslims (met een al dan niet verzonnen vluchtverhaal) bij ons aan de poort en al wordt hun asielverzoek afgewezen, de praktijk heeft uitgewezen dat ze ons land maar zelden weer verlaten.

(c) Het feit dat een aanzienlijk deel van de illegalen uit moslims bestaat en dat naarmate de immigratievoorwaarden strenger worden het aantal illegalen zal toenemen.

De Beer wil de problemen rond immigratie en islam niet bagatelliseren. Met name Marokkanen veroorzaken veel "maatschappelijke onrust". Maar ze blijven volgens hem een kleine groep: "Voorlopig zijn er meer NCRV-leden dan Marokkanen in Nederland." Bovendien concentreren de problemen zich in de grote steden en blijven grote delen van het platteland verschoond van overlast (een schrale troost voor de stedelingen). Momenteel telt ons land 329.000 Marokkanen. In 2050 zal dat aantal zijn gestegen tot 425.000, nog altijd slechts 2,5% van de bevolking. Hoe ‘Marokkaan’ gedefinieerd wordt, blijft echter onvermeld. Naar alle waarschijnlijkheid omvat deze categorie alleen mensen die zelf in Marokko geboren zijn, of althans een in Marokko geboren ouder hebben. Het aantal allochtonen van Marokkaanse afkomst is ongetwijfeld veel groter en hoogstwaarschijnlijk zijn de meesten van hen nog steeds behept met alle Marokkaanse onhebbelijkheden. Geen aangenaam vooruitzicht.

Drs. Joop de Beer kan in redelijkheid slechts voorspellen dat tegen 2050 in het gunstigste geval ca. 9% van de bevolking van Nederland zal bestaan uit legale moslimimmigranten van de eerste generatie en hun kinderen. Hoeveel illegale en ‘ingeburgerde' moslims onze samenleving zal tellen, is in nevelen gehuld. Het schromelijk 'onderschatten' van de omvang van deze groep door De Beer is een bewijs van kwade trouw. Ik durf er mijn kop onder te verwedden dat het percentage moslims in Nederland aanzienlijk hoger zal liggen dan de 23% die door hem als meest extreme mogelijkheid wordt gepresenteerd en het is zelfs bepaald niet ondenkbaar dat ze de meerderheid zullen vormen.

Zo wordt de Nederlandse bevolking niet alleen door de politiek maar ook door de wetenschap keihard voorgelogen.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

maandag, januari 22, 2007

Een strengere nationalisatiewet.

Er is vorig jaar alweer een grens overschreden: het aantal ‘Nederlanders’ met een dubbele nationaliteit bedraagt nu meer dan een miljoen. De helft daarvan bestaat uit genaturaliseerde Turken en Marokkanen. De meesten van hen hebben de Nederlandse nationaliteit eerder aangevraagd om hun aanspraken op de sociale voorzieningen veilig te stellen, dan omdat ze zich op enigerlei wijze met Nederland verbonden voelen. Tussen 1 januari 1992 en 1 oktober 1997 konden niet-Nederlanders bij naturalisatie hun oorspronkelijke nationaliteit behouden en daarvan is op grote schaal gebruik gemaakt. Sinds 1 oktober 1997 geldt de regel dat personen slechts één nationaliteit mogen hebben. Er is echter een aantal uitzonderingen (die o.a. verband houden met bepalingen in het land van herkomst), zodat in de praktijk het overgrote deel van de aanvragers de oorspronkelijke nationaliteit behoudt. De Marokkaanse overheid, bijvoorbeeld, staat haar burgers niet toe om afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit. De Turkse overheid staat niet-Turken niet toe van Turken te erven. Dat is heel jammer voor de betrokkenen, maar in de eerste plaats hun eigen probleem.

Toch ben ik niet principieel tegen de dubbele nationaliteit: ik wil deze zelfs verplicht stellen gedurende een vastgestelde (overgangs)periode. Het Nederlandse staatsburgerschap is namelijk geen recht, maar een voorrecht. Dit privilege moet verdiend worden. Helaas is in het verleden de Nederlandse nationaliteit gedachteloos cadeau gedaan aan ieder die belangstelling toonde. Er werd bijvoorbeeld geen enkele eis gesteld aan de kennis van de Nederlandse taal, met als gevolg dat ons land vergeven is van de ‘Nederlanders’ zijn die zich nauwelijks verstaanbaar kunnen maken buiten de eigen kring.

Momenteel worden er aan volwassen aanvragers van naturalisatie de volgende eisen gesteld:
(1) ten minste vijf jaar legaal in Nederland verblijven (bij huwelijk of samenwonen met een Nederlander drie jaar);
(2) in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning;
(3) voldoende kennis bezitten van het Nederlands (zowel mondeling als schriftelijk), aan te tonen door een (naturalisatie)toets;
(4) de laatste vier jaar geen gevangenisstraf, leer/taakstraf, of hoge geldboete hebben gekregen;
(5) bereid zijn afstand te doen van de huidige nationaliteit.
Men kan ook Nederlander worden door optie, als men bijvoorbeeld met een Nederlander getrouwd of ouder dan 65 is en men meer dan 15 jaar in Nederland gewoond heeft, of als men meerderjarig is en sinds het vierde jaar in Nederland gewoond heeft. In dat geval hoeft geen afstand te worden gedaan van de buitenlandse nationaliteit.

Wat mij betreft zouden in de nieuwe wet de volgende bepalingen van kracht moeten zijn:
(1) een aanvraag kan pas worden ingediend na een onafgebroken verblijf van ten minste 10 jaar, gerekend van het moment dat men een ‘permanente’ verblijfsvergunning heeft gekregen [wat mij betreft krijgt men alleen een permanente verblijfsvergunning op het moment dat men Nederlander wordt, daarvoor dient het louter een verblijfsvergunning voor 'onbepaalde tijd' te zijn];
(2) de aanvrager moet aantonen de Nederlandse taal in woord en geschrift goed te beheersen (dat geldt ook voor afhankelijken die automatisch ‘meeprofiteren’);
(3) de aanvrager moet van onbesproken gedrag zijn, ook voordat hij/zij in Nederland arriveerde (m.u.v. vervolging wegens overtuiging);
(4) de aanvrager moet een positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving leveren: door (vrijwilligers)werk, studie of het verzorgen van huishouden en kinderen;
(5) de aanvrager dient de Nederlandse grondrechten te kennen en te respecteren (te formaliseren door het ondertekenen van een verklaring, of het afleggen van een eed) en daarvan in woord en gedrag blijk hebben gegeven.
De mogelijkheid tot verkrijging van het Nederlanderschap door optie komt te vervallen.

Na naturalisatie gaat er een proefperiode in die ten minste vijf jaar en ten hoogste tien jaar duurt. Gedurende deze periode heeft men alle rechten die inherent zijn aan het Nederlanderschap, behalve het passieve kiesrecht. Bovendien geldt dat men na het plegen van een ernstig (gewelds)misdrijf van het Nederlanderschap wordt ontheven en na het uitzitten van de straf wordt uitgewezen. [Ik denk hierbij aan misdaden -of ze nu hier of in het buitenland gepleegd zijn- als moord, verkrachting, ernstige mishandeling, drugs- en mensenhandel, (het beramen van) terroristische aanslagen en grootscheepse fraude of oplichting. De regering wil alleen het Nederlanderschap kunnen ontnemen aan mensen die een bedreiging vormen voor de Nederlandse staat, zoals terroristen.] Bij lichtere misdrijven wordt de proefperiode gemaximaliseerd en is uitwijzing de consequentie zijn als men opnieuw de fout ingaat.

Na afloop van de maximale periode is men verplicht te kiezen. [Het omgekeerde geldt al: als men naast het Nederlanderschap gedurende 10 jaar een andere nationaliteit bezit en tien jaar buiten Nederland en buiten de EU verblijft, vervalt het Nederlanderschap.] Bij 'Nederlanders' die hun oorspronkelijke nationaliteit volgens het land van oorsprong niet kunnen opgeven, vervalt de Nederlandse nationaliteit automatisch. Voor kinderen met een dubbele nationaliteit geldt dat men op zijn 18e een beslissing moet nemen. Verliest men het Nederlanderschap of besluit men het op te geven, dan mag men uiteraard in ons land blijven, maar dan gelden de regels die in mijn opinie voor alle buitenlanders van buiten de EU moeten gelden. Zij zijn gasten en dienen zich als zodanig te gedragen.

Zij worden onderworpen aan de volgende beperkingen:
(1) men heeft geen recht op bijstand;
(2) men heeft alleen recht op een WAO-uitkering als de arbeidsongeschiktheid aantoonbaar veroorzaakt wordt door werk dat in Nederland is verricht;
(3) men heeft geen kiesrecht;
(4) men dient op verzoek van politie of justitie aan te kunnen tonen op legale wijze in zijn onderhoud te voorzien;
(5) men dient zich te onthouden van kritiek op de Nederlandse overheid en de Nederlandse samenleving en het beledigen of bedreigen van Nederlanders (en uiteraard van elk misdrijf).

Bestaande gevallen vallen ook onder deze regeling: men moet als men langer dan 10 jaar ‘Nederlander’ is binnen één jaar een definitieve keus maken en als men nog geen tien jaar ‘Nederlander’ is uiterlijk na 10 jaar. ‘Nederlanders’ die langer dan een jaar achtereen in het buitenland verblijven, of die minder dan de helft van hun tijd in ons land doorbrengen worden vervallen verklaard van de Nederlandse nationaliteit en mogen niet wederom komen. 'Nederlandse' criminelen die alleen met hun paspoort wapperen als ze in het buitenland in de problemen komen in de hoop op steun van Nederlandse diplomaten of de mogelijkheid hun (dan veel geringere straf) in Nederland uit te kunnen zitten, dienen eveneens gedenaturaliseerd te worden.

Een aantal van deze bepalingen zijn ongetwijfeld strijdig met onze huidige grondwet: daarom dient deze ook zodanig aangepast worden dat discriminatie naar herkomst en verblijfsstatus mogelijk is. Ik vind dat er in ons land alleen plaats is voor nieuwe landgenoten die zich ook echt Nederlander voelen, niet voor mensen met een verscheurd gemoed en al helemaal niet voor onderdanen van vreemde mogendheden die zich in de eerste plaats als moslim beschouwen.

Dit artikel is, in ietwat gewijzigde vorm, ook te vinden op de website van Het Vrije Volk.

vrijdag, december 15, 2006

Generaal fiasco.

Als de beschamende vertoning die zich de afgelopen dagen rondom het generaal pardon voor uitgeprocedeerde asielzoekers heeft afgespeeld ons iets geleerd heeft, is het wel dat een asielzoeker die eenmaal tot de procedure is doorgedrongen nauwelijks meer uit ons land te verwijderen is. Ook de nieuwe vreemdelingenwet vormt geen enkele belemmering voor grootscheeps misbruik van de Nederlandse menslievendheid. Herziening is dan ook dringend noodzakelijk.

Ik ben principieel tegenstander van het generaal pardon. Wangedrag mag nooit en te nimmer beloond worden. Kansloze asielzoekers schuwen geen enkele kunstgreep om in ons land te kunnen blijven: ze verstrekken valse informatie, ze traineren de asielprocedure, ze sluiten schijnhuwelijken, ze verzetten zich desnoods met geweld tegen uitzetting. Als hun verzoek om asiel door onafhankelijke rechters meermalen ongegrond is verklaard, is er geen enkele humanitaire reden om hen een permanente verblijfsvergunning te geven, al hebben ze nog zo lang in ons land verkeerd.

De argumenten die uitgeprocedeerde asielzoekers aanvoeren om uitzetting te vermijden raken meestal kant noch wal. Ze kunnen slechts zelden hard maken dat ze in het land van herkomst reëel gevaar lopen en proberen daarom medelijden te wekken met de bewering dat ze daar ‘niets hebben’. Dat zal best waar zijn, maar het is niet de plicht van de Nederlandse belastingbetalers buitenlandse avonturiers een aangenaam bestaan te verschaffen. Het feit dat ze reeds vele jaren in Nederland verblijven doet daaraan niets af –integendeel, ze hebben al veel te lang misbruik gemaakt van de Nederlandse goedhartigheid. Ze laten zich dikwijls voorstaan op hun voorbeeldige integratie, want ze spreken een beetje Nederlands, ze hebben een huis en de kinderen gaan naar school. Dit bewijst echter alleen maar dat ze de geboden mogelijkheden uitstekend weten te benutten. Vrijwel nooit hebben ze aangetoond een aanwinst voor de Nederlandse samenleving te zijn. Veel van deze asielprofiteurs zien er geen been in hun nageslacht in de strijd te werpen. De kinderen zijn natuurlijk volkomen ingeburgerd en het zou dus wreed zijn hen uit de vertrouwde omgeving weg te rukken. Dat de ouders precies hetzelfde gedaan hebben toen ze deze kinderen naar Nederland sleepten, vergeten ze voor het gemak maar.

Men kan zonder overdrijving stellen dat minstens driekwart van de wereldbevolking zijn levenspeil aanzienlijk zou kunnen verbeteren door zich in Nederland te vestigen. Ze gaan gebukt onder armoede en onvrijheid, ze lijden onder een gebrek aan medische verzorging en onderwijs, ze worden gemarginaliseerd en uitgebuit en ze hebben sombere toekomstperspectieven. Dat is zielig, maar het lot van deze mensen is niet onze verantwoordelijkheid. Zieligheid zou geen argument mogen zijn bij de eventuele toelating van immigranten in Nederland. Degenen die voor asiel in ons land aankloppen zijn bovendien bepaald niet de meest zieligen. Zij hebben de kennis, de connecties en de middelen om de lange reis naar het beloofde land te ondernemen. De werkelijk kwetsbaren hebben dat niet.

Minister Verdonk schat dat 80% van de asielzoekers economische vluchtelingen zijn en ik geloof dat ze er niet ver naast zit. Deze frauduleuze asielzoekers kosten Nederland tientallen miljoenen euro’s per jaar. Bovendien worden er mensen met een dubieus verleden en mensen die er openlijk op uit zijn onze samenleving te ondermijnen toegelaten. Een wet die zo veelvuldig, zo schaamteloos en zo straffeloos wordt overtreden leidt tot grote maatschappelijke onvrede.

Ik heb meegemaakt dat ‘asielzoekers’ zodra hun verblijfsvergunning rond was wekenlang op vakantie gingen in het land waar ze zogenaamd hun leven niet zeker waren. Ik heb meegemaakt dat ‘asielzoekers’ zodra ze een Nederlands paspoort veroverd hadden naar Engeland verkastten, waar voor hen meer te halen viel. Als ik niet enkele bonafide vluchtelingen zou kennen (zoals de Iraniër die als enige van zijn studentengroep nog in leven is en die zijn familie alleen in Turkije kan ontmoeten), zou ik er voorstander van zijn het asielrecht geheel af te schaffen.

Er wordt beweerd dat de nieuwe asielregeling de situatie verbeterd heeft. Ik bestrijd dit. De Vreemdelingenwet 2000 schrijft de volgende asielprocedure voor. Mensen kunnen asiel aanvragen op grond van het Vluchtelingenverdrag van Genève, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, klemmende redenen van humanitaire aard, of wanneer terugkeer naar het land van herkomst moeilijk is. Volgens het Verdrag van Genève is een vluchteling iemand die in eigen land gegronde vrees heeft voor vervolging op grond van godsdienstige of politieke overtuiging, nationaliteit, ras, of het behoren tot een bepaalde sociale groep.

Een asielzoeker moet zich wenden tot één van de aanmeldcentra van de IND en krijgt dan binnen vijf werkdagen te horen of zijn aanvraag in behandeling wordt genomen. Zo niet, dan moet hij Nederland direct verlaten. Indien (uiterlijk na zes maanden) positief op de aanvraag wordt beschikt, krijgt de asielzoeker een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Deze is maximaal drie jaar geldig. In deze periode mag de asielzoeker betaald werk verrichten, heeft hij recht op huisvesting, scholing en studiefinanciering en in bepaalde gevallen zelfs op gezinshereniging. Als de asielzoeker na drie jaar nog steeds aanspraak op bescherming kan maken, krijgt hij een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, hetgeen betekent dat hij permanent in Nederland mag blijven. Mocht de aanvraag worden afgewezen, dan heeft de asielzoeker het recht in beroep te gaan en de uitslag van dit beroep in Nederland af te wachten. Mocht er opnieuw een negatieve beschikking komen, dan rest het hoger beroep. De ontknoping daarvan mag de asielzoeker niet in Nederland afwachten. Als het asielverzoek definitief is afgewezen, dient de aanvrager Nederland binnen vier weken te verlaten.

Het eerste dat opvalt aan deze regeling is de vaagheid van de bewoordingen: wanneer is vrees voor vervolging ‘gegrond’; wanneer is terugkeer naar het land van herkomstmoeilijk’; wat zijn ‘klemmende humanitaire redenen’ en behoort niet iedereen tot een bepaalde sociale groep’, zelfs criminelen en terroristen? Dergelijke wollige formuleringen garanderen langdurige procedures en hardnekkig verzet tegen uitzetting. Ten tweede is de wachttijd van drie jaar voor een permanente verblijfsvergunning veel te kort. Als men asielzoekers bovendien de mogelijkheid geeft hun gezin te laten overkomen, verschaft men hen munitie om zich tegen een latere uitwijzing te weer te stellen. Ook reguliere huisvesting is gedurende deze periode uit den boze (het is niet te verkopen dat asielzoekers na zes maanden al in aanmerking komen voor een eigen woning, terwijl Nederlanders vaak jaren moeten wachten).

Naar mijn mening zijn de volgende maatregelen noodzakelijk om verder misbruik van het asielrecht te voorkomen:
(1) Vluchtelingen mogen voortaan slechts één keer om één reden in één westers land asiel aanvragen. Iemand die reeds in een ander land, of op een andere grond om asiel heeft verzocht komt in Nederland niet meer in de asielprocedure.
(2) Vluchtelingen die bij aankomst in ons land geen geldige papieren kunnen overleggen worden linea recta teruggestuurd. Vervoersondernemingen zijn er verantwoordelijk voor dat de passagiers die zij ons land binnenbrengen geldige papieren bezitten en dienen daarvan kopieën te maken.
(3) Er wordt een lijst van veilige landen opgesteld (landen die niet in een oorlogssituatie verkeren en waar geen systematische vervolging van groepen mensen door de overheid plaatsvindt). Vluchtelingen uit die landen kunnen in Nederland geen asiel aanvragen.
(4) Acceptabele gronden voor een asielaanvraag worden nauwkeuriger omschreven. Asielzoekers moeten kunnen bewijzen dat ze vervolgd worden. Mensen die vervolgd worden vanwege opvattingen die niet verenigbaar zijn met de Nederlandse waarden en normen (zoals de principes van de fundamentalistische islam) worden niet tot de asielprocedure toegelaten.
(5) Vluchtelingen die een misdaad hebben gepleegd en voornamelijk daarom ‘vervolgd’ worden, hebben geen recht op asiel, zelfs al staat hun de doodstraf te wachten.
(6) Vluchtelingen die problemen hebben met de eigen cultuur (gedwongen huwelijk), of normale verplichtingen (dienstplicht), of die zich opzettelijk provocerend hebben gedragen (homoseksuelen) hebben geen recht op asiel.
(7) Immigranten die in het buitenland toestemming voor een voorlopig verblijf hebben gekregen, of gebruik hebben gemaakt van de diensten van mensensmokkelaars kunnen in Nederland geen asiel aanvragen.
(8) Vluchtelingen die tijdens de procedure valse of onvolledige informatie verstrekken worden direct uit de asielprocedure en uit het land gezet. Hetzelfde geldt voor lieden die in Nederland enig misdrijf plegen (al is het ‘slechts’ een winkeldiefstal).
(9) Indien binnen 10 jaar na het verkrijgen van een verblijfsvergunning de grond voor deze vergunning vervalt, dient de betrokkene naar het land van herkomst terug te keren, tenzij hij bewezen heeft van waarde te zijn voor de Nederlandse samenleving. De aanwezigheid van kinderen is daarbij geen belemmering.
(10)Afgewezen asielzoekers mogen in beroep gaan, maar worden tijdens de behandeling niet door de Nederlandse overheid onderhouden en de juridische hulp wordt niet vergoed (eens kijken of de asieladvocaten dan nog zo bevlogen zijn).
(11)Asielzoekers worden in geen enkel opzicht ‘voorgetrokken’.

Economische vluchtelingen kiezen de weg van de minste weerstand. Een land met een strenge asielwet is niet langer aantrekkelijk voor gelukzoekers. Om te voorkomen dat deze lieden via een omweg ons land toch nog overstromen, moet geregeld worden dat een EU-land altijd financieel verantwoordelijk blijft voor iedere immigrant die het toelaat, zodat Nederland niet opgezadeld wordt met de gevolgen van het onverantwoorde beleid van andere EU-leden, zoals bijvoorbeeld het Spaanse generale pardon voor illegalen.

donderdag, december 07, 2006

De Antillen mogen het zelf uitzoeken.

De vermoedelijke dader van de wrede en laffe moord op de kleine Jesse Dingemans is bekend: Julien C., een 22-jarige Antilliaan. Een gewelddadige crimineel en een sociopaat. Julien C. is de verachtelijkste van de criminele Antillianen die onze straten onveilig maken, maar er zijn er duizenden. De meesten van hen zijn niet in Nederland geboren of getogen, maar komen hierheen als de grond hen in de Antillen te heet onder de voeten wordt. Pogingen om de immigratie van dergelijk gespuis tegen te gaan, of om veroordeelde criminelen terug te sturen lijden keer op keer schipbreuk, want deze lieden zijn Nederlandse staatsburgers. Ze mogen gaan en staan waar ze willen. De Antillen zelf zijn maar wat blij van deze 'probleemjongeren' verlost te worden en putten zich dan ook uit in beschuldigingen van discriminatie en racisme bij elke poging van Nederland zich tegen deze invasie te beschermen. Dit is maar een van de manieren waarop de Antillianen Nederland schofferen.

Het is een wijdverbreid misverstand dat Nederland zijn welvaart deels te danken heeft aan het uitwringen van zijn West-Indische kolonies. De Surinaamse plantage-economie is nog geen halve eeuw rendabel geweest en ook Curaçao stelde als centrum van slavenhandel nooit veel voor. Al bijna twee eeuwen moeten er jaarlijks bakken met geld bij.

Er is geen voormalige kolonie die het volkomen misplaatste schuldgevoel van Nederland over zijn 'imperialistische' verleden zo geraffineerd heeft uitgebuit als de Nederlandse Antillen. Indonesië heeft hard gevochten voor zijn vrijheid (en pikte daarbij Nieuw-Guinea mee als kleine compensatie) en Suriname leed aan voldoende zelfoverschatting om ook te opteren voor onafhankelijkheid (na de Nederlandse regering onder leiding van PvdA-premier Joop den Uyl een 'losgeld' van een miljard gulden afgeperst te hebben). Alleen de Antillen wilden per se deel blijven uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Een verstandige keus: hoe groot de bruidsschat ook zou worden, deze zou nooit opwegen tegen de tientallen miljoenen die Nederland jaarlijks in hun bodemloze put stort.

De Antillen stellen wel prijs op onafhankelijkheid bij het spenderen van overheidsmiddelen. Elke keer als de Nederlandse overheid een halfslachtige poging doet om te voorkomen dat ons geld over de balk gesmeten wordt (bijvoorbeeld voor het in stand houden van een grotendeels nutteloos ambtenarenapparaat dat de Antilliaanse machthebbers electoraal voordeel verschaft), dan zijn de beschuldigingen van neokolonialisme niet van de lucht. Daarbij ontzien de Antillianen zich niet Nederland openlijk te provoceren, bijvoorbeeld door het kiezen van een fraudeur tot regeringsleider. Het rijksdeel maakt zich bovendien verdienstelijk als doorvoerhaven voor drugs en als leverancier van ongehuwde bijstandsmoeders.

In plaats van zich van deze molensteen te ontdoen heeft de Nederlandse regering het echter bestaan de afgelopen maanden nieuwe akkoorden te sluiten met de Antilliaanse eilanden. De kleinere eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius krijgen een status die vergelijkbaar is met die van een Nederlandse gemeente. De bewoners mogen stemmen voor de Tweede Kamer en het Europees Parlement en de sociale voorzieningen (die ongetwijfeld grotendeels uit Nederlandse portemonnee betaald zullen worden) komen op het 'welvaartsniveau' van de Antillen te liggen. De grotere eilanden Curaçao en (het voor een aanzienlijk deel in maffiose handen zijnde) Sint Maarten genieten aparte voordelen. Nederland heeft beloofd 80% van de staatsschuld van 2,3 miljard euro (!!!) over te nemen, maar eist als tegenprestatie meer invloed op de financiën om verdere geldverspilling te voorkomen. Het verbijsterende is dat deze onderhandelingen, die de Nederlandse belastingbetaler vele miljarden kunnen gaan kosten, nauwelijks publiciteit hebben gekregen en ook in het geheel geen thema bij de verkiezingen vormden. Gelukkig heeft de Eilandraad van Curaçao de voorstellen verworpen. Men wil uiteraard graag van de staatsschuld af, maar men vindt de beoogde Nederlandse invloed op de rechtshandhaving en financiën 'te koloniaal'. Minister Atzo Nicolaï van Koninkrijksrelaties had Curaçao nog zo gewaarschuwd voor deze kortzichtige stap, want "ik durf niet te voorspellen of een nieuwe regering ook nog met zo'n aantrekkelijk aanbod komt".

Als dit geen vingerwijzing van boven is, dan weet ik het niet meer. Nederland heeft zich lang genoeg laten chanteren. Ik raad de nieuwe regering dringend aan dit belachelijk genereuze aanbod onmiddelijk in te trekken. Het is hoog tijd om ons van deze ondankbare last te ontdoen en de staatkundige relaties met de Antillen eenzijdig te verbreken. Om Surinaamse toestanden te voorkomen moet dit snel en radicaal gebeuren. Geen overgangsperiode waarin iedereen die zichzelf niet kan of wil onderhouden aan kan schuiven bij de Nederlandse vleespotten. Bovendien moet iedere Antilliaan die hier minder dan 10 jaar woont en die zich aan een misdrijf heeft schuldig gemaakt worden teruggestuurd. Als de Antillen hieraan geen medewerking willen verlenen, moeten ze van iedere financiële steun, nu en in de toekomst, worden verstoken. Dat zal ze leren de hand te bijten die hen voedt.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

woensdag, december 06, 2006

Ga vooral zo door, PvdA!

Steeds meer allochtonen hebben stemrecht en het overgrote deel van die allochtonen stemt op de PvdA. Toch heeft deze partij bij de laatste verkiezingen fors verloren. Hoe zou dat toch komen?

Deze jammerlijke uitslag is ongetwijfeld voor een groot deel te wijten aan de opportunistische politiek van partijleider Wouter Bos in de weken voor de verkiezingen. Toen hij weigerde uitsluitsel te geven over een eventuele preferentie voor een links kabinet –tot de SP zoveel winst leek te maken dat het een reële optie werd. Toen hij een laffe knieval maakte voor de Turkse media in de hoop Turkse stemmers terug te lokken. De autochtone kiezers zullen ongetwijfeld ook een lesje hebben geleerd van de gemeenteraadsverkiezingen eerder dit jaar. Toen obscure allochtone lijstduwers door de eigen achterban in gemeenteraden werden gekatapulteerd (want Turken en Marokkanen stemmen niet op een partij, die stemmen alleen op hun eigen soort). En misschien hebben ze ook wel wat geleerd van de onverkwikkelijke toestanden in het door de PvdA gedomineerde Amsterdam, waar stuitende zelfverrijking en vriendjespolitiek door allochtone raads- en partijleden aan de orde van de dag zijn en kwistig met subsidies voor islamitische instellingen wordt rondgestrooid.

Ooit stond de A in PvdA voor arbeid. Het feit dat het langzamerhand bon ton is te spreken over de Partij van de Allochtonen onder leiding van Wouter Boslim, had de PvdA-bonzen te denken moeten geven. Het is volstrekt duidelijk dat de belangen van de Nederlandse arbeiders bij de PvdA niet langer in goede handen zijn en die arbeiders deserteerden dan ook massaal naar de SP. De PvdA had lering kunnen trekken uit de ontwikkelingen die zich in het onderwijs hebben afgespeeld. Het volgende voorbeeld mag als representatief gelden.

In een klein provinciestadje ergens in Nederland werd in de jaren zestig een nieuwe wijk gebouwd. Dit hoogstandje van naoorlogse architectuur bestond uit een centrum van Bijlmerachtige flats omzoomd door merendeels weinig riante rijtjeshuizen. Er vestigden zich voornamelijk jonge gezinnen. Naar goed Hollands verzuilingsmodel werden er drie basisscholen gebouwd: een openbare, een rooms-katholieke en een protestants-christelijke. Die dijden in rap tempo uit, tot steeds meer kinderen de basisschoolleeftijd begonnen te ontgroeien. De doorstroming in de wijk was niet groot, maar de sociaal mobiele gezinnen die de flats de rug toekeerden werden hoofdzakelijk vervangen door allochtonen. Dat leek een meevaller, want een allochtone leerling is bij de bekostiging van het basisonderwijs bijna dubbel zoveel waard als de doorsnee autochtone leerling. Het hoofd van de rooms-katholieke school kreeg dan ook een lumineus idee om de terugloop van leerlingen en middelen tegen te gaan: hij leerde een beetje Arabisch en ging de flats langs om allochtone leerlingen te werven. Het experiment was een doorslaand succes. Het was zo’n succes dat het leerlingenaantal van de school nu tot ver beneden de honderd gezakt en het zoontje van de nieuwe directeur de enig resterende witte leerling is. De openbare school wierf niet actief allochtone leerlingen (men deed zelfs roerend zijn best om autochtone leerlingen aan te trekken en te behouden), maar ook daar steeg het percentage zwarte leerlingen gestaag, o.a. omdat een deel van de Marokkanen in de wijk een hekel had aan de landgenoten die hun kinderen naar de katholieke school stuurden. De openbare school heeft nu nog maar 20% van het aantal leerlingen dat ze op het hoogtepunt van haar bestaan telde. De enige die niets te klagen had was de christelijke school, al stond die bekend als stijf en saai. Deze instelling bleef trouw aan haar principes en liet slechts een beperkt percentage ‘ambitieuze andersdenkenden’ toe (zoals een Afrikaans meisje dat van de openbare school werd gehaald omdat daar te veel allochtonen op zaten). Ook de christelijke school aan de rand van de wijk groeide tegen de klippen op. Zo wordt men dus van groot en wit klein en zwart.

Autochtone ouders willen het beste voor hun kinderen. Hoe zwarter een school wordt, des te meer heeft de kwaliteit van het onderwijs te lijden. Zodra het percentage zwarte leerlingen boven een bepaald niveau komt, gaan witte ouders de school mijden. Autochtone kiezers willen het beste voor hun wijk, hun gemeente, hun land. Hoe hoger het percentage allochtonen in hun wijk, hun gemeente, hun land wordt, des te meer heeft de kwaliteit van de samenleving te lijden. Zodra een partij te afhankelijk wordt van zwarte stemmen, gaan witte kiezers die partij mijden.

Allochtonen kunnen alleen electorale macht uitoefenen als meerdere partijen naar hun gunsten hengelen. Het moet voor de andere grote partijen zo langzamerhand zonneklaar zijn dat ze van de allochtone kiezers weinig te verwachten hebben. Waarom zouden ze zich van die kiezers nog een jota aantrekken? Als alle allochtonen op de PvdA stemmen, zijn ze goed voor zo’n 15 zetels in de Tweede Kamer. Een middelgrote getuigenispartij, meer niet. Bovendien is er een gerede kans dat geslaagde niet-islamitische allochtonen deze partij eveneens links laten liggen. [De centrumrechtse politici zouden zich moeten spiegelen aan de situatie in Amerika, waar geen enkele ‘regenboogcoalitie’ de Democraten aan een meerderheid kan helpen. De Republikeinen verliezen alleen als de blanke middenklasse ze in de steek laat, zoals bij de laatste verkiezingen gebeurd is.]

Ik hoop van harte dat de Nederlandse arbeiders eindelijk het licht zien. De PvdA en delen van de SP wringen zich in allerlei bochten om ze te laten geloven dat ze gemeenschappelijke belangen met het allochtone proletariaat hebben, maar dat is een aperte leugen. Integendeel, zij zijn degenen die met meest direct te lijden hebben onder de verloedering, de criminaliteit, de straatterreur en de andere ellende die de aanwezigheid van grote concentraties allochtonen met zich meebrengt. Ik kan me niet voorstellen dat er ook maar één weldenkende arbeider is die ‘Franse toestanden’ in ons land wil en met de door de PvdA voorgestane koers zijn die onvermijdelijk. Helaas zijn stemgewoonten vaak taai en is de onbekendheid met de werkelijke doelstellingen van partijen vaak groot. Anders had een deel van de traditionele achterban de PvdA al veel eerder de rug toegekeerd uit afkeer over de gretigheid waarmee de partij voor de (islamitische) allochtonen op de knieën is gaan liggen. In het verleden hebben veel potentiële SP-stemmers uiteindelijk toch maar op de PvdA gestemd, omdat ze vreesden dat hun stem anders verloren ging. Die angst is (hopelijk definitief) verdwenen.

Ik heb gemengde gevoelens over de SP. De maoïstische achtergrond van voorman Jan Marijnissen geeft te denken, evenals zijn schandalige bewering dat islamitische terroristen vergeleken kunnen worden met verzetsstrijders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook het feit dat men engagementsjunkie Anja Meulenbelt tot senator heeft verkozen is suspect. Maar verkiezingsrethoriek zegt niet alles. Ik heb Jan ook wel eens verstandige, niet politiek-correcte analyses horen maken en de SP is zich maar al te zeer bewust dat onder de nieuwe aanhang bijna evenveel voormalige Fortuyn- als voormalige PvdA-stemmers zitten. Bovendien heeft de partij aangetoond pragmatische keuzes niet uit de weg te gaan. Een groot deel van de SP-stemmers zijn mensen die tegen de afbraak van de verzorgingsstaat zijn, maar de deur dicht willen houden voor concurrenten op de arbeidsmarkt en profiteurs van de sociale voorzieningen. De SP is dan ook een minder enthousiaste allochtonenknuffelaar dan de PvdA, GroenLinks en het Pechtoldiaanse D66. De partij is voor een generaal pardon (jammer), maar er stonden slechts weinig allochtonen op de kieslijst, men was tegen de EU-grondwet en men wil een referendum over de toetreding van Turkije (en we weten allemaal wat daarvan de uitslag zal zijn). Jan Marijnissen heeft al laten weten dat de vergroting van de financiële kloof tussen arm en rijk voor hem onbespreekbaar is, maar dat hij verder best compromissen wil sluiten. Het zou met hem wel eens makkelijker regeren kunnen zijn dan met Wouter Bos, zoals op gemeenteniveau door CDA/SP-colleges al tijden wordt bewezen.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.