Posts tonen met het label wetgeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetgeving. Alle posts tonen

woensdag, juni 13, 2012

Falende psychotherapeuten.

De lessen van het bloedbad in Alphen a/d Rijn. (Oorspronkelijke publicatie 13-7-2011.)

Tijdens de persconferentie over de resultaten van het onderzoek naar de schietpartij van 9 april 2011 in winkelcentrum De Ridderhof in Alphen a/d Rijn, waarbij 6 mensen om het leven kwamen en 16 (deels zwaar) gewond werden, kwamen onthutsende feiten aan het licht. Dader Tristan van der Vlis was een paranoïde schizofreen met zelfmoordneigingen, een onbedwingbaar verlangen God te straffen door ‘zijn schepselen pijn te doen’ en een fascinatie voor spree killers. Zo iemand had nooit en te nimmer een wapenvergunning mogen krijgen, dat zal zelfs de grootste schiettuigfetishist toegeven.

In 2005 was Tristan door de politie al eens een wapenvergunning (waar hij als lid van een schietvereniging in principe recht op had) geweigerd vanwege een incident met een luchtbuks. Toen hij in 2008 voor de tweede maal een vergunning aanvroeg, was deze overtreding echter verjaard. Ook toen beschikte de politie echter over informatie (nl. zijn gedwongen opname in een gesloten psychiatrische inrichting in 2006) die ertoe had moeten leiden dat hem de gevraagde vergunning opnieuw ontzegd was. Die informatie was echter niet doorgegeven aan de beoordelaar, was door hem over het hoofd gezien, of was door hem niet op waarde geschat. Een menselijke fout dus. Kan gebeuren, zou je denken.

Het schokkende is echter dat de politie alleen bij toeval over deze informatie beschikte. Psychiatrische instellingen zijn niet verplicht gedwongen opnames aan de politie te melden en doen dat, met verwijzing naar het medische beroepsgeheim, dus niet –ook al vertoont de patiënt het typische profiel van een spree killer. Alleen als de hulp van de politie wordt ingeroepen om een onwillige patiënt bij een instelling af te leveren, zoals in het geval van Tristan van der Vlis, is deze op de hoogte. Er lopen honderden paranoïde, schizofrene, suïcidale en/of door bloedbaden geobsedeerde frustraten rond waar de politie niets van weet.

Nu kan men natuurlijk de regels aanscherpen. De onderzoekers deden al een suggestie in deze richting tijdens de persconferentie. Zo kan de overheid behandelaars verplichten informatie over gedwongen opnames aan de politie door te geven (de KNMG is hier natuurlijk tegen), of kan men een register aanleggen van mensen die wegens psychische stoornissen geen wapenvergunning mogen krijgen, dat door de politie in geval van een aanvrage geraadpleegd kan worden. Ook kan men wapenhandelaren verplichten de aanschaf van meerdere wapens tegelijk, ongewone hoeveelheden munitie, of kogelvrije vesten (die in geen enkele schietvereniging nodig zijn) te melden. Maar regels kunnen ontdoken worden en er zullen altijd mensen zijn die fouten maken.

Jaarlijks komen honderden ongelukkigen om in het verkeer. Onbelemmerde mobiliteit wordt in onze samenleving echter gezien als een groot goed, zodat we deze slachtoffers ‘voor lief nemen’. Deze overweging geldt echter niet voor het bezit van vuurwapens. Schiet- en jachtverenigingen dienen geen enkel maatschappelijk nut. Zielige mannetjes die hun ego willen opkrikken door wild om zich heen te paffen zoeken maar een andere hobby. [Kooivechten lijkt me wel wat, dan loopt alleen hun eigen soort risico.] Ik kan het dan ook niet vaak genoeg zeggen: schietverenigingen, de plezierjacht (ook die van de koninklijke familie) en iedere andere vorm van legaal vuurwapenbezit door particulieren moeten worden verboden.

Hopelijk zullen er als gevolg van deze zaak koppen gaan rollen. Ik vind niet dat de baas van de Alphense politie zijn kop op het hakblok moet leggen vanwege het tekortschieten van een ondergeschikte (zoals door sommigen wordt geëist), zolang de fout tenminste niet het gevolg is van een rammelende organisatie of overbelasting. Als de betreffende beoordelaar cruciale informatie over het hoofd heeft gezien, dan moet hij bestraft worden. Erger is echter het spectaculaire falen van de ‘hulpverleners’. Verscheidene van hen waren op de hoogte van de psychische problemen van Tristan en van het feit dat hij vuurwapens wilde aanschaffen (daarvan was de GGZ Rivierduinen door de ouders zelf op de hoogte gesteld) Toch is er niet ingegrepen, een grof schandaal. Ontslag op staande voet wegens verregaande incompetentie is wel het minste dat er dient te gebeuren.

Het falen van de psycheuten* die Tristan van der Vlis ‘behandeld’ hebben is symptomatisch voor het disfunctioneren van de hele beroepsgroep. Hulpverleners zijn zo gefocust op de belangen van de ‘cliënt’ dat ze de risico’s voor de samenleving compleet negeren, of van mening zijn dat burgers deze gevaren maar moeten accepteren omdat men psychopaten en criminelen nu eenmaal niet levenslang op kan sluiten. Het beschermen van onschuldigen zou echter niet alleen voor de politie, maar ook voor psychotherapeuten de eerste prioriteit dienen te zijn. Schieten ze hierin stelselmatig te kort, dan kan men de professie maar beter opdoeken. Als een objectieve analyse van de gevaren die wandelende tijdbommen als Tristan van der Vlis opleveren ertoe leidt dat ze de rest van hun leven in een gesloten inrichting door moeten brengen, heb ik daar niet het minste probleem mee.

* Psycheut is mijn term voor iemand die in de waan verkeert een psychoot te kunnen genezen -en die dus bijna even gek is als zijn patiënt. Helaas valt het gros van de redders in psychische nood onder deze definitie.

dinsdag, oktober 26, 2010

Rutte's paspoortperikelen.

Onze kersverse premier Mark Rutte heeft de eerste affaire aan zijn broek hangen en dit lijkt geheel en al zijn eigen schuld. Als hij werkelijk tevoren heeft geweten dat zijn beoogde Staatssecretaris van Volksgezondheid Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (de naam verraadt weinig) ook de Zweedse nationaliteit bezit, dan had hij op zijn vingers kunnen narekenen dat dit vlekje op het kabinet hem problemen met de PVV en de oppositiepartijen zou opleveren. Het is dan ook onbegrijpelijk dat hij heeft ingestemd met haar benoeming. Tijdens het Tweede Kamerdebat over de dubbele nationaliteit van de voormalige staatssecretaris Nebahat Albayrak had hij weliswaar tegen de motie van wantrouwen van Geert Wilders gestemd, maar wel duidelijk gemaakt dat hij het chiquer zou vinden als zij afstand zou doen van haar Turkse paspoort. Hij had kunnen voorzien dat het feit dat hij blijkbaar minder moeite heeft met de Zweedse nationaliteit van Veldhuijzen van Zanten hem door de oppositie als bewijs van hypocrisie zou worden nagedragen. Daar komt nog bij dat het nieuwe VVD-Kamerlid Bart de Liefde ook een tweede nationaliteit blijkt te hebben, nl. de Britse.

De oppositie heeft deze kansen voor open doel uiteraard met beide voeten verzilverd. Job Cohen eiste op hoge toon excuses van Rutte aan Albayrak en deze ging nog een stapje verder door verontschuldigingen aan alle dubbele paspoorthouders (meer dan een miljoen exemplaren –meest moslims uiteraard) te verlangen.

Er was voor Rutte geen enkele reden om in te stemmen met de kandidatuur van Veldhuijzen van Zanten, behalve een bijna pathetische vastbeslotenheid om het CDA niet voor het hoofd te stoten. Als bescheiden verpleeghuisarts zonder politieke ervaring, die bovendien pas het lidmaatschap van het CDA verwierf nadat haar gevraagd was staatssecretaris te worden, was zij bepaald niet de beste keuze voor de baan. Kandidaten van dit kaliber heeft het CDA bij tientallen rondlopen. Men zou bijna vermoeden dat Rutte van niets wist en hij er door het CDA (of in iedere geval sommige personen binnen het CDA) ingeluisd is. Het ironische is immers dat Wilders bij het debat over Albayrak nadrukkelijk verkondigd had dat hij bij een kandidaat met een blonde kuif en de Zweedse nationaliteit niet anders zou reageren.

Nu zal geen zinnig mens ontkennen dat een Zweeds of Brits paspoort (of het paspoort van enig ander EU-land) aanzienlijk minder problematisch is dan de nationaliteit van een land (zoals Turkije en Marokko) dat een ijzeren greep op zijn onderdanen in het buitenland probeert te houden. Maar het gaat hier uiteindelijk om het principe: een dubbele nationaliteit impliceert een dubbele loyaliteit en mensen die de belangen van Nederland moeten behartigen dienen alleen de belangen van Nederland voor ogen te hebben.

Een eventuele instemming met de kandidatuur van Veldhuijzen van Zanten kan moeilijk anders worden geïnterpreteerd dan als de zoveelste knieval van de VVD voor het CDA. Rutte wilde blijkbaar zo wanhopig graag de eerste liberale premier sinds het begin van de vorige eeuw worden, dat hij uitverkoop heeft gehouden van de belangen van de VVD. Niet ten onrechte is opgemerkt dat in het regeerakkoord de punten uit het verkiezingsprogramma van het CDA het meest prominent naar voren komen. Het is bovendien absurd dat het CDA, dat slechts tweederde van het aantal zetels van de VVD in de Tweede Kamer bezet, evenveel ministerposten heeft gekregen. De PVV heeft op het oog heel wat voor elkaar gekregen bij de onderhandelingen over het gedoogakkoord (op het gebied van de immigratie, veiligheid en sociale zekerheid), maar loopt grote kans bij de stemming over de voorgestelde maatregelen eveneens door het CDA (in de vorm van de nergens aan gebonden zijnde ‘dissidenten’) te worden belazerd.

Wat dubbele nationaliteiten betreft, is het de hoogste tijd dat de wetgeving wordt aangescherpt en vooral nageleefd. Ook nu al worden (genaturaliseerde) Nederlanders verondersteld hun additionele nationaliteit(en) op te geven, maar ieder excuus om dat niet te doen is blijkbaar acceptabel. Hoe het mogelijk is dat iemand met puur Nederlandse ouders, die alleen voor een Brits paspoort in aanmerking komt omdat hij toevallig op Brits grondgebied geboren is, nog steeds vasthoudt aan zijn tweede nationaliteit (dus de wetgeving aan zijn laars lapt) en dat blijkbaar met instemming van de partijleiding van de VVD doet, is mij een raadsel.

Er moet op dit punt dringend klaarheid worden geschapen, want: wie een dubbele nationaliteit heeft, is slechts een halve Nederlander en halve Nederlanders dienen (in Nederland) minder rechten te hebben dan hele Nederlanders. Ik stel dan ook het volgende voor:

(1) Halve Nederlanders wordt het passieve kiesrecht onthouden: ze mogen dus geen politieke functie (zoals minister, staatssecretaris [adios Veldhuijzen], kamerlid [adios Albayrak], wethouder of gemeenteraadslid) uitoefenen.
(2) Halve Nederlanders mogen geen bestuurlijke positie (zoals burgemeester [adios Aboutaleb] of Commissaris van de Koningin) bekleden.
(3) Halve Nederlanders mogen niet dienen in het leger [adios Eddaoudi] of bij de politie.
(4) Halve Nederlanders mogen niet figureren in vertegenwoordigende teams [adios Affelay].

Ik beweer niet dat mensen met een dubbel paspoort per definitie deloyaal en mensen met een enkel paspoort per definitie loyaal zijn aan Nederland, maar als men Nederland wil besturen, beschermen, of vertegenwoordigen dient men exclusief voor Nederland gekozen te hebben.

Voor een dergelijke wetswijziging is het niet nodig de Grondwet aan te passen (al is dat dringend noodzakelijk), aangezien hele Nederlanders en halve Nederlanders geen gelijke gevallen zijn.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

dinsdag, november 06, 2007

Discriminatie moet kunnen.

Vorige week ontstond een storm in een glas water over het voornemen van het Amsterdamse CU-deelraadslid Yvette Lont (een ex-hoer van het ergste soort die zich heeft opgewerkt tot een zwarte Jeanne D’Arc) om bij het eerstvolgende partijcongres een voorstel in te dienen om praktiserende homoseksuelen uit te sluiten van bestuurs- en vertegenwoordigende functies in de partij. Vermoedelijke aanleiding was het recente terugtreden van het Wageningse raadslid Monique Heger, nadat duidelijk geworden was dat haar bekering tot de lesbische liefde bij een groot deel van de steunfractie weerstanden opriep. Tweederde van de regiohoofden bleek het standpunt van Lont te onderschrijven, evenals een meerderheid van de leden (waarvan er één zich uitvoerig beklaagde over de door de partijleiding uitgeoefende gewetensdwang). Dit bracht partijleider André Rouvoet in een lastig parket: als regeringspartij kan de CU niet het verwijt op zich laden zich aan discriminatie schuldig te maken, maar hij wilde liever niet een groot deel van de achterban voor het hoofd stoten. Onder druk van andere politieke partijen (de afdeling Amsterdam Zuidoost van de VVD diende zelfs een aanklacht tegen Lont in) ging hij uiteindelijk overstag en keerde hij zich dapper tegen discriminatie van homoseksuelen in de partij. Lont trok na overleg met de partijtop haar voorstel in, omdat ze erop vertrouwt dat er intern een stevige discussie over het onderwerp zal plaatsvinden: op het congres zal worden gesproken over een gedragscode voor alle CU-vertegenwoordigers (waarbij om de homoknuffelaars tegemoet te komen geen onderscheid zal worden gemaakt tussen de zondige gedragingen van homo’s en hetero’s).

Het zal misschien verbazing wekken, maar ik geef Yvette Lont groot gelijk. Als atheïst ben ik niet echt bedreven in bijbelexegese, doch het is zelfs voor mij zo klaar als een klontje dat volgens de bijbel ‘de Heere’ niet bepaald welwillend neerziet op homoseksuelen, met name niet op degenen die zich aan sodomie te buiten gaan. Een partij die beweert politiek te bedrijven met de bijbel als richtsnoer kan dan ook niet anders dan homoseksualiteit afwijzen. Lont keert zich in haar voorstel expliciet tegen praktiserende homoseksuelen: niet de geaardheid wordt dus gehekeld, maar het gedrag. [De katholieke kerk benadert het probleem op overeenkomstige wijze. Moslims, daarentegen, doen precies het omgekeerde: zij veroordelen de geaardheid, maar praktiseren het gedrag dat het een lieve lust is.] Eerlijk gezegd begrijp ik niet waarom homoseksuelen lid zouden willen zijn van een partij die hun favoriete seksuele handelingen als zondig beschouwd. Als ze per se christelijke politiek willen bedrijven, kunnen ze zich beter aanmelden bij het CDA (dat een openlijk lesbisch regeringslid –Minister van Landbouw Gerda Verburg- in de gelederen heeft). Zijn ze niettemin vastbesloten tot de CU toe te treden, dan hebben homoseksuelen altijd nog de optie een celibatair leven te leiden of hun geaardheid geheim te houden. Ik ben er trouwens van overtuigd dat een heteroseksueel die zich op overspel beroemt bij de aanhangers van deze partij evenmin veel genade zal vinden.

Sommige critici van Lont beroepen zich op de Grondwet, die naar hun inzicht politieke partijen verbiedt te discrimineren. Dit is een foutieve interpretatie: artikel 1 van de grondwet gebiedt slechts de overheid haar onderdanen in gelijke gevallen gelijk te behandelen. [In deze formulering ligt al meteen een aanzienlijke mate van onzekerheid besloten, want wanneer zijn gevallen gelijk?] De overheid mag niet discrimineren, hetgeen impliceert dat naast overheidsinstellingen ook overheidsdienaren die handelen uit hoofde van hun functie en (grotendeels) met overheidsgeld gefinancierde organisaties niet mogen discrimineren (ambtenaren van de burgerlijke stand mogen dus in principe niet weigeren een homohuwelijk te sluiten –maar dat wordt bijbelvaste christenen door deze regering juist wél toegestaan). Het feit dat de CU een regeringspartij is, maakt deze organisatie niet tot onderdeel van de overheid. Er staat nergens in de grondwet dat particulieren of particuliere organisaties niet zouden mogen discrimineren. Dit verbod is neergelegd in de Wet Gelijke Behandeling, waarvan de uitvoering wordt bewaakt door de vooringenomen en veelbekritiseerde Commissie Gelijke Behandeling. Ik acht een verbod op discriminatie door particulieren onzinnig en wel om de volgende redenen:

(1) Discriminatie (= het maken van onderscheid tussen wij en zij) is een natuurlijk fenomeen. Sociobiologen beweren dat dit gedrag in onze genen verankerd en in evolutionair opzicht noodzakelijk is. Menig primitief volk duidt zichzelf aan met een naam die er geen twijfel over laat bestaan dat ze zich als de enige ware mensen beschouwen. Discriminatie uitroeien is dus bij voorbaat een bijna onmogelijke opgave. De opvattingen over wie er tot de in- respectievelijk outgroup gerekend dienen te worden variëren naar gelang de omstandigheden. Er is dus een zekere ruimte voor beïnvloeding door de overheid, maar dwang werkt averechts.

(2) Welke handelingen en uitspraken als discriminatie beschouwd dienen te worden, is zeer eenzijdig gedefinieerd. In de praktijk blijken alleen blanken (en dan nog voornamelijk niet-islamitische blanke mannen) zich aan discriminatie schuldig te kunnen maken. Even stuitende pogingen tot uitsluiting door moslims, gekleurden en vrouwen worden niet als bestrijdenswaardig beschouwd. Tegen etnische entrepreneurs die uitsluitend landgenoten aanstellen, wordt bijvoorbeeld zelden actie ondernomen. Excuus is meestal dat alleen discriminatie door blanken de slachtoffers werkelijk schaadt, wat baarlijke nonsens is.

(3) Discriminatie kan dikwijls onmogelijk bewezen worden. In de praktijk richt de overheid zich op een klein deel van een scala aan discriminatoire handelingen: met name discriminatie op de arbeidsmarkt en in de horeca. Discriminatie bij het vervullen van een vacature kan alleen bewezen worden als (a) de werkgever zo dom is hier openlijk voor uit te komen, of (b) de betrokkene de enige gekwalificeerde kandidaat is en desondanks wordt afgewezen. Dat zal tegenwoordig nog maar zelden gebeuren. Vermeende discriminatie wordt daarom bewezen met statistische methoden, met als gevolg een enorme druk op organisaties om ‘een afspiegeling van de samenleving’ te zijn, ongeacht het feit of de minderbedeelde groepen überhaupt in staat zijn genoeg adequaat opgeleide werkwilligen te leveren.

(4) Bij de bestrijding van discriminatie komt men veelvuldig in conflict met andere grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst. Welke keuze er in zo’n geval gemaakt dient te worden laat de regering bepalen door de van vertegenwoordigers van belangengroepen vergeven Commissie Gelijke Behandeling. Het is zo langzamerhand zonneklaar hoe het oordeel dan uitpakt: als het moslims betreft gaan de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting boven het tegengaan van discriminatie, als het de rest van de bevolking betreft geldt het omgekeerde. Het bestrijden van discriminatie in woord en geschrift leidt tot (zelf)censuur en op den duur tot het ontstaan van een soort gedachtenpolitie, wat niet ten onrechte geassocieerd wordt met de dictaturen van Hitler en Stalin.

(5) Anti-discriminatiewetgeving impliceert een onacceptabele inmenging in het privé-leven van burgers (ofschoon de privé-sfeer formeel is vrijgesteld van overheidsbemoeienis). Hoe onzinnig deze wetgeving is, wordt duidelijk als men in plaats van de arbeidsmarkt de relatiemarkt in ogenschouw neemt. Stel je voor dat je als racist gebrandmerkt wordt als je geen relatie wilt met een zwarte die jou wél ziet zitten. Of dat de overheid mensen kapittelt en beboet als hun vriendenkring niet gemengd genoeg is. Het is net zo absurd om een werkgever te verplichten (vaak minder geschikte) leden van minderheidsgroepen in dienst te nemen. Of om mensen te dwingen samen te werken met personen wier opvattingen diametraal tegenover de hunne staan (zelfs al is er een kans dat bekend ook bemind maakt). Dit is misschien nog wel ingrijpender aangezien de meeste werkenden heel wat meer tijd met hun collega’s dan met hun vrienden doorbrengen.

(6) Mensen hebben vaak een heel goede reden om te discrimineren.Discriminatie is risicoanalyse”, las ik ergens en zo is het maar net. Bij contacten met personen die je niet kent en die tot een groep behoren met gebruiken die je op het oog weinig kunnen bekoren, doe je er verstandig aan af te gaan op de ervaringen van anderen, gesublimeerd tot statistische waarschijnlijkheden. Er is een gerede kans dat dergelijke analyses ten onrechte negatief uitvallen voor de betrokkenen, maar het omgekeerde kan eveneens gebeuren (en daar hoor je nooit iemand over). Als de overheid discriminatie wil bestrijden dan moet zij risico’s verminderen, bijvoorbeeld door het werkgevers makkelijker te maken slecht functionerende werknemers te ontslaan.

Men kan hier tegen inbrengen dat discriminatie moreel verwerpelijk is en dus op principiële gronden bestreden moet worden. Daar valt wat voor te zeggen, met name als het gaat om uitsluiting vanwege lichamelijke kenmerken die men veranderen noch verbergen kan, zoals sekse, ras en (in iets mindere mate) leeftijd. De seksuele geaardheid kan men niet naar believen veranderen, daar zijn de meeste deskundigen het wel over eens, maar door de geschiedenis heen zijn er miljoenen seksueel ‘abnormalen’ geweest die hun geaardheid met succes verborgen hebben. Sommige homoseksuelen gedragen zich onnodig provocerend en moeten dan ook niet gek opkijken als afwijzing hun deel wordt. [Overigens worden andere seksuele minderheden, zoals pedoseksuelen en sadisten, door de overheid wel degelijk ongelijk behandeld, met vrijwel ieders instemming.] Met discriminatie vanwege kenmerken die op vrije keuze berusten, zoals religie of politieke overtuiging, heb ik de minste moeite. Ik heb bar weinig op met mensen die een verderfelijke ideologie als de islam of het communisme aanhangen en ik kan niet garanderen dat ik hen gelijk zal behandelen. Ik ben hierin bepaald niet uniek: de (linkse) politici die het schuim om de mond staat als homoseksuelen worden achtergesteld, discrimineren zelf met overgave als het mensen met opvattingen die hén tegen de borst stuiten betreft, zoals orthodoxe christenen en islamcritici (door hen steevast verketterd als islamofoben).

Zolang het een interne aangelegenheid blijft, maak ik me niet druk om het feit dat de SGP vrouwen als ondergeschikt aan de man beschouwt en geen vrouwelijke leden wil, of dat moslims homo’s verachten. Er is niemand die de slachtoffers van deze vooroordelen dwingt het lidmaatschap van de SGP te ambiëren, of moslim te worden. Het moet de vrouwen- en homohaters echter niet worden toegestaan hun ideeën aan anderen op te dringen, of op buitenstaanders in de praktijk te brengen. Ik vind ook niet dat het verboden zou moeten worden Marokkanen uit een disco te weren. Hoe pijnlijk dit voor de betrokkenen ook is, er zijn alternatieven genoeg -en mocht dat niet zo wezen, dan zouden die Marokkanen zich eens moeten afvragen waarom hun centen nergens welkom zijn. De kans dat we bij het afschaffen van het verbod op discriminatie weer bordjes tegen zullen komen als ‘slegs vir blanke’ of ‘verboten für Juden’ is uiterst gering: dit wordt door de publieke opinie niet geaccepteerd en kan zelfs tot een boycot leiden. Met name bij vermeend racisme is de publieke reactie fel (soms belachelijk fel), zoals voorzitter Johan Vermeersch van FC Brussels recentelijk ondervond: zijn wat onbehouwen maar terechte kritiek op een zwarte speler werd direct afgestraft met de aftocht van een belangrijke sponsor. Voor de overheid ligt naar mijn mening bij de bestrijding van deze vormen van discriminatie geen (wetgevende) taak.

Discriminatie door particulieren en particuliere organisaties moet kunnen. De overheid is vanwege de eigen verantwoordelijkheid echter wel gerechtigd discriminerende organisaties niet langer te subsidiëren. Naar mijn mening is de CU in veel opzichten opvallend tolerant: vrouwen en zwarten worden niet alleen niet achtergesteld, maar zelfs overhaast naar voren geschoven (waarvan Yvette Lont het levende voorbeeld is) en ik vraag me af of er andere partijen zijn waar een ex-prostituee gemeenteraadslid kan worden (ik heb een donkerbruin vermoeden dat de VVD in dit opzicht een stuk minder ruimdenkend is). Wat mij betreft mag de CU dus gerust de hand blijven ophouden bij de overheid. Dit geldt niet voor islamitische organisaties, die geen enkele vorm van discriminatie schuwen en die wat mij betreft in het geheel geen subsidie meer behoren te ontvangen. Helaas bewerkstelligt het intrekken van de subsidie vaak louter cosmetische aanpassingen: onder dreiging van subsidieverlies laat de SGP nu bijvoorbeeld vrouwelijke leden toe, maar zij hebben niets in te brengen als lege briefjes.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

dinsdag, februari 13, 2007

De valkuil van de democratie.

Amerika is democratischer dan Nederland. Niet alleen de president en de volksvertegenwoordigers worden daar democratisch verkozen, maar ook de burgemeesters, sheriffs en andere hoge ambtenaren, tot zelfs de openbare aanklagers toe. Betekent dit dat Amerika beter bestuurd wordt dan Nederland? Verre van dat! De commerciële omroepen zijn democratischer dan de publieke omroepen. Zij maken uitsluitend programma’s met de bedoeling dat er zo veel mogelijk mensen zo lang mogelijk naar kijken. Betekent dit dat de uitzendingen van de commerciële omroepen beter zijn dan die van de publieke omroepen? Verre van dat! Democratie is geen garantie voor kwaliteit.

Democratie is geen staatsvorm voor beginners. Om naar behoren te kunnen functioneren vraagt democratie een goed opgeleide en ter zake kundige bevolking, geen lamlendige massa stemvee, die zich laat manipuleren door gratuite soundbites of religieuze propaganda. Aangezien het aantal onwetende en domme mensen in de meeste landen het aantal ontwikkelde en verstandige mensen verre overtreft, is democratie in het verleden vaak een gevaarlijke optie gebleken: Hitler is op democratische wijze aan de macht gekomen en ook andere dictatoren, zoals Mao, Stalin en Fidel Castro, zijn door de ‘wil van het volk’ naar de voorgrond gestuwd. Democratie is geen garantie voor rechtvaardigheid.

Het grootste deel van de huidige democratieën heeft moeite om verantwoord om te gaan met essentiële vrijheden. Als men de heilsboodschap van de democratie gaat brengen aan landen waar de grote massa van de bevolking ongeletterd en gewend aan knechtschap is, kunnen de resultaten van het 'democratische proces' wel eens heel teleurstellend uitvallen. Iets wat vooral Amerika nog altijd niet begrepen heeft.

De pathetische pogingen van de Amerikanen en hun bondgenoten om de democratie wortel te doen schieten in door tegenstellingen verscheurde islamitische landen als Afghanistan en Irak kunnen slechts tot een debacle leiden. De groepering die numeriek overwicht heeft zal democratische verkiezingen misbruiken om de macht te grijpen teneinde de tegenstanders des te effectiever te kunnen onderdrukken. In ‘gewone’ islamitische landen is de uitkomst van het democratische proces dikwijls de triomf van partijen die voorstander zijn van een theocratie. Dat wordt soms (bijvoorbeeld in Algerije en Pakistan) door de meer westers georiënteerde politieke en militaire machthebbers ondemocratisch en desnoods met geweld tegengewerkt, tot afschuw van naïeve westerlingen die vinden dat zelfs de meest verwerpelijke uitslag eerbiedigt moet worden. Zelfs islamitische landen waarin de democratie tot op heden redelijk gefunctioneerd heeft (zoals Indonesië) dreigen steeds meer in de greep te raken van het totalitaire islamisme, met de zegen van een groot deel van de bevolking.

Minister Donner heeft in zijn beruchte interview met Vrij Nederland getracht de mogelijke consequenties van onze veelgeroemde democratische vrijheden duidelijk te maken met zijn opmerkingen over de mogelijke invoering van de sharia. Democratie is geen garantie voor vrijheid: democratie kan juist leiden tot de vernietiging van onze vrijheden. De invoering van de sharia vergt een grondwetswijziging en daar is een tweederde meerderheid voor nodig, maar bij de meeste democratische beslissingen heeft men genoeg aan een meerderheid van 50% plus 1. Dat kan vervelende gevolgen hebben voor de resterende 50 % min 1.

De gedachte onder de sharia te moeten leven jaagt de meeste autochtone Nederlanders de stuipen op het lijf en de respons op zijn uitspraken was dan ook heftig. De reacties vielen in een aantal categorieën uiteen. (a) hij werd verketterd omdat men de indruk kreeg dat hij voor de invoer van de sharia zou zijn, wat -zoals hij later nadrukkelijk verklaarde- niet het geval is; (b) moslims en sommige autochtone 'deskundigen' sloofden zich uit om te bewijzen dat invoering van de sharia helemaal niet zo’n ramp is en dat de identificatie van de sharia met afgehakte handen en gestenigde vrouwen weer zo’n dom westers vooroordeel is; (c) een aantal pessimisten zag in emigratie (men kan zich afvragen waarheen) de enige uitweg als het ooit zover zou komen; (d) een enkeling vroeg zich af of men in de grondwet geen barrières moet opwerpen tegen het op democratische wijze afschaffen van onze grondrechten (waarvoor men in het huidige klimaat van zelfbedrog voorlopig geen 2/3 meerderheid zal kunnen vinden).

De islam is de grootste vijand van recht en vrijheid. De islam beledigt, de islam discrimineert, de islam zaait haat, de islam preekt geweld en de islam treedt niet alleen de grondrechten van alle niet-moslims, maar ook die van minstens de helft van de moslims met voeten. Verbieden kunnen wij de meest intolerante van alle religies echter niet, noch kunnen wij de toestroom van de aanhangers van deze religie blokkeren. Onze democratie geeft haar ergste vijand de wapens om haar te vernietigen, als dat niet het toppunt van ironie is!

Ik ben om deze redenen niet bepaald een vurige aanhanger van de democratie. Een goed functionerende democratie is pas mogelijk als aan de voorwaarden voor verantwoord burgerschap (kennis, oordeelsvermogen, betrokkenheid) in bredere kringen wordt voldaan dan nu. Tot dan zal iedereen beter af zijn in een meritocratie: een stelsel waarin de politieke invloed van een burger bepaald wordt door de merites (verdienste) die hij/zij heeft voor de samenleving. Hoe de vertaling van merites in stemgewicht ook zal zijn, één ding is zeker: in een meritocratie zullen maar heel weinig moslims iets in te brengen hebben.

maandag, januari 22, 2007

Een strengere nationalisatiewet.

Er is vorig jaar alweer een grens overschreden: het aantal ‘Nederlanders’ met een dubbele nationaliteit bedraagt nu meer dan een miljoen. De helft daarvan bestaat uit genaturaliseerde Turken en Marokkanen. De meesten van hen hebben de Nederlandse nationaliteit eerder aangevraagd om hun aanspraken op de sociale voorzieningen veilig te stellen, dan omdat ze zich op enigerlei wijze met Nederland verbonden voelen. Tussen 1 januari 1992 en 1 oktober 1997 konden niet-Nederlanders bij naturalisatie hun oorspronkelijke nationaliteit behouden en daarvan is op grote schaal gebruik gemaakt. Sinds 1 oktober 1997 geldt de regel dat personen slechts één nationaliteit mogen hebben. Er is echter een aantal uitzonderingen (die o.a. verband houden met bepalingen in het land van herkomst), zodat in de praktijk het overgrote deel van de aanvragers de oorspronkelijke nationaliteit behoudt. De Marokkaanse overheid, bijvoorbeeld, staat haar burgers niet toe om afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit. De Turkse overheid staat niet-Turken niet toe van Turken te erven. Dat is heel jammer voor de betrokkenen, maar in de eerste plaats hun eigen probleem.

Toch ben ik niet principieel tegen de dubbele nationaliteit: ik wil deze zelfs verplicht stellen gedurende een vastgestelde (overgangs)periode. Het Nederlandse staatsburgerschap is namelijk geen recht, maar een voorrecht. Dit privilege moet verdiend worden. Helaas is in het verleden de Nederlandse nationaliteit gedachteloos cadeau gedaan aan ieder die belangstelling toonde. Er werd bijvoorbeeld geen enkele eis gesteld aan de kennis van de Nederlandse taal, met als gevolg dat ons land vergeven is van de ‘Nederlanders’ zijn die zich nauwelijks verstaanbaar kunnen maken buiten de eigen kring.

Momenteel worden er aan volwassen aanvragers van naturalisatie de volgende eisen gesteld:
(1) ten minste vijf jaar legaal in Nederland verblijven (bij huwelijk of samenwonen met een Nederlander drie jaar);
(2) in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning;
(3) voldoende kennis bezitten van het Nederlands (zowel mondeling als schriftelijk), aan te tonen door een (naturalisatie)toets;
(4) de laatste vier jaar geen gevangenisstraf, leer/taakstraf, of hoge geldboete hebben gekregen;
(5) bereid zijn afstand te doen van de huidige nationaliteit.
Men kan ook Nederlander worden door optie, als men bijvoorbeeld met een Nederlander getrouwd of ouder dan 65 is en men meer dan 15 jaar in Nederland gewoond heeft, of als men meerderjarig is en sinds het vierde jaar in Nederland gewoond heeft. In dat geval hoeft geen afstand te worden gedaan van de buitenlandse nationaliteit.

Wat mij betreft zouden in de nieuwe wet de volgende bepalingen van kracht moeten zijn:
(1) een aanvraag kan pas worden ingediend na een onafgebroken verblijf van ten minste 10 jaar, gerekend van het moment dat men een ‘permanente’ verblijfsvergunning heeft gekregen [wat mij betreft krijgt men alleen een permanente verblijfsvergunning op het moment dat men Nederlander wordt, daarvoor dient het louter een verblijfsvergunning voor 'onbepaalde tijd' te zijn];
(2) de aanvrager moet aantonen de Nederlandse taal in woord en geschrift goed te beheersen (dat geldt ook voor afhankelijken die automatisch ‘meeprofiteren’);
(3) de aanvrager moet van onbesproken gedrag zijn, ook voordat hij/zij in Nederland arriveerde (m.u.v. vervolging wegens overtuiging);
(4) de aanvrager moet een positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving leveren: door (vrijwilligers)werk, studie of het verzorgen van huishouden en kinderen;
(5) de aanvrager dient de Nederlandse grondrechten te kennen en te respecteren (te formaliseren door het ondertekenen van een verklaring, of het afleggen van een eed) en daarvan in woord en gedrag blijk hebben gegeven.
De mogelijkheid tot verkrijging van het Nederlanderschap door optie komt te vervallen.

Na naturalisatie gaat er een proefperiode in die ten minste vijf jaar en ten hoogste tien jaar duurt. Gedurende deze periode heeft men alle rechten die inherent zijn aan het Nederlanderschap, behalve het passieve kiesrecht. Bovendien geldt dat men na het plegen van een ernstig (gewelds)misdrijf van het Nederlanderschap wordt ontheven en na het uitzitten van de straf wordt uitgewezen. [Ik denk hierbij aan misdaden -of ze nu hier of in het buitenland gepleegd zijn- als moord, verkrachting, ernstige mishandeling, drugs- en mensenhandel, (het beramen van) terroristische aanslagen en grootscheepse fraude of oplichting. De regering wil alleen het Nederlanderschap kunnen ontnemen aan mensen die een bedreiging vormen voor de Nederlandse staat, zoals terroristen.] Bij lichtere misdrijven wordt de proefperiode gemaximaliseerd en is uitwijzing de consequentie zijn als men opnieuw de fout ingaat.

Na afloop van de maximale periode is men verplicht te kiezen. [Het omgekeerde geldt al: als men naast het Nederlanderschap gedurende 10 jaar een andere nationaliteit bezit en tien jaar buiten Nederland en buiten de EU verblijft, vervalt het Nederlanderschap.] Bij 'Nederlanders' die hun oorspronkelijke nationaliteit volgens het land van oorsprong niet kunnen opgeven, vervalt de Nederlandse nationaliteit automatisch. Voor kinderen met een dubbele nationaliteit geldt dat men op zijn 18e een beslissing moet nemen. Verliest men het Nederlanderschap of besluit men het op te geven, dan mag men uiteraard in ons land blijven, maar dan gelden de regels die in mijn opinie voor alle buitenlanders van buiten de EU moeten gelden. Zij zijn gasten en dienen zich als zodanig te gedragen.

Zij worden onderworpen aan de volgende beperkingen:
(1) men heeft geen recht op bijstand;
(2) men heeft alleen recht op een WAO-uitkering als de arbeidsongeschiktheid aantoonbaar veroorzaakt wordt door werk dat in Nederland is verricht;
(3) men heeft geen kiesrecht;
(4) men dient op verzoek van politie of justitie aan te kunnen tonen op legale wijze in zijn onderhoud te voorzien;
(5) men dient zich te onthouden van kritiek op de Nederlandse overheid en de Nederlandse samenleving en het beledigen of bedreigen van Nederlanders (en uiteraard van elk misdrijf).

Bestaande gevallen vallen ook onder deze regeling: men moet als men langer dan 10 jaar ‘Nederlander’ is binnen één jaar een definitieve keus maken en als men nog geen tien jaar ‘Nederlander’ is uiterlijk na 10 jaar. ‘Nederlanders’ die langer dan een jaar achtereen in het buitenland verblijven, of die minder dan de helft van hun tijd in ons land doorbrengen worden vervallen verklaard van de Nederlandse nationaliteit en mogen niet wederom komen. 'Nederlandse' criminelen die alleen met hun paspoort wapperen als ze in het buitenland in de problemen komen in de hoop op steun van Nederlandse diplomaten of de mogelijkheid hun (dan veel geringere straf) in Nederland uit te kunnen zitten, dienen eveneens gedenaturaliseerd te worden.

Een aantal van deze bepalingen zijn ongetwijfeld strijdig met onze huidige grondwet: daarom dient deze ook zodanig aangepast worden dat discriminatie naar herkomst en verblijfsstatus mogelijk is. Ik vind dat er in ons land alleen plaats is voor nieuwe landgenoten die zich ook echt Nederlander voelen, niet voor mensen met een verscheurd gemoed en al helemaal niet voor onderdanen van vreemde mogendheden die zich in de eerste plaats als moslim beschouwen.

Dit artikel is, in ietwat gewijzigde vorm, ook te vinden op de website van Het Vrije Volk.

dinsdag, januari 16, 2007

Het zwaard van Damocles.

Wat zullen ze hem over een eeuw of zo vervloeken, in de laatste autochtone enclaves in Neerlandistan of, waarschijnlijker nog, in de enclaves van Neerlandistaanse vluchtelingen in uithoeken als Patagonië of Newfoundland: artikel 1 van de Nederlandse grondwet.

Dit artikel luidt als volgt: Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan. Twee onderdelen springen hierbij direct in het oog. (1) De frase allen die zich in Nederland bevinden. Deze categorie omvat niet alleen de niet-Nederlanders, maar zelfs de illegalen. (2) De frase op welke grond dan ook. Deze zet de deur open naar een eindeloze reeks van mogelijkheden om iemand op frivole gronden aan te klagen wegens discriminatie. Nederlanders hebben volgens de Nederlandse grondwet op Nederlandse bodem niet meer rechten dan wie dan ook. Ik vind dit onbegrijpelijk en onacceptabel. Voor het geval men zou denken dat dit artikel een recente toevoeging is die uit de koker komt van multiculti-adepten: deze formulering stond al in de eerste versie van de grondwet, daterend van 24 augustus 1815.

Weinigen zullen zich toentertijd gerealiseerd hebben welke dramatische gevolgen deze zinsneden nog eens zouden hebben. Immigranten kregen dezelfde rechten als geboren en getogen Nederlanders, daar zag niemand iets kwaads in. Onze ervaringen met immigranten waren in die tijd immers gunstig. De Iberische Joden, de Hugenoten, de Duitsers en de Scandinaviërs, allen hadden een waardevolle bijdrage aan welvaart en welzijn geleverd en waren zonder enig probleem geïntegreerd. Tot het begin van de jaren zestig konden we in ieder geval staande houden dat immigranten onze samenleving niet negatief beïnvloedden. Hongaarse vluchtelingen waren een aanwinst gebleken; Zuid-Europese gastarbeiders hadden zich aangepast of waren teruggekeerd; de weinige immigranten uit onze (voormalige) koloniën waren over het algemeen goed opgeleid en vastbesloten er wat van te maken; Chinezen en Molukkers integreerden misschien niet helemaal probleemloos, maar ontwrichtten nergens onze buurten en steden. Een echt immigratieland was Nederland trouwens niet en wilde het ook niet zijn.

De laatste decennia is dat positieve beeld drastisch veranderd. Niet alleen is het aantal immigranten schrikbarend toegenomen -en niet vanwege de behoeften van de Nederlandse samenleving zelf- de culturele en religieuze kloof tussen de immigranten en de autochtone bevolking is groter dan ooit. De Surinamers die vlak voor de onafhankelijkheid massaal naar Nederland uitweken, stamden niet langer uit de goed opgeleide en geaccultureerde elite en de overgang verliep niet bepaald vlekkeloos, maar ze kenden de taal, deelden in meerderheid de christelijke religie en waren enigszins vertrouwd met de Nederlandse geschiedenis en cultuur. Dat gold niet voor de gastarbeiders uit Marokko en Turkije, die in de jaren zestig werden aangeworven om een aantal tot ondergang gedoemde 'maakindustrieën' (o.a. de textielindustrie) kunstmatig in leven te houden. De meesten van hen werden geronseld in door armoede geteisterde plattelandsgebieden (het Rifgebergte en Anatolië), die zelfs in eigen land als achterlijk beschouwd werden. Ze waren analfabeet of hadden een minimale opleiding en bovenal: ze waren moslim.

Een zakelijke misrekening zette een autonoom proces in werking dat het aantal van deze immigranten onstuitbaar heeft doen toenemen. Ze gingen niet terug zoals verwacht, maar ze bleven; ze haalden hun families naar Nederland; ze trouwden met mensen uit het vaderland en ze kregen veel, heel veel kinderen. Dit alles met de zegen van de Nederlandse wetgeving, de politieke gezagsdragers en de opiniemakers –maar niet van de gewone Nederlanders. Als een would-be immigrant eenmaal ons land is binnengedrongen, op welke wijze dan ook, dan kan hij al onze vrijheden en verworvenheden voor zich opeisen. Niet verwonderlijk dus dat velen alles doen om binnen te geraken: valse asielverzoeken, gedwongen huwelijken, schijnhuwelijken, mensensmokkel, het maakt niet uit. Eenmaal in Nederland is de kans dat ze ooit weer uitgezet worden miniem, dankzij de wettelijke bescherming die zelfs de grootste misdadigers hier genieten. Ze worden bovendien met open armen ontvangen door de progressieven en bevlogenen in dit land, die zich blind staren op de ‘zieligheid’ van deze gelukzoekers.

Degenen die geloofden dat er weinig principiële verschillen bestaan tussen deze immigranten en de Italianen en Grieken die eerder met zo weinig repercussies voor ons aan de slag waren gegaan, zodat men erop vertrouwen kon dat ze ook wel zouden integreren (waaronder de meeste beleidsmakers), begingen een fatale denkfout. Er gaapt een diepe kloof tussen het noordelijke en het zuidelijke deel van het Middellandse Zeegebied. Die kloof is niet zozeer cultureel van aard: het eer-en-schaamte complex bepaalt in het gehele gebied de interactie tussen mensen. Het probleem ligt op het gebied van de religie. Hoezeer atheïsten en agnosten enerzijds (vanuit een negatieve houding) en sommige christenen en moslims anderzijds (vanuit een positieve houding) de tegenstellingen ontkennen of bagatelliseren, de verschillen tussen christendom/humanisme en islam zijn fundamenteel en onoverbrugbaar. Het christendom zet in op liefde en gerechtigheid, de islam op verachting en verovering. Moslims zijn in feite onintegreerbaar. De waarden van de islam staan diametraal tegenover de onze.

Het gros van de moslims wil niet in vrede met ons leven. Ze zijn hoogstens bereid een tijdelijke wapenstilstand met ons te sluiten tot ze sterk genoeg zijn om ons te onderwerpen. Deze conclusie volgt onvermijdelijk uit (1) wat er in de koran en de hadith staat –en die geschriften zijn voor moslims onaantastbaar (2) wat vooraanstaande moslims openlijk verklaren -en wat door westerse beleidsmakers nog altijd wordt weggewoven en (3) het gedrag van moslims overal ter wereld. Het is een groot misverstand om te denken dat de radicale moslim en de modale moslim in hun opvattingen veel verschillen. Ze verschillen voornamelijk in hun voorkeur voor de middelen die ze willen inzetten om hun opvattingen te realiseren.

De Nederlandse gastvrijheid oogst bij moslims weinig dankbaarheid. Nederland (en de rest van het Westen) maakt in hun ogen deel uit van de Dar al-Harb, het Land van de Oorlog, waartoe geen moslim wil behoren. Ze willen er wonen, ze willen er profiteren van alle verworvenheden, maar ze willen het vooral veranderen -in een onderdeel van de Dar al-Islam, het Land van de Gelovigen. Vooraanstaande moslims laten daarover geen enkele twijfel bestaan en ze doen ook niet geheimzinnig over de manier waarop ze hun doel denken te bereiken:

We hebben vijftig miljoen moslims in Europa. Er zijn tekenen dat Allah de Islam de overwinning zal schenken in Europa –zonder zwaarden, zonder geweren, zonder veroveringstochten. De vijftig miljoen moslims van Europa zullen het binnen een paar decaden in een moslimcontinent veranderen. Europa staat voor een moeilijke keus, net als Amerika. Ze moeten erin toestemmen islamitisch te worden, of de islam de oorlog verklaren. Muammar al-Ghadaffi (dictator van Libië)

We zullen jullie veroveren met de baarmoeders van onze vrouwen. Abdelaziz Bouteflika (president van Algerije)

Ik ben tegen de stelling dat twee kinderen genoeg zijn. Ons land heeft een grote capaciteit. Het heeft de capaciteit om vele kinderen te laten opgroeien. Het heeft zelfs genoeg capaciteit voor 120 miljoen mensen. [Nu zijn het er 70 miljoen, bijna allemaal arm.] Het zijn de westerlingen die problemen hebben. Omdat hun bevolkingsgroei negatief is, maken ze zich zorgen en zijn ze bang dat als onze bevolking groeit wij over hen zullen triomferen. Mahmoud Ahmadenejad (president van Iran)

We maken het de moslims wel heel makkelijk om ons land te veroveren. We brengen zelf nauwelijks kinderen voort en subsidiëren de veel grotere moslimgezinnen. We leggen de volksverhuizing geen strobreed in de weg. We delen het staatsburgerschap uit alsof het een snoepje is. We haasten ons de meest onbeschofte eisen in te willigen. We durven geen woord van kritiek op de islam te uiten. We kruipen in onze schulp bij de meest onzinnige beschuldigingen van racisme. We zwelgen in zelfhaat. We verdedigen ons niet, omdat we ons zo nodig aan een achterhaalde grondwet moeten houden.

Degenen die verkondigen dat moslims en niet-moslims ‘vreedzaam’ naast elkaar kunnen leven in landen waarin de moslims geen minuscule minderheid vormen, of waarin de niet-moslims niet als dhimmi’s aan hen onderworpen zijn, maken zich schuldig aan een criminele vorm van (zelf)bedrog. De moslims in het Westen hebben ons al lang de oorlog verklaard, het wordt hoog tijd dat wij hen eveneens de oorlog verklaren. De immigratie van moslims dient gestopt te worden. Alle moslims (en andere immigranten) die zich niet in woord en gedrag aan onze normen en waarden willen aanpassen (met andere woorden, niet willen assimileren), dienen uit ons midden verwijderd te worden. We kunnen dit onmogelijk doen zonder te discrimineren. Daarom dient artikel 1 van de grondwet drastisch gewijzigd te worden. De mogelijkheid tot 'discriminatie' naar herkomst en verblijfsstatus is voor de toekomst van het Nederlandse volk van levensbelang. In mijn visie dienen alleen Nederlanders aanspraak te kunnen maken op de volledige grondrechten, zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. Voor ‘halve Nederlanders’ en buitenlanders moeten beperkingen van kracht te zijn, afhankelijk van hun herkomst (al dan niet uit een EU-land) en verblijfsstatus. Internationale verdagen die dit onmogelijk maken moeten worden opgezegd.

We moeten onze vrijheid met een steeds grotere onveiligheid bekopen. Natuurlijk kunnen ook andere artikelen uit de grondwet aangepast worden, met name artikel 6 (dat de vrijheid van godsdienst waarborgt). Dat er veel mensen bereid zijn de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen (voor autochtone Nederlanders tenminste) is al lang duidelijk. Dit betekent echter dat men de rechten van alle Nederlanders aantast, in plaats van alleen de rechten van (ongewenste) vreemdelingen. Door het aanpassen van artikel 1 zal de keuze tussen vrijheid en veiligheid ons hopelijk bespaard blijven.

De tijd dringt. Het percentage moslims in onze samenleving verviervoudigt iedere generatie. Voor een grondwetswijziging is een 2/3 meerderheid nodig. Binnen enkele decaden is deze meerderheid nooit meer te verkrijgen en dan kunnen we nog slechts wachten op het moment dat een moslimmeerderheid al onze rechten afschaft.

vrijdag, december 15, 2006

Generaal fiasco.

Als de beschamende vertoning die zich de afgelopen dagen rondom het generaal pardon voor uitgeprocedeerde asielzoekers heeft afgespeeld ons iets geleerd heeft, is het wel dat een asielzoeker die eenmaal tot de procedure is doorgedrongen nauwelijks meer uit ons land te verwijderen is. Ook de nieuwe vreemdelingenwet vormt geen enkele belemmering voor grootscheeps misbruik van de Nederlandse menslievendheid. Herziening is dan ook dringend noodzakelijk.

Ik ben principieel tegenstander van het generaal pardon. Wangedrag mag nooit en te nimmer beloond worden. Kansloze asielzoekers schuwen geen enkele kunstgreep om in ons land te kunnen blijven: ze verstrekken valse informatie, ze traineren de asielprocedure, ze sluiten schijnhuwelijken, ze verzetten zich desnoods met geweld tegen uitzetting. Als hun verzoek om asiel door onafhankelijke rechters meermalen ongegrond is verklaard, is er geen enkele humanitaire reden om hen een permanente verblijfsvergunning te geven, al hebben ze nog zo lang in ons land verkeerd.

De argumenten die uitgeprocedeerde asielzoekers aanvoeren om uitzetting te vermijden raken meestal kant noch wal. Ze kunnen slechts zelden hard maken dat ze in het land van herkomst reëel gevaar lopen en proberen daarom medelijden te wekken met de bewering dat ze daar ‘niets hebben’. Dat zal best waar zijn, maar het is niet de plicht van de Nederlandse belastingbetalers buitenlandse avonturiers een aangenaam bestaan te verschaffen. Het feit dat ze reeds vele jaren in Nederland verblijven doet daaraan niets af –integendeel, ze hebben al veel te lang misbruik gemaakt van de Nederlandse goedhartigheid. Ze laten zich dikwijls voorstaan op hun voorbeeldige integratie, want ze spreken een beetje Nederlands, ze hebben een huis en de kinderen gaan naar school. Dit bewijst echter alleen maar dat ze de geboden mogelijkheden uitstekend weten te benutten. Vrijwel nooit hebben ze aangetoond een aanwinst voor de Nederlandse samenleving te zijn. Veel van deze asielprofiteurs zien er geen been in hun nageslacht in de strijd te werpen. De kinderen zijn natuurlijk volkomen ingeburgerd en het zou dus wreed zijn hen uit de vertrouwde omgeving weg te rukken. Dat de ouders precies hetzelfde gedaan hebben toen ze deze kinderen naar Nederland sleepten, vergeten ze voor het gemak maar.

Men kan zonder overdrijving stellen dat minstens driekwart van de wereldbevolking zijn levenspeil aanzienlijk zou kunnen verbeteren door zich in Nederland te vestigen. Ze gaan gebukt onder armoede en onvrijheid, ze lijden onder een gebrek aan medische verzorging en onderwijs, ze worden gemarginaliseerd en uitgebuit en ze hebben sombere toekomstperspectieven. Dat is zielig, maar het lot van deze mensen is niet onze verantwoordelijkheid. Zieligheid zou geen argument mogen zijn bij de eventuele toelating van immigranten in Nederland. Degenen die voor asiel in ons land aankloppen zijn bovendien bepaald niet de meest zieligen. Zij hebben de kennis, de connecties en de middelen om de lange reis naar het beloofde land te ondernemen. De werkelijk kwetsbaren hebben dat niet.

Minister Verdonk schat dat 80% van de asielzoekers economische vluchtelingen zijn en ik geloof dat ze er niet ver naast zit. Deze frauduleuze asielzoekers kosten Nederland tientallen miljoenen euro’s per jaar. Bovendien worden er mensen met een dubieus verleden en mensen die er openlijk op uit zijn onze samenleving te ondermijnen toegelaten. Een wet die zo veelvuldig, zo schaamteloos en zo straffeloos wordt overtreden leidt tot grote maatschappelijke onvrede.

Ik heb meegemaakt dat ‘asielzoekers’ zodra hun verblijfsvergunning rond was wekenlang op vakantie gingen in het land waar ze zogenaamd hun leven niet zeker waren. Ik heb meegemaakt dat ‘asielzoekers’ zodra ze een Nederlands paspoort veroverd hadden naar Engeland verkastten, waar voor hen meer te halen viel. Als ik niet enkele bonafide vluchtelingen zou kennen (zoals de Iraniër die als enige van zijn studentengroep nog in leven is en die zijn familie alleen in Turkije kan ontmoeten), zou ik er voorstander van zijn het asielrecht geheel af te schaffen.

Er wordt beweerd dat de nieuwe asielregeling de situatie verbeterd heeft. Ik bestrijd dit. De Vreemdelingenwet 2000 schrijft de volgende asielprocedure voor. Mensen kunnen asiel aanvragen op grond van het Vluchtelingenverdrag van Genève, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, klemmende redenen van humanitaire aard, of wanneer terugkeer naar het land van herkomst moeilijk is. Volgens het Verdrag van Genève is een vluchteling iemand die in eigen land gegronde vrees heeft voor vervolging op grond van godsdienstige of politieke overtuiging, nationaliteit, ras, of het behoren tot een bepaalde sociale groep.

Een asielzoeker moet zich wenden tot één van de aanmeldcentra van de IND en krijgt dan binnen vijf werkdagen te horen of zijn aanvraag in behandeling wordt genomen. Zo niet, dan moet hij Nederland direct verlaten. Indien (uiterlijk na zes maanden) positief op de aanvraag wordt beschikt, krijgt de asielzoeker een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Deze is maximaal drie jaar geldig. In deze periode mag de asielzoeker betaald werk verrichten, heeft hij recht op huisvesting, scholing en studiefinanciering en in bepaalde gevallen zelfs op gezinshereniging. Als de asielzoeker na drie jaar nog steeds aanspraak op bescherming kan maken, krijgt hij een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, hetgeen betekent dat hij permanent in Nederland mag blijven. Mocht de aanvraag worden afgewezen, dan heeft de asielzoeker het recht in beroep te gaan en de uitslag van dit beroep in Nederland af te wachten. Mocht er opnieuw een negatieve beschikking komen, dan rest het hoger beroep. De ontknoping daarvan mag de asielzoeker niet in Nederland afwachten. Als het asielverzoek definitief is afgewezen, dient de aanvrager Nederland binnen vier weken te verlaten.

Het eerste dat opvalt aan deze regeling is de vaagheid van de bewoordingen: wanneer is vrees voor vervolging ‘gegrond’; wanneer is terugkeer naar het land van herkomstmoeilijk’; wat zijn ‘klemmende humanitaire redenen’ en behoort niet iedereen tot een bepaalde sociale groep’, zelfs criminelen en terroristen? Dergelijke wollige formuleringen garanderen langdurige procedures en hardnekkig verzet tegen uitzetting. Ten tweede is de wachttijd van drie jaar voor een permanente verblijfsvergunning veel te kort. Als men asielzoekers bovendien de mogelijkheid geeft hun gezin te laten overkomen, verschaft men hen munitie om zich tegen een latere uitwijzing te weer te stellen. Ook reguliere huisvesting is gedurende deze periode uit den boze (het is niet te verkopen dat asielzoekers na zes maanden al in aanmerking komen voor een eigen woning, terwijl Nederlanders vaak jaren moeten wachten).

Naar mijn mening zijn de volgende maatregelen noodzakelijk om verder misbruik van het asielrecht te voorkomen:
(1) Vluchtelingen mogen voortaan slechts één keer om één reden in één westers land asiel aanvragen. Iemand die reeds in een ander land, of op een andere grond om asiel heeft verzocht komt in Nederland niet meer in de asielprocedure.
(2) Vluchtelingen die bij aankomst in ons land geen geldige papieren kunnen overleggen worden linea recta teruggestuurd. Vervoersondernemingen zijn er verantwoordelijk voor dat de passagiers die zij ons land binnenbrengen geldige papieren bezitten en dienen daarvan kopieën te maken.
(3) Er wordt een lijst van veilige landen opgesteld (landen die niet in een oorlogssituatie verkeren en waar geen systematische vervolging van groepen mensen door de overheid plaatsvindt). Vluchtelingen uit die landen kunnen in Nederland geen asiel aanvragen.
(4) Acceptabele gronden voor een asielaanvraag worden nauwkeuriger omschreven. Asielzoekers moeten kunnen bewijzen dat ze vervolgd worden. Mensen die vervolgd worden vanwege opvattingen die niet verenigbaar zijn met de Nederlandse waarden en normen (zoals de principes van de fundamentalistische islam) worden niet tot de asielprocedure toegelaten.
(5) Vluchtelingen die een misdaad hebben gepleegd en voornamelijk daarom ‘vervolgd’ worden, hebben geen recht op asiel, zelfs al staat hun de doodstraf te wachten.
(6) Vluchtelingen die problemen hebben met de eigen cultuur (gedwongen huwelijk), of normale verplichtingen (dienstplicht), of die zich opzettelijk provocerend hebben gedragen (homoseksuelen) hebben geen recht op asiel.
(7) Immigranten die in het buitenland toestemming voor een voorlopig verblijf hebben gekregen, of gebruik hebben gemaakt van de diensten van mensensmokkelaars kunnen in Nederland geen asiel aanvragen.
(8) Vluchtelingen die tijdens de procedure valse of onvolledige informatie verstrekken worden direct uit de asielprocedure en uit het land gezet. Hetzelfde geldt voor lieden die in Nederland enig misdrijf plegen (al is het ‘slechts’ een winkeldiefstal).
(9) Indien binnen 10 jaar na het verkrijgen van een verblijfsvergunning de grond voor deze vergunning vervalt, dient de betrokkene naar het land van herkomst terug te keren, tenzij hij bewezen heeft van waarde te zijn voor de Nederlandse samenleving. De aanwezigheid van kinderen is daarbij geen belemmering.
(10)Afgewezen asielzoekers mogen in beroep gaan, maar worden tijdens de behandeling niet door de Nederlandse overheid onderhouden en de juridische hulp wordt niet vergoed (eens kijken of de asieladvocaten dan nog zo bevlogen zijn).
(11)Asielzoekers worden in geen enkel opzicht ‘voorgetrokken’.

Economische vluchtelingen kiezen de weg van de minste weerstand. Een land met een strenge asielwet is niet langer aantrekkelijk voor gelukzoekers. Om te voorkomen dat deze lieden via een omweg ons land toch nog overstromen, moet geregeld worden dat een EU-land altijd financieel verantwoordelijk blijft voor iedere immigrant die het toelaat, zodat Nederland niet opgezadeld wordt met de gevolgen van het onverantwoorde beleid van andere EU-leden, zoals bijvoorbeeld het Spaanse generale pardon voor illegalen.

zondag, december 03, 2006

Geef moslims maar de dhimmi-status.

Dhimmi’s zijn de oorspronkelijke inwoners van een door islamieten veroverd land, die zich niet hebben bekeerd en een beschermings-verdrag (dhimma) volgens de regels van de sharia hebben gesloten met de islamitische overheid. Aanvankelijk was deze status voorbehouden aan de Mensen van het Boek (christenen en joden), maar in sommige gebieden gold deze ook voor hindoes en boeddhisten. Zij waren onmiskenbaar tweederangs burgers en onderworpen aan tal van beperkingen. Tegenwoordig wordt dhimmi vaak gebruikt als scheldnaam voor westerlingen die de indruk wekken dat zij het niet zo’n probleem zouden vinden om als dhimmi’s in een islamitisch land te leven.

De moderne dhimmi’s (ook wel dhimwits genoemd) bevinden zich overwegend, maar niet uitsluitend, aan de linkerkant van het politieke spectrum. Ze lijden aan een schuldcomplex vanwege alle slechtheid die door het Westen is verspreid (christendom, imperialisme, kapitalisme, e.d.) en het onrecht dat daardoor mensen in de Derde Wereld is aangedaan. Dhimmi’s kan men aantreffen onder:
Marxisten: met hun motto ‘proletariërs aller landen verenigt u’ (zoals we weten zijn de meeste westerlingen meedogenloze kapitalisten en de meeste islamieten uitgebuite proleten).
Socialisten: met hun motto ‘solidariteit met de zwakkeren’ (dat de moslims in de westerse samenlevingen tot de in alle opzichten zwakkeren behoren is evident).
Liberalen: met hun ‘laissez-faire’ mentaliteit (zolang het goed gaat met de economie maken zij zich nergens druk over).
Progressieve christenen: (liberale katholieken zijn de ergste) met hun onweerstaanbare drang om hun vijanden te beminnen.

Zij hebben de westerse waarden van vrijheid, gelijkheid en tolerantie hoog in het vaandel, zonder blijkbaar in het minst te beseffen dat degenen die zij zo naarstig verdedigen staan te popelen om die vrijheid, gelijkheid en tolerantie om zeep te brengen. Het tijdstip dat moslims het in ons werelddeel voor het zeggen krijgen, wordt door het beleid dat de moderne dhimmi’s propageren snel naderbij gebracht. Ze overheersen zowel de politiek als de media. Toonbeeld van het moderne Nederlandse dhimmidom is Job 'laten we vooral de boel bij elkaar houden' Cohen, helaas burgemeester van onze grootste stad.

Ongelovige dhimmi’s scheren alle godsdiensten, met name het katholicisme en de islam, over één kam. Beide hebben slechte kanten, maar de islamieten zijn zieliger en verdienen dus steun. Daarbij knijpt men graag een oogje dicht als het om de discriminatie van vrouwen, homo’s en atheïsten (gezamenlijk toch de meerderheid in de linkse kerk) gaat. Opvallend genoeg vergelijken ze steevast de aberraties van de moderne islam met gewelddadige episoden uit het (verre) christelijke verleden, zoals de kruistochten, de jodenvervolging en de inquisitie (waarvoor de katholieke kerk zich overigens bij diverse gelegenheden verontschuldigd heeft). Zich als progressief afficiërende christenen zijn zo geobsedeerd door de splinter in het eigen oog, dat ze de balk in de ogen van de islamieten niet zien.

Typerend voor moderne dhimmi’s (zoals deze droevige figuur) is dat ze altijd een excuus (armoede, vernedering, westers imperialisme, e.d.) weten te vinden voor elke misdaad die door moslims wordt gepleegd en manmoedig proberen begrip op te brengen voor zelfs de meest walgelijke terroristische slachtpartijen onder onschuldige burgers. Ze houden stijf en strak vol dat de terroristen, radicalen en fundamentalisten slechts een kleine minderheid vormen die de islam misbruiken voor de eigen politieke doeleinden (want de pure islam is volgens hen een vreedzame religie). Ze negeren koppig het schouwspel dat keer op keer in tal van islamitische landen is waar te nemen: dat van horden uitzinnige mensen (pardon, mannen) die staan te juichen als er bij aanslagen in het Westen weer eens talloze onschuldigen zijn omgekomen, of die razend zijn om weer een nieuwe 'schandelijke belediging van de islam of de profeet'. [De zogenaamde radicale islam mag misschien radicaal wezen in zijn gewelddadige uitdrukkingswijze, maar is modaal in zijn opvattingen.]

Typerend voor moderne dhimmi’s is dat ze de multiculturele samenleving verheerlijken. Ze streven naar ‘integratie met behoud van eigen identiteit’. Ze worden lyrisch van het feit dat de maatschappij zoveel ‘kleuriger’ is geworden: de muziek, de kleding, de feesten, het eten van de Medelanders zijn voor hen veel aantrekkelijker dan hun saaie Hollandse tegenhangers. De negatieve kanten van multicultisprookje worden consequent doodgezwegen. Misdrijven van moslims mogen niet vermeld en niet onderzocht worden, want dat leidt tot ‘stigmatisering’. Moslims moeten ten volle van de voordelen van de westerse samenleving kunnen profiteren (bestaanszekerheid om maar eens iets onbenulligs te noemen) zonder dat daar iets tegenover hoeft te staan.

Typerend voor de moderne dhimmi’s is dat ze bereid zijn hun eigen vrijheden en verworvenheden te compromitteren om moslims geen aanstoot te geven. Aangezien moslims snel aanstoot nemen, gaan ze daarin heel ver. Moslims moeten onbelemmerd gebruik kunnen maken van het recht op vrijheid van meningsuiting (en niet-moslims de vreselijkste scheldwoorden en bedreigingen kunnen toevoegen), maar niet-moslims moeten begrijpen dat veel zaken in de moslimgemeenschap ‘gevoelig’ liggen en hun uitingen daaraan aanpassen. [Het woord zelfcensuur zullen ze echter nooit in de mond nemen.]

Typerend voor moderne dhimmi’s is dat ze van mening zijn dat iedereen die in Nederland aan komt kloppen daar per definitie een goede reden voor heeft (want je land ontvluchten is niet niks) en dus moet worden toegelaten. Bij een wake voor de slachtoffers van de Schipholbrand bestond een van de treurenden het zelfs te verklaren dat iedereen die het in eigen land slecht heeft het recht heeft zich hier te vestigen.

De moderne dhimmi’s zien zoveel moois in de islam dat men zich afvraagt waarom ze zich nog niet bekeerd hebben (als je niets met de islam op hebt, weet je er volgens hen niets van af). Zij houden zelfs staande dat de ouderwetse dhimmi’s niets te klagen hadden. [Op één punt wil ik ze wel gelijk geven: de positie van de joden tijdens de Middeleeuwen was beter in de islamitische dan in de christelijke landen.]

Veel moslims in het Westen zijn gefrustreerd door de discriminatie die ze menen te ondervinden. Niet weinigen zouden het toejuichen als de sharia wordt ingevoerd (‘alleen voor moslims, hoor’, zeggen ze er -nu nog- haastig bij). Ik ben de redelijkheid zelve (om niet te zeggen een toonbeeld van menslievendheid) en wil er natuurlijk alles aan doen om de positie van onze moslimsbroeders en –zusters te verbeteren. Daarom stel ik voor dat alle legaal in westerse landen verkerende moslims de dhimmi-status krijgen. Dan kunnen ze gelukkig en tevreden leven onder de bescherming van onze grootmoedige overheid. Ze moeten zich natuurlijk wel aan enige regels houden.

Regels m.b.t. de omgang met niet-moslims:
* Moslims dienen te allen tijde te beseffen dat ze inferieur zijn aan niet-moslims en zich zodanig te gedragen.
* Het uitschelden of beledigen van niet-moslims door moslims is streng verboden, het omgekeerde is geen probleem. Een moslim die een niet-moslim letsel toebrengt wordt zwaar bestraft, in het omgekeerde geval is een bescheiden boete voldoende. Indien een niet-moslim een moslim doodt en daarvoor geen acceptabele reden aan kan voeren, moet hij bloedgeld betalen. Op het doden van een niet-moslim door een moslim staat uiteraard de doodstraf.
* Het is moslimmannen verboden met een niet-moslim vrouw te trouwen, aangezien hij zich superieur aan een niet-moslim zou kunnen gaan wanen. Seksuele omgang is evenmin toegestaan. Op overtreding van deze regels staat de doodstraf door steniging. Een niet-moslim mag wel met een moslimvrouw trouwen, mits de kinderen niet-islamitisch worden opgevoed.
* Moslims zijn uitgesloten van deelname aan het politieke proces. Zij kunnen kiezen, noch gekozen worden.
* Moslims mogen nooit en te nimmer een wapen dragen en kunnen dus geen dienst doen bij de politie of in het leger.
* Moslims mogen niet erven van niet-moslims, het omgekeerde is wel toegestaan.

Regels m.b.t. de godsdienst:
* Moslims worden niet met geweld gedwongen de islam af te zweren, maar moslimwezen worden door de staat opgenomen en niet-islamitisch opgevoed.
* Moslims zijn vrij hun godsdienst te praktiseren, maar zij mogen daarbij geen enkel opzien baren. Het is dus verboden om in het openbaar op te roepen tot het gebed. Het is eveneens verboden om religieuze symbolen te dragen, of deze aan de buitenkant van een gebouw te bevestigen.
* Moslims mogen hun eigen religieuze leiders kiezen, maar toestemming van de autoriteiten is vereist.
* Op pogingen zieltjes voor de islam te winnen, staat de doodstraf. Missie- of zendings-activiteiten onder moslims mogen op geen enkele wijze tegengewerkt worden. Als een moslim het christelijke of joodse geloof aanneemt en dit later verwerpt, zal hij ter dood gebracht worden. Het publiceren of verspreiden van islamitische religieuze teksten wordt eveneens met de dood bestraft.
* Het is moslims niet toegestaan om nieuwe moskeeën te bouwen, of bouwvallige moskeeën te repareren (al zullen wat het laatste betreft de autoriteiten in ruil voor een flink bedrag misschien bereid zijn een oogje toe te knijpen).
* Blasfemie door een moslim is een halsmisdrijf. Als een moslim beledigd of in elkaar geslagen wordt, kan hij maar beter geen kik geven om te voorkomen dat hij valselijk van blasfemie beschuldigd wordt.

Regels m.b.t. materiële zaken:
* Moslims zijn een speciale belasting verschuldigd. Deze moet eens per jaar persoonlijk aan de belastinginspecteur overhandigd worden, bij welke gelegenheid de moslims ritueel vernederd zullen worden (bijvoorbeeld door hen aan hun baard te trekken, of in het gezicht te slaan).
* Betaalt een moslim niet, dan vervalt het recht op bescherming en kan iedere niet-moslim met hem doen wat hij wil.
* Moslims mogen geen auto’s of andere motorvoertuigen bezitten, hoogstens fietsen. Ze dienen te allen tijde voorrang te verlenen aan niet-moslims.
* Moslims mogen geen fraaiere of hogere huizen bewonen dan de niet-moslims in hun omgeving.
* De autoriteiten kunnen voorschrijven welke kleding moslims mogen of moeten dragen.

Regels m.b.t. de rechtsgang:
* Moslims mogen hun eigen (sharia)rechtbanken inschakelen voor zaken waarbij alleen moslims betrokken zijn en die geen bedreiging van de openbare orde inhouden, of een kapitaal misdrijf betreffen.
* Bij gewone rechtbanken weegt de getuigenis van een niet-moslim altijd zwaarder dan die van een moslim. Een eed of verklaring van een moslim heeft in een zaak tegen een niet-moslim geen enkele rechtsgeldigheid. [Moslims die al dan niet vals beschuldigd terechtstaan, kunnen proberen de getuigenis van een niet-moslim te kopen, of de rechter met steekpenningen wat milder te stemmen.]

Ik zou me kunnen voorstellen dat moslims de dhimmitude bij nader inzien toch niet zo passend vinden voor de moderne tijd. Als ze nu ruiterlijk erkennen dat het westerse samenlevingsmodel superieur is aan het hunne en als ze zich daar ook naar gaan gedragen, dan mogen ze misschien in ons midden blijven.