dinsdag, mei 01, 2007

In je hok, Tjibbe Joustra!

Tjibbe Joustra, de voormalige Secretaris-Generaal van het Ministerie van Landbouw en Visserij, die de volgens hem te zachtmoe-dige Minister Apotheker slinks onderuithaalde, die mede verantwoordelijk was voor de grootschalige visfraude en die na een vernietigend rapport van de Commissie-Kroes het veld moest ruimen wegens het scheppen van een bijkans stalinistische atmosfeer in de ministeriële burelen.

Tjibbe Joustra, de "harde werker zonder privéleven", de angst inboezemende "generaal", die op zijn 35ste de jongste SG ooit was, hetgeen alleen maar bewijst dat hij het likken naar boven en het trappen naar beneden tot een ware kunst verheven heeft.

Tjibbe Joustra, de voormalige Voorzitter van de Raad van Bestuur van de uitkeringsinstantie UWV, die de zak kreeg omdat hij zijn kantoor voor vele miljoenen verfraaide, terwijl hij tegelijkertijd uit bezuinigingsoverwegingen honderden medewerkers ontsloeg en die daarover loog tegen Minister De Geus.

Tjibbe Joustra, die in iedere normale organisatie na twee zulke schandalen zou zijn gedegradeerd tot uitkeringstrekker, maar die binnen het van vriendjespolitiek vergeven Nederlandse overheidsbestel een mooie promotie kreeg (en die zijn UWV-bonus mag houden, waardoor hij meer verdient dan de minister-president).

Tjibbe Joustra, die een terrorist nog niet zou herkennen als hij erover struikelde, maar die niettemin tot Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding werd gebombardeerd. Op dit niveau is kennis van zaken namelijk alleen maar een handicap, omdat de politiek-correcte nonsens dan niet zo vloeiend van de tong rollen.

Tjibbe Joustra, de tandeloze waakhond wiens taakbesef dusdanig aangevreten is dat hij niet ons beschermt tegen de terroristen, maar de terroristen tegen ons.

Tjibbe Joustra, een man die de arrogantie in persoon is en die elke kritiek vol minachting langs zijn rug laat afglijden.

Tjibbe Joustra, een vooraanstaand lid van Dhimmi66, dat broeinest van toekomstige moslimvazallen, die al bij voorbaat op zijn knieën ligt met zijn achterwerk omhoog.

Deze Tjibbe Joustra, de Koning van de Dhimwits, heeft het bestaan om de democratisch gekozen volksvertegenwoordiger Geert Wilders urenlang ten kantore te gijzelen om hem "met honderden krantenartikelen en tv-beelden van woedende moslimmenigten en fulminerende ayatollahs (te manen) zijn ongezouten kritiek op de islam te matigen". Geert's oproep aan moslims om de helft van de bladzijden uit de koran te scheuren om hun godsdienst in een vrije samenleving te kunnen belijden (een metafoor, oh hoeder van onze veiligheid) had namelijk in de islamitische wereld "grote opschudding" verwekt. Als de verontwaardigde moslims geen weerzinwekkender steen des aanstoots hadden gevonden (pogingen van de 'perfide zionisten' om de islamitische heiligdommen op de Tempelberg te 'ondergraven'), dan zou Nederland doelwit van rellen en slachtoffer van economische boycots zijn geworden, net als Denemarken na de publicatie van de Mohammed-cartoons. [Persoonlijk had ik dat geen ramp gevonden. Dan zouden er misschien enkele Nederlanders zijn opgeschrikt uit hun lethargie, net zoals sommige Denen wakker zijn geworden toen ze door de cartoonrellen gingen beseffen hoezeer de moslims hen haten.]

Tjibbe Joustra ging hiermee ver buiten zijn boekje, wat zelfs zijn partijgenoot Alexander Pechtold niet is ontgaan.

Tjibbe Joustra moet dan ook hoognodig zijn plaats worden gewezen: pal achter de geraniums.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

zondag, april 22, 2007

Donorcodicil.

In het kader van de zoveelste campagne om het donortekort te verminderen ontvingen talloze Nederlanders onlangs een formulier waarin hun werd verzocht zich als donor te laten registreren. Ik behoorde niet tot die tallozen: ik loop al tientallen jaren met een donorcodicil rond.

Ik ben tegenwoordig blijkbaar een stuk minder menslievend dan vroeger, want ik overweeg serieus mijn toestemming in te trekken. Je kunt namelijk van alles bepalen als je besluit donor te worden: welke organen en weefsels gebruikt mogen worden en aan wie het beslissingsrecht eventueel wordt gedelegeerd. Je kunt echter niet bepalen aan wie je reserveonderdelen gegeven mogen worden en dat ergert mij steeds meer. Medische noodzaak is het enige criterium, dus het kan zijn dat je organen in een moordenaar belanden, terwijl de liefdevolle moeder van een stel kleine kinderen, die er net iets minder slecht aan toe was, later wegens gebrek aan donororganen overlijdt.

Er zijn een heleboel lieden die ik mijn ingewanden niet gun. Ik wil niet dat ze naar criminelen gaan, dus iedereen die veroordeeld is wegens een misdrijf kan er wat mij betreft naar fluiten. Ik wil ook niet dat ze naar mensen gaan die hun eigen organen willens en wetens hebben verwoest, dus alcoholisten mogen mijn lever niet, rokers mijn longen niet, menselijke mastodonten mijn hart niet en drugsverslaafden geen enkel orgaan. En ten slotte wil ik niet dat mijn organen gaan naar mensen die mij haten, dus sloofjes in boerka’s en baardmannen in soepjurken komen als ontvangers niet in aanmerking.

Verder heb ik natuurlijk mijn preferenties: ik zie liever een jongere (die het leven nog voor zich heeft) dan een oudere (die het grotendeels al achter de rug heeft) met de buit aan de haal gaan. Ik heb geen voorkeur voor mannen boven vrouwen, blanken boven gekleurden, of ongelovigen boven gelovigen, maar het is mijn volste recht om dat wel te hebben. Het zijn mijn organen en tot ze verbrand of verrot zijn mag ik bepalen wat er mee gebeurt.

Door de hippocratische eed kan je van artsen niet verwachten dat ze waardevolle medeburgers voorrang geven boven waardeloze, daarom moet een dergelijke beslissing aan de donoren worden overgelaten. Ik ben wel voorstander van reciprociteit: mensen die weigeren hun organen ter beschikking te stellen, hebben wat mij betreft geen recht om getransplanteerd te worden en mensen die uitzonderingen maken, dienen te accepteren dat er ook voor hen een uitzondering wordt gemaakt (voor mij dus geen boevenhart).

woensdag, april 18, 2007

Wie wil er nog een moslimman?

Bij moslims is een gelijkwaardige seksuele relatie een onmogelijkheid. De vraag dringt zich daarom op wat westerse vrouwen bezielt om zich met een moslimman in te laten. In een dergelijke relatie worden ze immers per definitie als minderwaardig en ondergeschikt beschouwd.

De meeste westerse partners van moslimmannen kan men indelen in een van de drie volgende categorieën:

(1) De Bedrogenen.

Phyllis Chesler, emeritus hoogleraar psychologie en vrouwenstudies aan de City University van New York en een van de coryfeeën van de Amerikaanse vrouwenbeweging, raakte in het begin van de jaren zestig in de ban van een “charmante, verleidelijke en verwesterde" Afghaanse moslim uit een ‘moderne’ en welgestelde familie. Na hun huwelijk vertrok ze met hem naar Kabul voor een (naar zij dacht kortstondig) bezoek aan zijn ouders. Daar aangekomen nam de douane onmiddellijk haar paspoort in beslag, met als gevolg dat ze in feite de gevangene werd van echtgenoot en schoonfamilie. Haar man draaide om als een blad aan een boom. In Amerika waren ze onafscheidelijk en konden ze over alles discussiëren, in Afghanistan behandelde hij haar zoals zijn vader en oudere broer hun vrouwen behandelden: “met geïrriteerde beschaamdheid, kilheid, afstandelijkheid”. Hulp zoeken bij de Amerikaanse ambassade was zinloos: door met een inheemse man te trouwen had ze al haar rechten verloren. Ze ontdekte meer vrouwen die in deze positie verkeerden. Sommigen, die in de jaren 40 en 50 waren getrouwd, hadden zich bekeerd tot de islam en droegen een sluier. Ze schenen zich bij hun situatie neergelegd te hebben. Dat deed Phyllis niet, maar ze leek gedoemd tot een soortgelijk leven. Tot ze doodziek van de hepatitis (haar schoonmoeder had de bedienden verboden nog langer haar water te koken) in het ziekenhuis belandde. Haar schoonvader verschafte haar een visum voor Amerika. Hij was waarschijnlijk dolblij van zijn onaangepaste schoondochter verlost te zijn. Na aankomst op het vliegveld Idlewild kuste ze de grond. Ze was zwanger en als haar schoonfamilie dat geweten had, was ze nooit meer weggekomen. Gezien haar slechte gezondheidstoestand zou ze de bevalling waarschijnlijk niet overleefd hebben.

Door haar ervaringen is Phyllis Chesler nooit slachtoffer geworden van de multiculturele waan die het grootste deel van de vrouwenbeweging in haar greep heeft gekregen en die voormalige feministen hun islamitische seksegenoten op de ergst denkbare wijze heeft doen verraden.

Ik noem vrouwen als Phyllis ‘de bedrogenen’, omdat ze geen flauw idee hadden wat hen te wachten stond toen ze zich lieten meevoeren door een moslimman. Als jonge vrouw leerden ze een op het oog moderne en ontwikkelde man (een student, arts, zakenman, of diplomaat) kennen, die zich enorm uitsloofde om hun hart te veroveren. Hij was weliswaar moslim, maar deed meestal weinig of niets aan het geloof. Vaak bleef het paar aanvankelijk in het westen wonen en bleek pas na geruime tijd dat de man het liefst voorgoed terug wilde naar het land van herkomst. Soms waren de vrouwen er al eens op bezoek geweest en waren zij onder de indruk geraakt van de vriendelijkheid en gastvrijheid van de familie en vrienden van hun echtgenoot. Vestiging in zijn geboorteland leek daarom geen slechte optie, te meer daar ze veronderstelden er in status en gemak (bedienden!) op vooruit te gaan.

Ze beseften niet dat er een fundamenteel verschil is tussen de positie van een gast en die van een schoondochter. In een patriarchale familie neemt de schoondochter de allerlaagste plaats in en is ze de voetveeg van haar schoonmoeder. Er treedt pas een bescheiden verbetering in haar situatie op wanneer ze een zoon baart. Werkelijke invloed krijgt ze niet voor ze zelf schoondochters heeft om te chicaneren. De eens zo vooruitstrevend schijnende echtgenoot vervalt door de invloed van familie en vrienden binnen de kortste keren weer in het cultureel voorgeschreven gedrag. Hij wordt geridiculiseerd als hij te veel aandacht voor zijn vrouw heeft, of rekening houdt met haar wensen. Als hij zijn geloof serieus gaat nemen, wat tegenwoordig steeds vaker voorkomt, wordt hij een echte tiran. Tegen de tijd dat de vrouw beseft dat ze in de val is gelopen, is het meestal te laat. Sommige vrouwen vechten
voor hun onafhankelijkheid (zie het verhaal van
‘Dutch’), maar de meesten berusten uiteindelijk in hun weinig benijdenswaardige lot.

(2) De Naïeven.

Westerse vrouwen worden opgevoed met het waanidee dat ‘liefde alles overwint’ en dat ‘ze hun hart moeten volgen’. Daarom rinkelen er niet genoeg alarmbellen als ze ‘verliefd’ worden op een moslim. Ze zijn maar al te graag bereid te geloven dat hun gevoelens worden beantwoord. Een enkele maal zal dat inderdaad het geval zijn, maar meestal is deze man er alleen maar op uit om gebruik van hen te maken:
- Ze worden gebruikt als seksuele uitlaatklep. Veel jonge moslims streven ernaar zoveel mogelijk westerse vrouwen af te werken voor ze doen wat er van hen verwacht wordt: trouwen met een moslimmeisje dat door hun ouders is uitgezocht.
- Ze worden gebruikt als middel van bestaan. Veel vurige moslimminnaars ontpoppen zich als ‘loverboys’ die een meisje eerst het hoofd op hol brengen om vervolgens te proberen haar met mooie woorden of desnoods met (dreiging van) geweld achter het raam te krijgen.
- Ze worden gebruikt als toegangspoort tot Europa. Voor veel armlastige mannen is trouwen met een Europese ingezetene de makkelijkste manier om een land van melk en honing binnen te komen. Dutch, de moderator van het Nederlandse FaithFreedom Forum, maakte tijdens een vliegreis kennis met twee middelbare Belgische vrouwen die voorzien van de benodigde papieren naar Tunesië reisden om met hun half zo oude verloofdes trouwen. Ze waren lyrisch over hen: het waren de "liefste, patentste en zorgzaamste kerels ter wereld". Dutch ontdekte dat de ‘verloofdes’ aanmerkelijk minder lyrisch waren over hun aanstaanden, maar hun misprijzende commentaar ontging de Belgische nitwits jammer genoeg.

Men moet niet denken dat alleen zeer jonge en zeer domme vrouwen in deze hoogstandjes van taqiyya trappen. In het verleden nam ik geregeld deel aan georganiseerde reizen en daarbij viel het mij op hoeveel vrouwen zodra ze de grens gepasseerd waren ieder greintje gezond verstand overboord zetten en zich in de armen stortten van mannen die ze in Nederland geen blik waardig zouden keuren. Zo legde tijdens een Marokko-reis een van de alleengaande vrouwen, een juriste van begin dertig, het aan met het hulpje van de chauffeur, een vrijwel ongeletterde, graatmagere tiener zonder voortanden. Aan het eind van de reis pronkte hij vol trots met zijn splinternieuwe leren jack en was zij al op bezoek geweest bij zijn familie (“zo gastvrij”). Hoe het is afgelopen weet ik niet, maar aangezien een Marokkaan die je de weg wees al van mening was dat je hem als tegenprestatie wel mee mocht nemen naar Nederland, zou het me niets verbazen als hij nu hier rondscharrelt, een stuk dikker en voorzien van een stel spierwitte valse tanden.

Aangezien het hoofddoel van laatstgenoemde mannen een verblijfsvergunning voor Nederland (of een ander Europees land) is, hebben hun slachtoffers tenminste nog de troost dat de band met hun familie en vrienden in de meeste gevallen niet helemaal doorgesneden wordt en dat ze niet totaal van steun verstoken zijn als ze het parasitaire gedrag niet langer pikken.

(3) De Masochisten.

Niet alle vrouwen zijn geheel onwetend als ze zich vergooien aan een moslimman. Er is een groep vrouwen die zich aangetrokken voelt tot de islam, zich bekeert en bewust een moslimechtgenoot zoekt. Het is onmiskenbaar dat de meesten van deze bekeerlingen een zeer negatief zelfbeeld hebben (of beter gezegd, een behoorlijke portie zelfhaat koesteren). Ze hebben vaak een strengreligieuze achtergrond (katholiek of gereformeerd), maar de liberaliseringstendens in het huidige christendom heeft hen beroofd van broodnodige zekerheden. Ze voelen zich veiliger binnen het keurslijf van de islam, waar zelfs de meest simpele handelingen zijn gereguleerd. Veel van deze vrouwen zijn niet bepaald aantrekkelijk: ze behoren overduidelijk tot de verliezers op de Nederlandse relatiemarkt. Wat een verademing schijnt dan een relatie waarin het uiterlijk geen enkele rol speelt. Islamitische huwelijksgegadigden zijn er volop: deze vrouwen verschaffen toegang tot een westers welvaartsparadijs en ook de gedachte ongestraft een lid van een superieure groep te kunnen vernederen is voor vele moslims onweerstaanbaar. De buitenkant telt voor hen natuurlijk net zo zeer, maar compensatie voor het gebrek aan uiterlijk schoon van hun nieuwbakken echtgenotes is makkelijk te vinden.

Omdat deze vrouwen hun omgeving en zichzelf per se willen bewijzen dat ze de juiste keuze gemaakt hebben, worden ze vaak bijzonder fanatiek. Hoofddoeken en sluiers zijn vanzelfsprekend en degenen die het meest zuiver in de leer zijn zouden zelfs het liefst een boerka dragen. Niet zelden breken ze met hun 'ongelovige' familie. De weg terug, hoe graag sommigen deze diep in hun hart misschien zouden willen kiezen nadat ze de ‘ware islam’ hebben leren kennen, is afgesloten -al is het alleen maar omdat ze als ‘afvallige’ hun leven niet meer zeker zijn.

Het gros van de vrouwen die zich laten verleiden door een moslimman zijn volkomen onkundig van de ‘ware islam’. Ze krijgen hoogstens een ‘vanilleversie’ gepresenteerd, waarbij hen de conclusie wordt opgedrongen dat er geen wezenlijk verschil is met het christendom. Ze komen onvermijdelijk van een koude kermis thuis. Terwijl het voor moslimmannen aanbevelenswaardig is zich vóór het huwelijk niet veel gelegen te laten liggen aan de regels van de islam (en men dus ten onrechte tot de conclusie kan komen dat het geloof hun niet veel beduidt), is dat na de grote stap wel anders. Er zijn voor de man enorme voordelen verbonden aan een ‘echt islamitisch huwelijk’: verzorging rond de klok, seks wanneer je maar wilt, absolute gehoorzaamheid en de mogelijkheid dit alles met geweld af te dwingen. Veel moslimmannen gaan hun religie dan ook plotseling in een heel nieuw licht zien. Vrouwen die in de veronderstelling verkeerden dat hun echtgenoot er een van het ‘gematigde’ soort was, ontdekken opeens zijn ware aard. Niet zelden worden ze fors onder druk gezet om zich te bekeren tot de islam, hoewel hen eerst was voorgespiegeld dat hun afwijkende geloof (of ongeloof) geen probleem was. Indien ze, om van het gezeur af te zijn, in bekering toestemmen, is het hek van de dam en zal hun echtgenoot niet rusten voordat ze zijn getransformeerd tot een puur islamitische huissloof. Om hun triomf te vieren noemen sommige mannen hun eerstgeboren zoon ‘Overwinning’.

Het mag dan ook geen verbazing wekken dat een onevenredig deel van deze huwelijken geen lang leven beschoren is. Na de scheiding begint voor vele vrouwen de hel pas echt. Menige moslimman kan het onmogelijk verkroppen ‘aan de kant te zijn gezet’ en uit wraak terroriseert hij zijn ex-vrouw nog erger dan tevoren. Het meest effectieve middel is het ontvoeren van de kinderen naar het oude vaderland. Aangezien volgens de sharia en de wetten van de meeste moslimlanden de kinderen aan de vader toebehoren, is het uiterst moeilijk hen weer met hun moeder te verenigen.

Het trieste verhaal van Betty Mahmoody is algemeen bekend. In ons land kunnen de avonturen van Sara en Ammar weinigen zijn ontgaan. De Belgische Geneviève Lhermitte raakte zo depressief van haar ongelukkige huwelijk dat ze haar vijf kinderen de keel doorsneed, hetgeen ook het nodige opzien baarde. Het internet staat vol hartverscheurende verhalen van (ex-)partners van moslims. Je zou dus verwachten dat westerse vrouwen zo langzamerhand voldoende gewaarschuwd zijn en dat ze moslimmannen mijden als de pest, maar velen schijnen ziende blind en horende doof te zijn (waarvan types als Anja Meulenbelt het meest afschrikwekkende bewijs vormen).

Westerse vrouwen die zich, tegen beter weten in, met een moslimman afgeven verdienen daarom alles wat hen overkomt.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

zaterdag, maart 31, 2007

Islamitische hypocrisie.

Russische krijgsgevangenen in Afghanistan werden stelselmatig verkracht. Nadat een hele troep mujahedin er overheen was gegaan, werden ze gewoonlijk afgeslacht. Alleen de appetijtelijksten werden nog een tijdje in leven gehouden om de geile communistenhaters verder van dienst te zijn. Niemand in Afghanistan vond dit onislamitisch.

Men moet niet denken dat dit uitzonderlijk gedrag als reactie op een uitzonderlijke situatie is. Phyllis Chesler, psychologe en befaamd feministe, ontdekte tijdens een (grotendeels onvrijwillig) verblijf in Kabul in het begin van de jaren zestig 'how the subordination and sequestration of women led to a profound estrangement between the sexes —one that led to wife-beating, marital rape and to a rampant but hotly denied male ‘prison’-like homosexuality and pederasty'. Men moet ook niet denken dat dit soort praktijken zich beperkte tot Afghanistan: tijdens de Algerijnse ‘vrijheidsstrijd’ maakten de opstandelingen er een gewoonte van gevangengenomen Franse officieren publiekelijk te verkrachten, teneinde hen zo gruwelijk mogelijk te vernederen. Afghanistan is in tegenstelling tot Algerije nooit gekoloniseerd, dus dergelijke perversiteiten kunnen niet aan de ‘verderfelijke invloed’ van het Westen worden toegeschreven.

Hoe vrouwvijandiger een cultuur, des te sterker de homoseksuele inslag, dat is een ijzeren wet. Het bewijs vindt men in alle tijden en op alle plaatsen: in het oude Griekenland, bij de ‘wilde’ Papoea’s en overal in de islamitische wereld. Echt verbazingwekkend is dat niet: de afkeer van vrouwen zit zo diep dat seksuele omgang nauwelijks een genoegen kan zijn, tenzij deze een onverbloemd sadistische component heeft. Volgens de koran is de vrouw een akker die de man moet ploegen en waarin hij zijn zaad moet planten. 'Ploegen en planten' beduidt gezwoeg, geen genoegen. Er is een Arabisch spreekwoord dat de ware gevoelens duidelijk verwoordt: 'een vrouw voor de plicht, een jongen voor het plezier en een meloen voor de extase'.

De islam kent strenge regels met betrekking tot seksueel gedrag: seksualiteit is alleen geoorloofd binnen het huwelijk (met uitzondering van het bezwangeren van concubines en het verkrachten van slavinnen) en homoseksualiteit is uit den boze ('als een man een andere man bestijgt, beeft –volgens een hadith- de troon van God'). De koran dreigt homoseksuelen met een ‘regen van stenen’ (een misinterpretatie van de straf van Sodom). De sharia schrijft de doodstraf voor, maar moslimjuristen zijn het er niet over eens hoe deze het beste voltrokken kan worden: de schuldigen stenigen of hen van een hoog gebouw werpen. Sodomie wordt scherp veroordeeld, zowel met mannen als met vrouwen. In tegenspraak hiermee is de beschrijving van het paradijs, waar de martelaren zich niet alleen mogen verpozen met 72 maagden, maar ook ‘bediend’ worden door schone jongelingen, die ‘als parels’ zijn, een fraai staaltje van islamitische schizofrenie.

Wat de godsdienstige regels ook mogen voorschrijven, het hoogste gebod voor moslims is het onbetwistbare recht van de (volwassen) man om onbelemmerd aan zijn gerief te komen en zijn potentie te bewijzen door een dominante (en niet zelden sadistische) houding tegenover zwakkeren. De slachtoffers van mannelijk seksueel wangedrag (vrouwen, kinderen, dieren) doen er volstrekt niet toe. Sodomie wordt, ook binnen het huwelijk, nergens zoveel gepraktiseerd als onder moslims. Hetzelfde geldt voor bestialiteit (de voorschriften van de Iraanse ayatollahs over de wijze waarop men zich van de voor bevrediging benutte dieren moet ontdoen zijn zeer verhelderend). Seksueel misbruik van jongens door oudere mannelijke familieleden is schering en inslag, evenals seksueel misbruik van leerlingen door geestelijken in koranscholen. Volgens sommige psychologen is de gewelddadigheid van jonge moslimmannen het logische gevolg van de geperverteerde relaties tussen mannen en vrouwen en tussen mannen onderling. [Serge Trifkovic heeft het over de 'hard-core psychotic homosexuality of the son abandoned by his father, a near-incurable condition that can lead to homicidal, delusional paranoia'.]

Omdat de islam homoseksualiteit verbiedt, komen er onder moslims nauwelijks homo’s voor. Althans, dat beweert men. Het is echter louter een kwestie van definitie. Als een puber een vriendje aftrekt, wordt hij niet als homo beschouwd. Als een drop-out zich voor geld door een ouwe nicht laat klaarzuigen, wordt hij evenmin als homo beschouwd (onder homoseksuele jongensprostituees in Nederland vormen -niet toevallig- Marokkanen de grootste groep). Als een getrouwde man nu en dan de bosjes induikt om een ‘kaaskop’ achterlangs te raggen, wordt hij al helemaal niet als homo beschouwd. In tegendeel: net als de hoofdpersonen in de boeken van Jean Genet schijnen moslims van mening te zijn dat een man die andere mannen neukt dubbel een man is. Het is deze houding die het verkrachten van krijgsgevangenen tot een volstrekt acceptabele daad maakt.

Voor islamieten is de enige ‘echte’ homo de volwassen man die zich vrijwillig anaal laat penetreren en die daarmee de passieve, vrouwelijke rol op zich neemt. Zo iemand is voor hen per definitie impotent, wat hem des te verachtelijker maakt. Westerse homo’s zijn helemaal verdorven, want het zijn in de ogen van moslims mannen die openlijk met hun impotentie koketteren.

Wat het oordeel over homoseksualiteit betreft heeft zich een merkwaardige ommekeer voltrokken. In de 18e en 19e eeuw waren het de stijfburgerlijke Europese reizigers die geschokt reageerden op het publieke vertoon van homoseksuele erotiek in het Ottomaanse rijk en tot voor enkele decennia trokken westerse homo's en masse naar de Maghreb om hun lusten ongestoord te kunnen botvieren, maar onder invloed van de fundamentalistische islam is men in de moslimwereld steeds afwijzender jegens homoseksueel gedrag geworden, terwijl westerse homo's steeds driester op de voorgrond treden.

Niet alleen in de sharia, maar ook in de wereldlijke wetten van zeven islamitische landen (waaronder Iran) staat op homoseksualiteit de doodstraf. Toch heeft de doorsnee homo weinig te vrezen, tenzij hij openlijk met zijn voorliefde te koop loopt. Dat wordt geïllustreerd door een onthullende documentaire over homo’s in Teheran, die recentelijk op de Nederlandse televisie te zien was. Hoewel sommige geïnterviewden er behoorlijk verwijfd uitzagen en de directe familie op de hoogte was van hun seksleven, werd hen geen strobreed in de weg gelegd. (Wat niet wegnam dat de meesten het liefst naar het Westen zouden verkassen.) Ik heb ook nimmer vernomen dat mannen slachtoffer zijn geworden van eerwraak vanwege vermeende homoseksuele misdragingen. Beschuldigingen van homoseksualiteit in de islamitische wereld zijn te vergelijken met de beschuldigingen van hekserij in het Middeleeuwse Europa: een uitgelezen middel om je van tegenstanders en ongewenste groepsleden te ontdoen en om lastig voetvolk in het gareel te houden, dat naar believen van stal wordt gehaald.

Bovenstaande overwegingen zijn van invloed op de vraag hoe we om moeten gaan met homoseksuele asielzoekers. Dat homoseksuelen die ‘uit de kast zijn’ in veel islamitische landen in een allesbehalve aangename positie verkeren staat buiten kijf, maar de mogelijkheid om je als relnicht te kunnen manifesteren is geen fundamenteel mensenrecht. In de islamitische wereld overweegt het ‘don’t ask, don’t tell’ principe en daar valt in het algemeen best mee te leven. Bovendien is het onloochenbaar dat veel van de ‘zielige vervolgde homo’s’ die voor asiel aankloppen de boel gewoon belazeren. Nahed Selim, die geregeld bij verhoren van asielaanvragers tolkt, schreef hierover: 'Bij sommige cliënten kon je je afvragen of het homoverhaal niet gewoon een smoes was om hier asiel te krijgen. Gevraagd naar hun seksuele voorkeur en homo-ervaringen straalden ze zo'n afkeer uit, dat je dacht: Deze man is niet alleen geen homo, hij is zelfs antihomo.'

Het valt niet te ontkennen dat er homo’s ter dood zijn gebracht. Toen Afghanistan in de greep van de Taliban verkeerde waren er geregeld executies (o.a. door een kuil te graven naast een muur en deze boven de veroordeelden te laten instorten, de Talibaanse versie van ‘een regen van stenen’), maar het totaal aantal veroordeelden betrof hoogstens enige tientallen en als je naar muziek luisterde of je baard afschoor liep je zeker zoveel risico. In Iran zijn meer slachtoffers gevallen: de schattingen lopen uiteen van enkele honderden tot enkele duizenden. Het is echter twijfelachtig of dat uitingen waren van pure homohaat. Onlangs werden tot grote verontwaardiging van westerse mensenrechtactivisten twee minderjarige jongens opgehangen. De Iraanse autoriteiten hielden echter staande dat ze niet gedood werden vanwege homoseksualiteit per se (hoewel dat volkomen legaal zou zijn geweest), maar vanwege gepleegde verkrachtingen.

De niet extreem feminiene en zich niet provocerend gedragende homo loopt in de meeste islamitische landen nauwelijks gevaar en het kost weinig moeite de seksuele geaardheid te verbergen. Mannen worden dan misschien het huwelijk ingedreven, maar ze hoeven zich aan hun vrouw niet het minst gelegen te laten liggen en ze worden zelfs aangemoedigd de grootste mate van intimiteit te reserveren voor andere mannen. Zelfs een openlijk vertoon van genegenheid (zoals hand in hand lopen) doet de wenkbrauwen nauwelijks fronsen. Ik vind dan ook niet dat homo’s asiel moeten krijgen louter vanwege hun seksuele voorkeur, al worden ze door hun landgenoten veracht en soms mishandeld. Vrouwen krijgen ook geen asiel louter vanwege hun sekse, terwijl ze veel meer gevaar lopen slachtoffer te worden van overheids- en particulier geweld dan homo’s.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

zondag, maart 04, 2007

Stemadvies voor 7 maart.

Wat het beeld van de islam momenteel het meest bepaalt zijn radicalisering, haat, intolerantie en geweld jegens andersdenkenden. Zaken die botsen met de waarden die in Nederland gekoesterd worden.

Vanuit die overtuiging kan
[de partij] onmogelijk de opvatting delen dat alle godsdiensten gelijk zijn. Dat is niet zo. Niet alleen inhoudelijk zijn er hemelsbrede verschillen, in het licht van onze geschiedenis en cultuur is het ook historisch onjuist alle religies over één kam te scheren. Moskeeën zijn allesbehalve een verrijking voor Nederland.

Er is in de voorbije kabinetsperiode veel geïnvesteerd in nieuwe wetten en maatregelen die ertoe moeten leiden dat het in Nederland goed samen leven is en blijft. Dat vergde en vergt veel aanpassingen, vooral van degenen die tot dan toe dachten dat wie eenmaal ‘binnen’ was figuurlijk evenééns binnen was. De tijd van vrijblijvendheid is voorbij. Naast rechten zijn er plichten, die ook daadwerkelijk moeten worden nageleefd. Van niemand mag verwacht worden dat hij of zij de schutskleur aanneemt van de (platte) Nederlandse massacultuur, maar iedereen is wél gehouden zich aan de Nederlandse wetten en regels te houden. Dat is wel het minste. Bovendien mag verwacht worden dat wie hier, al dan niet tijdelijk, wil blijven, zich de moeite getroost om zich ook zelfstandig te kunnen redden.

De mogelijkheden om er een dubbele nationaliteit op na te houden moeten worden beperkt tot gevallen waarin het land van herkomst het opgeven van de ‘herkomstnationaliteit’ feitelijk of juridisch onmogelijk maakt.

Wie in woord en/of daad er blijkt van geeft een gevaar te zijn voor onze samenleving moet het Nederlanderschap (kunnen) worden ontnomen.

Mede om gettovorming en een gevaarlijk isolement te voorkomen is (de opbouw van) een ‘islamitische zuil’ hoogst onwenselijk.

Gebeuren er op islamitische scholen of in moskeeën dingen die niet door de beugel kunnen (zoals het zaaien van haat of het verheerlijken van geweld), dan moeten die scholen en moskeeën gesloten worden.

De bouw van moskeeën mag niet worden bevorderd. In ieder geval mag er geen vergunning worden verleend voor de bouw van opzichtige ‘megamoskeeën’.

Radicaal-islamitische invloeden vanuit het buitenland, waaronder de komst van haatzaaiende imams naar Nederland
[moeten] met kracht [worden] tegengegaan.

Antisemitisme leeft breed onder moslims, waarbij de diepgewortelde Jodenhaat wordt aangewakkerd door radicale zenders en andere media, die er alles aan doen om het westen, Israël in het bijzonder, te demoniseren. Nederland moet daarom al het mogelijke doen om zulke zenders te blokkeren en ook internationaal aandringen op en werken aan harde maatregelen.

Uitingen van antisemitisme, waaronder het ontkennen van de holocaust, moeten consequent en hard worden aangepakt. Het OM laat dit punt nog té veel sloffen.

Politiek asiel is een recht dat van oudsher verleend werd aan mensen die in het gebied waar ze vandaan kwamen, vervolgd werden en gevaar liepen ‘voor lijf en leden’. Voor deze ‘noodgevallen’ moet er, ondanks het feit dat Nederland een klein land is met een relatief hoog inwonertal, plaats zijn.
[…] De andere kant van de medaille is dat asiel in principe tot dit soort noodgevallen beperkt moet worden, en dat, als ‘de kust weer veilig is’, de terugkeer naar het land van herkomst in de rede ligt.

De scherpe eisen voor reguliere migratie (inkomen, leeftijd, woning) moeten worden gehandhaafd.

Te veel uitgeprocedeerden vertrekken met onbekende bestemming. In de praktijk betekent dat dikwijls: illegaal verblijf in Nederland. Terugkeer onder toezicht van de Nederlandse autoriteiten moet daarom uitgebreid worden.

Islamitische liefdadigheidsorganisaties waarvan het vermoeden bestaat dat zij (voor een belangrijk deel) gefinancierd worden vanuit het buitenland en waarbij er een verdenking is van mogelijk gevaarlijke connecties, moeten verplicht kunnen worden controle toe te staan op hun boekhouding.

Het is fnuikend voor het rechtsgevoel, en dus ook voor het vertrouwen in de rechtsstaat, als criminelen er met een straf van af komen die nauwelijks als een straf ervaren wordt. Even slecht is het als veroordeelden, omdat er te weinig cellen zijn, binnen de kortste keren weer vrij rond lopen. Zoals het evenzeer ergerniswekkend is als strafzaken te lang duren. Om verdere erosie van het overheidsgezag te voorkomen, moet er van deze knelpunten meer werk worden gemaakt.

Onverbeterlijke delinquenten moeten in werkkampen worden opgesloten en
[worden] ‘heropgevoed’.

Er moet een eind komen aan de praktijk dat gevangenen vervroegd worden vrijgelaten.

Voor uitzonderlijk ernstige en onomstotelijk bewezen gevallen van moord, zoals oorlogsmisdaden of aanslagen gepleegd met een terroristisch motief, moet het (weer) mogelijk worden om de doodstraf uit te spreken.

Artikel 1 van de Grondwet mag niet gaan fungeren als maatstaf voor alle andere artikelen. Grondrechten zijn niet onbegrensd en houden elkaar in balans. Daarom is het aanbrengen van een rangorde in de grondrechten onverstandig en ongewenst.

Het onverwachte en duidelijke ‘nee’ van Nederland en Frankrijk tegen de ‘Europese Grondwet’ toont aan dat de meesten niets moeten hebben van een grote Europese superstaat. Niet dat ‘men’ iets heeft tegen samenwerking, want de noodzaak daarvan ziet iederéén wel in. Nee, het punt is dat de inwoners van de landen van Europa willen dat die samenwerking ‘probleemoplossend’ is voor zaken waar ze dagelijks tegenaan lopen. Politici die daar anders over dachten, staan nu met beide benen op de grond en moeten daar vooral ook blijven staan. De ‘Europese’ inzet voor de komende jaren moet dan ook vooral gelegen zijn in ‘praktische’ samenwerking waar dat nodig blijkt. Het behoud van zoveel mogelijk zelfstandige beslissingsbevoegdheid van de nationale staat is en blijft uitgangspunt.

De EU moet op de middellange termijn geen nieuwe lidmaatschapstoezeggingen aan landen doen.

Turkije hoort noch geografisch noch cultureel-religieus bij Europa en moet dus geen lid worden van de EU.

Nederland moet waar mogelijk in de EU en in andere internationale verbanden consequent en helder Israël steunen. Het allerbelangrijkste daarbij is het gerechtvaardigde belang van de Israëli’s om in eigen land veilig te kunnen wonen en werken.

De Palestijnse Hamasregering mag geen Nederlandse hulp (meer) krijgen. Het is dwaas dat ‘het westen’ (Europa en de VS) méér hulp geven aan de Palestijnen dan alle Arabische landen bij elkaar, die overigens wel het terrorisme steunen. Dat neemt niet weg dat Nederland bereid moet zijn om humanitaire hulp te geven aan ‘fatsoenlijke’ Palestijnse burgers en organisaties.

Pogingen van Israël om Hezbollah, Hamas en andere terroristische organisaties aan te pakken moeten door Nederland moreel en materieel worden ondersteund.

Acties, ook preventief als er sprake is van een acute dreiging, om terroristen aan te pakken zijn gerechtvaardigd.

De mogelijkheid van een mogelijke doodstraf mag geen reden zijn om van terrorisme verdachte personen niet uit te leveren, mits de toepassing ervan met goede rechtswaarborgen omgeven is.

In het verleden heb ik zelden gestemd bij de Provinciale Verkiezingen. Ik achtte de Provinciale Staten een overbodige bestuurslaag en zelfs het feit dat ze de samenstelling van de Eerste Kamer bepalen was geen voldoende aansporing om me naar het stembureau te slepen: de partijverhouding verschilde meestal niet veel van die van de Tweede Kamer en van haar vermogen tot ‘réflection’ heb ik nooit een hoge dunk gehad.

De situatie is echter veranderd. De huidige regeringscoalitie staat een beleid voor dat me met walging vervult en heeft slechts een geringe meerderheid. De gebeurtenissen in de afgelopen weken hebben de steun voor het regeringsbeleid in de samenleving flink doen afkalven. Bij de verkiezingen van 7 maart is een cruciale verschuiving in de verhoudingen bepaald niet ondenkbaar. Dat geeft op zijn minst een krachtig signaal aan de regering en mogelijk kan er in de Eerste Kamer een stokje worden gestoken voor de meest ondoordachte beleidsplannen.

Gaan stemmen bij deze verkiezingen is dus van eminent belang. Maar op wie? Mijn favoriete partij, de PVV, doet niet mee. Ik kan me goed voorstellen dat Geert Wilders geen LPF-toestanden in zijn partij wil, maar toch is het een gemiste kans. Wilders heeft zijn aanhangers aangeraden om een blanco stem uit te brengen, maar dat is een even zinloze geste als thuisblijven. Anderen hebben voorgesteld om op de laatste kandidaat van de VVD-lijsten te stemmen in de hoop dat de boodschap overkomt. De meerderheid binnen de VVD is echter voor toetreding van Turkije tot de EU en voor het binnenlaten van immigranten uit economische motieven. Daarvoor zullen zij mijn steun nooit krijgen.

De houding t.o.v. de islam, immigratie en Turkije is de lakmoestest die bepaalt of een partij mijn stem waard is en gelukkig heb ik een alternatief voor de PVV gevonden. Bovenstaande uitspraken, die ik (en naar ik aanneem een groot deel van de bezoekers van deze website) volmondig onderschrijf, komen uit het verkiezingsprogramma van de SGP
. Deze partij heeft een groot aantal standpunten waar ik het absoluut niet mee eens ben, vooral op het gebied van de gezinspolitiek en de ethiek (en ik moet eerlijk bekennen dat ik het grootste deel van hun programma niet eens gelezen heb om me niet overmatig te hoeven ergeren), maar ook nu moet wat het zwaarst is het zwaarst wegen en wat mij betreft heeft het tegenhouden van de verdere islamisering van Nederland de hoogste prioriteit. Een opvallende winst van de SGP is een niet mis te verstane waarschuwing aan het adres van de regeringspartijen (vooral de CU). Het zou buitengewoon droef zijn als PVV-stemmers uitwijken naar de SP. Ik vermoed dat de standpunten van de SP op veel van bovengenoemde punten niet eens zoveel van die van de SGP afwijken, maar de partijbonzen zijn angstvallig zwijgzaam over deze zaken en hun lafheid mag vooral niet beloond worden.

Het is ronduit ironisch dat ik, een overtuigde atheïst, secularist en feminist, geen andere optie zie dan te stemmen op de SGP, maar politiek maakt nu eenmaal vreemde bedgenoten.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.

vrijdag, maart 02, 2007

Multiculturele indoctrinatie.

Reclames bieden vaak een onthullende kijk op de maatschappij. Dat het gif van de multiculturele ideologie is doorgedrongen tot in de wortels van onze samenleving wordt bewezen door een recente spot. Hierin maken we kennis met een volmaakt geassimileerde zwarte Nederlander. Hij is een fervent Oranjefan, schaatst ietwat wankelend maar onversaagd zijn rondjes op het (helaas tegenwoordig kunstmatige) ijs, draait zijn mond niet om voor het verorberen van een zoute haring en zit ’s avonds innig tevreden achter een dampend bord kruimige aardappels, gehakt en bloemkool met een melksausje. Zijn meewarig ogende blonde echtgenote zet zichzelf en haar schoonfamilie liever roti voor. Natuurlijk is het er de reclamemakers uitsluitend om te doen zoveel mogelijk pakken zelfmaakroti te verkopen, maar de impliciete boodschap is duidelijk: een allochtoon die zich aanpast aan de Nederlandse gewoonten is een lachwekkende sukkel, een Nederlandse die zich stort op het voedsel van immigranten heeft het helemaal begrepen. Zelfdepreciatie is een essentieel onderdeel van de multiculturele ideologie –voor westerlingen tenminste.

De bedoelingen van de makers van de reclameserie 'op initiatief van verschillende mensen' zijn heel wat minder impliciet. In het kader van de actie &.nl worden we doodgegooid met filmpjes die de multiculturele samensmelting verheerlijken. De toonbeelden van harmonie worden zogenaamd aangedragen door de betrokkenen zelf. De blijde boodschap is dat we er zelf zoveel beter van worden als we de nieuwe heilsleer volgen. De winkel van de multiculturele slager barst uit zijn voegen, de multiculturele handelaar in auto-onderdelen is binnen vijf jaar wel 25% gegroeid door de “dynamische sfeer” die er in het bedrijf heerst (zoals een gebrekkig Nederlands sprekende medewerker ons wil doen geloven) en 70% van de deelneemsters aan een multicultureel vrouwenclubje zijn doorgestroomd naar een betaalde baan. Dit zijn enkele van de sprookjes die ons vrijwel dagelijks worden voorgeschoteld, want als een leugen maar groot genoeg is en maar vaak genoeg herhaald wordt (en een van de grootste leugens is dat immigratie goed is voor onze economie), zijn er altijd mensen die erin gaan geloven. De campagne is vorig jaar van start gegaan en behalve van reclames bedient men zich van sectorbijeenkomsten, evenementen, prijsuitreikingen en ambassadeurs (vertegenwoordigers van de politieke, economische en culturele ‘elite’, zoals Doekle Terpstra, Eelco Brinkman en Ans Marcus). De vraag door wie dit allemaal betaald wordt, zal wel onbeantwoord blijven.

Onze christelijk-socialistische regering heeft ‘de boel bij elkaar houden’ door het opheffen van achterstanden gepromoveerd tot haar voornaamste doelstelling. Ik kan niet anders zeggen dan dat ze hun geld inzetten waar hun mond is. Helaas komt een onevenredig deel van de extra uitgaven (voor onderwijs, probleemwijken, e.d.) ten goede aan de ‘allahtonen’, terwijl de extra benodigde belastinggelden voor een onevenredig deel geroofd worden uit de zakken van de autochtonen. Om te voorkomen dat zelfs de eigen achterban zich gaat verzetten, wordt de druk om zich tot het multiculturele geloof te bekeren steeds groter. De voorgangers in de multiculturele kerk bedienen zich daarbij van een veelheid aan indoctrinatiemethoden, bijvoorbeeld:

(1) Het verzwijgen en verhullen van de waarheid.
Wetenschap en journalistiek gaan hierbij hand in hand met de politiek. Beide sectoren worden gedomineerd door de erfgenamen van het revolutionaire elan van de jaren zestig, die de marxistische idealen nog altijd hoog in het vaandel hebben (voor hen geldt het adagium ‘komt links op, gaat rechts af’ duidelijk niet). Wetenschappers laten problemen die om onderzoek schreeuwen links liggen, of weigeren onaangename uitkomsten te publiceren. De weinigen die zich van de politiek correcte cultuur niets aantrekken worden door hun vakgenoten verketterd of monddood gemaakt. Voor journalisten is objectiviteit een vies woord geworden. Minderheden mogen vooral niet ‘gestigmatiseerd’ worden. Het weglaten van onwelgevallige informatie is usance geworden, nieuws en opinie worden tot een onuitwarbare kluwen ineengevlochten en aan wederhoor hebben de meeste nieuwsgaarders tegenwoordig een broertje dood. Het verhullend taalgebruik viert hoogtij: zo worden de bewoners van onze hoofdstad niet langer belaagd door 'Kutmarokkanen', maar door 'Amsterdamse Rotjongens'. Een andere truc is de ’selectieve nuance’: het is opvallend dat bij gesneefde Palestijnen steevast vermeld wordt hoeveel vrouwen en kinderen er onder de slachtoffers zijn en bij Israëlische slachtoffers nooit (waarmee men de indruk probeert te wekken dat het hier louter brute militairen of perfide kolonisten betreft).

(2) Het ‘verbeeten’ van het publieke debat.
De propagandisten van de multiculturele ideologie hebben liever niet dat de problemen van de multiculturele samenleving openlijk bediscussieerd worden. Maar, zoals de reactie op de dictatoriale ingreep van Kamervoorzitter Gerdi Verbeet tijdens het debat over de nieuwe regeringsploeg bewees, de publieke discussie laat zich dankzij het internet niet meer zo gemakkelijk smoren. Niet dat de politiek zich van de uitkomsten iets aan zal trekken: 60% van de Nederlanders mag dan tegen het bezit van een dubbele nationaliteit door gezagsdragers en volksvertegenwoordigers zijn, meer dan 90% van de Kamerleden zal een eventuele motie van de PVV over deze kwestie verwerpen. De politiek heeft namelijk twee belangrijke lessen geleerd van het kiezersgedrag in de afgelopen jaren: (a) als men het volk een oordeel laat uitspreken over een politieke kwestie, dan kan de uitkomst wel eens niet de gewenste zijn (het referendum over de Europese grondwet) en (b) als men de publieke opinie ignoreert en het stilzwijgen bewaart over meest fundamentele problemen in de samenleving, dan wordt men er electoraal niet voor afgestraft (de verkiezingen van november 2006).

(3) Het demoniseren van de ‘ongelovigen’.
Mensen die vraagtekens zetten bij de uitgangspunten van de multiculturele ideologie (zoals de gelijkwaardigheid van alle culturen) of bij de praktijk van het multiculturele samenleven, worden weggezet als xenofoben, racisten en neo-nazi’s. Zij ‘polariseren’, ‘gooien olie op het vuur’ en ‘drijven de gematigde moslims in de armen van de fundamentalisten’ volgens hun tegenstanders. De aanhangers van de multiculturele heilsleer weten vaak weinig of niets van andere culturen en religies en ze waken er angstvallig voor enige kennis te vergaren, want ignorance is bliss. In tegenstelling tot de meesten van hen weet ik wél waar ik het over heb en ik beschouw het stempel van ‘islamofoob’ dan ook als een geuzennaam.

(4) Het ondermijnen van de Nederlandse cultuur.
Voor je iets nieuws kunt creëren, moet de oude ballast uit de weg worden geruimd. Dus wordt de Nederlandse cultuur gebagatelliseerd en geridiculiseerd (er walmt volgens de multiculturelen een ‘spruitjeslucht’ van af) en eeuwenoude tradities worden met het groot vuil meegegeven. Zwarte Piet is door de politiek correcte maffia al in de ban gedaan (we moeten ons in het vervolg maar behelpen met ‘Regenboogpieten’) en Kerstmis zal wel snel volgen. Een nota bene christelijke vakvereniging was maar al te gaarne bereid een christelijke feestdag op te offeren voor het islamitische suikerfeest, maar men had gelukkig buiten de eigen leden gerekend. Ook onze geschiedenis is een bron van schaamte geworden, waarvoor wij ons eindeloos moeten verontschuldigen en waarvoor wij bij voorkeur boete moeten doen door het betalen van smartengeld aan de nabestaanden van degenen die onder onze 'wandaden' hebben geleden. [Persoonlijk zeg ik altijd tegen (dikwijls gemengdbloedige) Surinaamse Creolen die over de slavernij zeuren dat het niet mijn voorouders zijn geweest die slaven verhandelden en maltraiteerden, maar de hunne!]

Ook op de pagina’s van Het Vrije Volk vind je auteurs die het ‘absorberen’ van vreemde culturen propageren. Het gaat hierbij in de eerste plaats om de bekende trits van voedsel, muziek en kunst. Er zijn maar weinig propagandisten van de geneugten van de multicultuur die bij zo'n gelegenheid reppen over heel wat minder onschuldige zaken als religie en politiek systeem, terwijl daar natuurlijk het probleem ligt. Nederlanders zijn behoorlijk sceptisch als het om het absorberen van dit soort cultuurfacetten gaat: in een recente enquête bleek bijvoorbeeld tweederde van de ondervraagden van mening te zijn dat de islam niet verenigbaar is met het moderne Europese leven. Het propagandaoffensief is weliswaar in eerste instantie gericht op volwassenen, maar wil je een nieuwe religie werkelijk ingang doen vinden, dan moet je beginnen bij de jeugd. De ‘diversificatie’ van het onderwijs is dan ook voortvarend ter hand genomen. Het heeft nog niet zulke belachelijke vormen aangenomen als in Californië, waar leerlingen gedwongen worden wekenlang als moslim te leven en islamitische organisaties de geschiedenisboeken herschrijven, maar dat is slechts een kwestie van tijd.

Het westerse multiculturalisme wordt gekenmerkt door een bijna criminele naïviteit: men gelooft oprecht dat twee diametraal tegenover elkaar staande ideologieën (de westerse ideologie van vrijheid, gelijkberechtigdheid en democratie en de islamitische ideologie van onderwerping, ongelijkheid en theocratie) met elkaar te verzoenen zijn. Dat is een gevaarlijke illusie: hoe meer we onze principes verkwanselen, des te sneller komt onze ondergang nabij.

De geschiedenis heeft aangetoond dat een multiculturele samenleving alleen kan overleven bij de gratie van een sterk centraal gezag en een unificerende ideologie. Aangezien ons centrale gezag systematisch wordt ondermijnd door de EU en alleen westerlingen geloven dat er iets samen te binden valt, ziet de toekomst van Nederland, en alle andere (West-)Europese samenlevingen, er somber uit.

Dit artikel is ook te vinden op de website van Het Vrije Volk.

vrijdag, februari 23, 2007

Oordelen en vooroordelen.

Vooroordelen.

Een jaar of dertig geleden werkte ik mee aan een onderzoek onder werkgevers, geleid door een later in een andere tak van wetenschap onverwacht succesvolle socioloog. In de eerste fase van het onderzoek liet men twee fictieve sollicitanten met gelijkwaardige kwalificaties (een onmiskenbaar autochtone Nederlander en een Surinamer -getooid met een naam die ervoor bedacht leek zoveel mogelijk negatieve associaties op te roepen) reflecteren op vacatures in Amsterdam en omgeving. Indien de Surinamer niet voor een sollicitatiegesprek werd uitgenodigd, belde hij op om naar de reden te informeren en noteerde hij de gronden voor zijn afwijzing. De werkgevers werden later benaderd met het verzoek zich te laten interviewen over hun personeelsbeleid. Het afnemen van een deel van die interviews was mijn taak.

Met het opstellen van de vragenlijst had ik niets van doen gehad en ik ontdekte al snel een in mijn ogen merkwaardige omissie: de respondenten werden uitgebreid doorgezaagd over hun houding ten opzichte van allochtone sollicitanten, maar er werd nergens gevraagd naar hun ervaringen met allochtone werknemers, terwijl attitude doorgaans in aanzienlijke mate bepaald wordt door ondervinding. Op eigen initiatief heb ik een aantal vragen over dit onderwerp toegevoegd en de antwoorden in de marge van het enquêteformulier bijgeschreven, maar daar werd niets mee gedaan. De onderzoekers waren blijkbaar alleen geïnteresseerd in de eventuele vooroordelen van de onderzochten. Of deze mensen misschien ook een gefundeerd oordeel hadden was irrelevant. Het onderzoek leek daarom in de eerste plaats tot doel te hebben het vooroordeel (Amsterdamse werkgevers discrimineren) van de onderzoekers zelf te bevestigen. Dat ze in hun kortzichtigheid de allochtonen waarmee ze zo begaan waren soms schade toebrachten, drong niet tot hen door. Een van de door mij geïnterviewde werkgevers beklaagde zich er bijvoorbeeld over dat een Surinaamse sollicitant die hij voor een gesprek had uitgenodigd niets meer van zich had laten horen (daarmee zijn mogelijke twijfels over de betrouwbaarheid van Surinaamse werknemers voedsel gevend).

Individuen die leven in kleine, overzichtelijke gemeenschappen (zoals een groep jagers en verzamelaars met hoogstens enkele tientallen leden, of een boerendorpje met een paar honderd inwoners) hebben het voordeel dat ze alle leden van de gemeenschap persoonlijk kennen en hun gedrag daarop af kunnen stemmen. Individuen die leven in grotere eenheden kennen deze luxe niet. In plaats van af te kunnen gaan op hun eigen ervaringen, zullen ze af moeten gaan op de ervaringen van anderen. In plaats van te kunnen vertrouwen op hun oordeel, moeten ze vertrouwen op vooroordelen.

Ieder mens heeft vooroordelen en laat zich daardoor leiden. Mensen die beweren geen vooroordelen te kennen, hebben meestal alleen hun oude vooroordelen tegen meer politiek correcte vooroordelen ingewisseld.


Statistische waarschijnlijkheden.

Een vooroordeel wordt wel eens gedefinieerd als een “op een gebrek aan kennis berustende mening”. Aangezien men de omgang met onbekenden moeilijk uit kan stellen tot men voldoende kennis heeft verzameld, worden mensen zich noodzakelijkerwijs vaak beïnvloed door statistische waarschijnlijkheden. En dat is maar goed ook. De kosten van ongefundeerd vertrouwen zijn meestal namelijk hoger dan de kosten van ongefundeerd wantrouwen. Iemand die in het nachtelijke Amsterdam een groep allochtone hangjongeren niet uit de weg gaat en wordt aangerand of beroofd, krijgt niet alleen te maken met onbegrip en verwijten van de naaste omgeving, maar ook van de politie en de verzekering.

Als men een vreemdeling beter leert kennen, worden statistische waarschijnlijkheden vaak genegeerd, zelfs als dat objectief gezien behoorlijk roekeloos is. Een Nederlandse vrouw die met een moslim trouwt, heeft meer dan 50% kans dat het huwelijk geen lang leven beschoren is. In geval van echtscheiding is de kans dat er bittere conflicten ontstaan over de toewijzing van de kinderen bijna 100%. Die conflicten culmineren niet zelden in de ontvoering van de kinderen naar het land van herkomst van de vader. Bovendien is de kans dat ze door haar partner mishandeld wordt aanzienlijk hoger dan in een relatie met een autochtone man. Blijkbaar hebben al die vrouwen een rotsvast vertrouwen dat dit hen niet zal overkomen.


Stereotypen.

Een vooroordeel kan zich verharden tot een stereotype, een “vaststaand beeld” dat moeilijk te corrigeren is. Hoe onaangenaam ook, in de meeste gevallen zit er een flinke kern van waarheid in een stereotype. In Suriname hebben Creolen de reputatie lui en Hindoestanen de reputatie inhalig te zijn en het kan inderdaad niet ontkend worden dat de doorsnee Hindoestaan harder werkt en meer op de penning is dan de doorsnee Creool. Een dergelijk stereotype is uiteraard heel vervelend voor nijvere en spaarzame Creolen. Men kan echter dikwijls constateren dat mensen die lijden onder ongefundeerde negatieve stereotypen in het denken van de ene groep profiteren van de even ongefundeerde positieve stereotypen die worden onderschreven door een andere groep, zoals bij moslims het geval is.


Discriminatie.

Een vooroordeel kan aanleiding geven tot discriminatie. In feite is discriminatie niets meer dan het maken van onderscheid, maar tegenwoordig wordt het gedefinieerd als het maken van een “ongeoorloofd onderscheid”. Welke vormen van onderscheid ongeoorloofd zijn bepaalt de wet. Relevanter is echter de vraag of het onderscheid onterecht is.

Een Engelse onderzoeker die in de jaren zestig onderzoek deed naar discriminatie bij kamerverhuur in Nederland kwam tot de voor hem verbazingwekkende conclusie dat studenten wel werden gediscrimineerd en negers niet. In dit geval was het onderscheid bepaald niet onterecht: volgens de verhuurders maakten studenten rotzooi en lawaai en liet hun betaalgedrag te wensen over, terwijl negers (behalve vermoedelijk de studenten onder hen) modelhuurders waren. Toentertijd waren de enige negers die men in Nederland aantrof hoog opgeleide en volledig geassimileerde Surinaamse Creolen uit de hogere klassen, die inderdaad een aanwinst voor de samenleving vormden. Na de toestroom van massa's laag opgeleide Creolen en Afrikaanse vluchtelingen werden negers wel degelijk gediscrimineerd bij de kamerverhuur. Dit doet vermoeden dat er aan sommige gevallen van discriminatie wel degelijk rationele overwegingen ten gronde liggen.

De overheid mag volgens de grondwet niet discrimineren. In het verlengde hiervan is het ook privépersonen verboden te discrimineren, zelfs als ze dit op rationele gronden doen. De voorschriften zijn vastgelegd in de Wet Gelijke Behandeling. Dat deze antidiscriminatie-wetgeving absurde consequenties kan hebben, komt het meest prangend tot uiting in de vonnissen van de Commissie Gelijke Behandeling, waar burgers gevallen van vermeende discriminatie aanhangig kunnen maken. Bij bestudering van hun uitspraken dringt zich de vraag op waarom de wetgever sommige vormen van terecht onderscheid ongeoorloofd en sommige vormen van onterecht onderscheid acceptabel vindt.

Het is onvermijdelijk dat verschillende grondrechten (zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst) soms met elkaar in botsing komen. Omdat godsdiensten (met name de islam) zelf stelselmatig discrimineren (tussen man en vrouw, gelovigen en ongelovigen, homoseksuelen en heteroseksuelen) is het evenzeer onvermijdelijk dat de vrijheid van godsdienst en het antidiscriminatiebeginsel soms op zeer gespannen voet met elkaar staan. De CGB, die voornamelijk door deskundigen van linkse signatuur bevolkt wordt, vindt discriminatie door islamieten blijkbaar wel acceptabel en discriminatie van islamieten niet. Voor fundamentalistische christenen heeft men aanmerkelijk minder begrip. Ik kan niet anders dan concluderen dat de islam blijkbaar gelijker is dan andere godsdiensten.

Dit wordt overtuigend bewezen door de uitspraak in de zaak van Mohammed Faizel Ali Enait, een streng gelovige moslim die vrouwen geen hand wil geven, maar die zich niettemin uitstekend geschikt acht voor de functie van klantmanager bij de Rotterdamse Sociale Dienst. De CGB vond zijn afwijzing onterecht omdat er ook “andere respectvolle manieren van begroeten zijn”, waarbij echter geen onderscheid tussen mannen en vrouwen dient te worden gemaakt. Ik mag hopen dat de CGB er nauwlettend op toe gaat zien dat bovengenoemde ‘heer’ (die Nederlanders bij voorkeur aanduidt als Aboriginals) niet stiekem moslimmannen wél een hand geeft.


Conclusie.

Het is niet te vermijden dat mensen zich in de dagelijkse omgang met vreemden in hoge mate laten leiden door vooroordelen. Hoe ‘vreemder’ die vreemden zijn, des te sterker is dit het geval. De kosten van het koesteren van vooroordelen ten aanzien van onbekenden zijn gering en de mogelijke baten groot, zoals iedereen die enigszins streetwise is weet. Er wordt wel beweerd dat elkaar beter leren kennen dé remedie tegen vooroordelen en discriminatie is. Daarbij wordt voorbij gezien aan het feit dat wat je ontdekt mogelijk meer afschrikt dan aantrekt. Voor mij gold in ieder geval dat hoe meer ik over de islam te weten kwam, des te groter mijn afkeer van deze religie werd.

Voor de adepten van de multiculturele samenleving is onwetendheid een zegen en die wordt dan ook fanatiek in stand gehouden.

dinsdag, februari 13, 2007

De valkuil van de democratie.

Amerika is democratischer dan Nederland. Niet alleen de president en de volksvertegenwoordigers worden daar democratisch verkozen, maar ook de burgemeesters, sheriffs en andere hoge ambtenaren, tot zelfs de openbare aanklagers toe. Betekent dit dat Amerika beter bestuurd wordt dan Nederland? Verre van dat! De commerciële omroepen zijn democratischer dan de publieke omroepen. Zij maken uitsluitend programma’s met de bedoeling dat er zo veel mogelijk mensen zo lang mogelijk naar kijken. Betekent dit dat de uitzendingen van de commerciële omroepen beter zijn dan die van de publieke omroepen? Verre van dat! Democratie is geen garantie voor kwaliteit.

Democratie is geen staatsvorm voor beginners. Om naar behoren te kunnen functioneren vraagt democratie een goed opgeleide en ter zake kundige bevolking, geen lamlendige massa stemvee, die zich laat manipuleren door gratuite soundbites of religieuze propaganda. Aangezien het aantal onwetende en domme mensen in de meeste landen het aantal ontwikkelde en verstandige mensen verre overtreft, is democratie in het verleden vaak een gevaarlijke optie gebleken: Hitler is op democratische wijze aan de macht gekomen en ook andere dictatoren, zoals Mao, Stalin en Fidel Castro, zijn door de ‘wil van het volk’ naar de voorgrond gestuwd. Democratie is geen garantie voor rechtvaardigheid.

Het grootste deel van de huidige democratieën heeft moeite om verantwoord om te gaan met essentiële vrijheden. Als men de heilsboodschap van de democratie gaat brengen aan landen waar de grote massa van de bevolking ongeletterd en gewend aan knechtschap is, kunnen de resultaten van het 'democratische proces' wel eens heel teleurstellend uitvallen. Iets wat vooral Amerika nog altijd niet begrepen heeft.

De pathetische pogingen van de Amerikanen en hun bondgenoten om de democratie wortel te doen schieten in door tegenstellingen verscheurde islamitische landen als Afghanistan en Irak kunnen slechts tot een debacle leiden. De groepering die numeriek overwicht heeft zal democratische verkiezingen misbruiken om de macht te grijpen teneinde de tegenstanders des te effectiever te kunnen onderdrukken. In ‘gewone’ islamitische landen is de uitkomst van het democratische proces dikwijls de triomf van partijen die voorstander zijn van een theocratie. Dat wordt soms (bijvoorbeeld in Algerije en Pakistan) door de meer westers georiënteerde politieke en militaire machthebbers ondemocratisch en desnoods met geweld tegengewerkt, tot afschuw van naïeve westerlingen die vinden dat zelfs de meest verwerpelijke uitslag eerbiedigt moet worden. Zelfs islamitische landen waarin de democratie tot op heden redelijk gefunctioneerd heeft (zoals Indonesië) dreigen steeds meer in de greep te raken van het totalitaire islamisme, met de zegen van een groot deel van de bevolking.

Minister Donner heeft in zijn beruchte interview met Vrij Nederland getracht de mogelijke consequenties van onze veelgeroemde democratische vrijheden duidelijk te maken met zijn opmerkingen over de mogelijke invoering van de sharia. Democratie is geen garantie voor vrijheid: democratie kan juist leiden tot de vernietiging van onze vrijheden. De invoering van de sharia vergt een grondwetswijziging en daar is een tweederde meerderheid voor nodig, maar bij de meeste democratische beslissingen heeft men genoeg aan een meerderheid van 50% plus 1. Dat kan vervelende gevolgen hebben voor de resterende 50 % min 1.

De gedachte onder de sharia te moeten leven jaagt de meeste autochtone Nederlanders de stuipen op het lijf en de respons op zijn uitspraken was dan ook heftig. De reacties vielen in een aantal categorieën uiteen. (a) hij werd verketterd omdat men de indruk kreeg dat hij voor de invoer van de sharia zou zijn, wat -zoals hij later nadrukkelijk verklaarde- niet het geval is; (b) moslims en sommige autochtone 'deskundigen' sloofden zich uit om te bewijzen dat invoering van de sharia helemaal niet zo’n ramp is en dat de identificatie van de sharia met afgehakte handen en gestenigde vrouwen weer zo’n dom westers vooroordeel is; (c) een aantal pessimisten zag in emigratie (men kan zich afvragen waarheen) de enige uitweg als het ooit zover zou komen; (d) een enkeling vroeg zich af of men in de grondwet geen barrières moet opwerpen tegen het op democratische wijze afschaffen van onze grondrechten (waarvoor men in het huidige klimaat van zelfbedrog voorlopig geen 2/3 meerderheid zal kunnen vinden).

De islam is de grootste vijand van recht en vrijheid. De islam beledigt, de islam discrimineert, de islam zaait haat, de islam preekt geweld en de islam treedt niet alleen de grondrechten van alle niet-moslims, maar ook die van minstens de helft van de moslims met voeten. Verbieden kunnen wij de meest intolerante van alle religies echter niet, noch kunnen wij de toestroom van de aanhangers van deze religie blokkeren. Onze democratie geeft haar ergste vijand de wapens om haar te vernietigen, als dat niet het toppunt van ironie is!

Ik ben om deze redenen niet bepaald een vurige aanhanger van de democratie. Een goed functionerende democratie is pas mogelijk als aan de voorwaarden voor verantwoord burgerschap (kennis, oordeelsvermogen, betrokkenheid) in bredere kringen wordt voldaan dan nu. Tot dan zal iedereen beter af zijn in een meritocratie: een stelsel waarin de politieke invloed van een burger bepaald wordt door de merites (verdienste) die hij/zij heeft voor de samenleving. Hoe de vertaling van merites in stemgewicht ook zal zijn, één ding is zeker: in een meritocratie zullen maar heel weinig moslims iets in te brengen hebben.

donderdag, februari 01, 2007

De afwentelcultuur.

Het is best bevredigend om op andermans kosten idealistisch, principieel, of anarchistisch te zijn. Ik vraag me echter het volgende af: zouden bevlogen asieladvocaten nog steeds alle beroepsmogelijkheden uitputten, als de Nederlandse overheid ze niet zo ruimhartig voor hun moeite zou belonen; zouden leden van zwartekousenkerken nog steeds een poliovaccinatie weigeren, als ze de kosten van het onderhoud en de verzorging van poliopatiënten zelf zouden moeten ophoesten; zouden opstandige jongeren het nog steeds zo leuk vinden pyromaantje te spelen, als ze voor iedere cent van de schade op zouden moeten draaien?

Een van de grootste makkes van Nederland is het gemak waarmee mensen de financiële consequenties van hun menslievendheid, levensovertuiging, of wangedrag kunnen afwentelen op ‘het geheel’. Bovenstaande personen, tezamen met liegende asielzoekers, megalomane bedrijfsbestuurders, prutsende ambtenaren, frauderende steuntrekkers, barebackende homo’s en andere lieden die het systeem weten te bespelen, kosten iedere Nederlander jaarlijks honderden euro’s.

De omvang van de financiële aderlating blijft echter in het verborgene. De Nederlander schijnt er de voorkeur aan te geven het niet te weten, opdat het ook niet voelbaar deert. Ik wed dat men zich rot zou schrikken als in elke prijsstelling deze vermijdbare overheadkosten duidelijk tot uitdrukking zouden komen. Als op ieder etiket in het warenhuis zou staan: x% toeslag wegens winkeldiefstal; als het polisblad van de ziektekostenverzekering zou vermelden: y% toeslag wegens hun gezondheid verwoestende verzekerden en sjoemelende medici; als de prijskaartjes van de producten van fabrikant A. zouden opbiechten: z% toeslag wegens malversaties van bestuurders die met een gouden handdruk zijn heengezonden. En als op het belastingbiljet zou prijken hoeveel procent extra belasting het negeren van deze wantoestanden kost. De kreet ‘doe er wat aan’ zou niet van de lucht zijn. Ik heb wel wat ideeën voor de aanpak van de geldverspilling door afwenteling.

(1) De regel 'put your money where your mouth is' consequent in de praktijk brengen. Mensen die vinden dat asielzoekers eindeloos in beroep moeten kunnen gaan, dat illegalen gratis medische zorg moeten krijgen, dat ontwikkelingshulp nog royaler rondgestrooid moet worden, dat cursussen soera's stampen voor allochtonen subsidie verdienen (degenen die op de linkse partijen stemmen dus), wordt een speciale ‘idealismebelasting’ opgelegd (dat zal Jan Mulder c.s. deugd doen). Mensen die dit soort dingen maar onzin vinden, blijven daarvan verschoond. Asieladvocaten die zo vreselijk begaan zijn met het lot van vluchtelingen moeten die in het vervolg maar pro deo verdedigen. Medewerkers van ‘goede doelen’ organisaties, die natuurlijk puur uit idealisme voor hun werkkring gekozen hebben, moeten maar genoegen nemen met het minimumloon.

(2) Speciale 'Hosannaverzekeringen' invoeren ter delging van de ziektekosten van degenen die recht in de leer zijn. Dan mag men alle vaccinaties weigeren, euthanasie afwijzen en comapatiënten tot het einde der tijden in leven houden. Men is natuurlijk wel een stuk duurder uit. Onverlaten die zich een teerlong roken, een cirrose zuipen, een gat in hun hersens snuiven, een SOA neuken, of een hartvervetting vreten en weigeren hun leven te beteren dienen eveneens een fikse opslag op hun ziektekostenpremies te krijgen.

(3) Ook de niet-topcriminelen kaalplukken tot er geen veer meer over is. Heeft captain of industry H. valsheid in geschrifte gepleegd om de koers van de aandelen van zijn bedrijf omhoog te stuwen zodat zijn opties meer waard werden, dan zijn protserige villa, Porsche en andere ping ping afpakken en de opbrengst onder de gedupeerde aandeelhouders verdelen. Heeft Kutmarokkaantje B. een oude man in elkaar getimmerd omdat deze hem scheef aankeek, dan zijn scooter, computer en iPod te gelde maken om het slachtoffer te compenseren.

Ik ben zeer voor vrijheid, maar die moet wel gepaard gaan met verantwoordelijkheid voor de (financiële) gevolgen van de eigen daden.

maandag, januari 22, 2007

Een strengere nationalisatiewet.

Er is vorig jaar alweer een grens overschreden: het aantal ‘Nederlanders’ met een dubbele nationaliteit bedraagt nu meer dan een miljoen. De helft daarvan bestaat uit genaturaliseerde Turken en Marokkanen. De meesten van hen hebben de Nederlandse nationaliteit eerder aangevraagd om hun aanspraken op de sociale voorzieningen veilig te stellen, dan omdat ze zich op enigerlei wijze met Nederland verbonden voelen. Tussen 1 januari 1992 en 1 oktober 1997 konden niet-Nederlanders bij naturalisatie hun oorspronkelijke nationaliteit behouden en daarvan is op grote schaal gebruik gemaakt. Sinds 1 oktober 1997 geldt de regel dat personen slechts één nationaliteit mogen hebben. Er is echter een aantal uitzonderingen (die o.a. verband houden met bepalingen in het land van herkomst), zodat in de praktijk het overgrote deel van de aanvragers de oorspronkelijke nationaliteit behoudt. De Marokkaanse overheid, bijvoorbeeld, staat haar burgers niet toe om afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit. De Turkse overheid staat niet-Turken niet toe van Turken te erven. Dat is heel jammer voor de betrokkenen, maar in de eerste plaats hun eigen probleem.

Toch ben ik niet principieel tegen de dubbele nationaliteit: ik wil deze zelfs verplicht stellen gedurende een vastgestelde (overgangs)periode. Het Nederlandse staatsburgerschap is namelijk geen recht, maar een voorrecht. Dit privilege moet verdiend worden. Helaas is in het verleden de Nederlandse nationaliteit gedachteloos cadeau gedaan aan ieder die belangstelling toonde. Er werd bijvoorbeeld geen enkele eis gesteld aan de kennis van de Nederlandse taal, met als gevolg dat ons land vergeven is van de ‘Nederlanders’ zijn die zich nauwelijks verstaanbaar kunnen maken buiten de eigen kring.

Momenteel worden er aan volwassen aanvragers van naturalisatie de volgende eisen gesteld:
(1) ten minste vijf jaar legaal in Nederland verblijven (bij huwelijk of samenwonen met een Nederlander drie jaar);
(2) in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning;
(3) voldoende kennis bezitten van het Nederlands (zowel mondeling als schriftelijk), aan te tonen door een (naturalisatie)toets;
(4) de laatste vier jaar geen gevangenisstraf, leer/taakstraf, of hoge geldboete hebben gekregen;
(5) bereid zijn afstand te doen van de huidige nationaliteit.
Men kan ook Nederlander worden door optie, als men bijvoorbeeld met een Nederlander getrouwd of ouder dan 65 is en men meer dan 15 jaar in Nederland gewoond heeft, of als men meerderjarig is en sinds het vierde jaar in Nederland gewoond heeft. In dat geval hoeft geen afstand te worden gedaan van de buitenlandse nationaliteit.

Wat mij betreft zouden in de nieuwe wet de volgende bepalingen van kracht moeten zijn:
(1) een aanvraag kan pas worden ingediend na een onafgebroken verblijf van ten minste 10 jaar, gerekend van het moment dat men een ‘permanente’ verblijfsvergunning heeft gekregen [wat mij betreft krijgt men alleen een permanente verblijfsvergunning op het moment dat men Nederlander wordt, daarvoor dient het louter een verblijfsvergunning voor 'onbepaalde tijd' te zijn];
(2) de aanvrager moet aantonen de Nederlandse taal in woord en geschrift goed te beheersen (dat geldt ook voor afhankelijken die automatisch ‘meeprofiteren’);
(3) de aanvrager moet van onbesproken gedrag zijn, ook voordat hij/zij in Nederland arriveerde (m.u.v. vervolging wegens overtuiging);
(4) de aanvrager moet een positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving leveren: door (vrijwilligers)werk, studie of het verzorgen van huishouden en kinderen;
(5) de aanvrager dient de Nederlandse grondrechten te kennen en te respecteren (te formaliseren door het ondertekenen van een verklaring, of het afleggen van een eed) en daarvan in woord en gedrag blijk hebben gegeven.
De mogelijkheid tot verkrijging van het Nederlanderschap door optie komt te vervallen.

Na naturalisatie gaat er een proefperiode in die ten minste vijf jaar en ten hoogste tien jaar duurt. Gedurende deze periode heeft men alle rechten die inherent zijn aan het Nederlanderschap, behalve het passieve kiesrecht. Bovendien geldt dat men na het plegen van een ernstig (gewelds)misdrijf van het Nederlanderschap wordt ontheven en na het uitzitten van de straf wordt uitgewezen. [Ik denk hierbij aan misdaden -of ze nu hier of in het buitenland gepleegd zijn- als moord, verkrachting, ernstige mishandeling, drugs- en mensenhandel, (het beramen van) terroristische aanslagen en grootscheepse fraude of oplichting. De regering wil alleen het Nederlanderschap kunnen ontnemen aan mensen die een bedreiging vormen voor de Nederlandse staat, zoals terroristen.] Bij lichtere misdrijven wordt de proefperiode gemaximaliseerd en is uitwijzing de consequentie zijn als men opnieuw de fout ingaat.

Na afloop van de maximale periode is men verplicht te kiezen. [Het omgekeerde geldt al: als men naast het Nederlanderschap gedurende 10 jaar een andere nationaliteit bezit en tien jaar buiten Nederland en buiten de EU verblijft, vervalt het Nederlanderschap.] Bij 'Nederlanders' die hun oorspronkelijke nationaliteit volgens het land van oorsprong niet kunnen opgeven, vervalt de Nederlandse nationaliteit automatisch. Voor kinderen met een dubbele nationaliteit geldt dat men op zijn 18e een beslissing moet nemen. Verliest men het Nederlanderschap of besluit men het op te geven, dan mag men uiteraard in ons land blijven, maar dan gelden de regels die in mijn opinie voor alle buitenlanders van buiten de EU moeten gelden. Zij zijn gasten en dienen zich als zodanig te gedragen.

Zij worden onderworpen aan de volgende beperkingen:
(1) men heeft geen recht op bijstand;
(2) men heeft alleen recht op een WAO-uitkering als de arbeidsongeschiktheid aantoonbaar veroorzaakt wordt door werk dat in Nederland is verricht;
(3) men heeft geen kiesrecht;
(4) men dient op verzoek van politie of justitie aan te kunnen tonen op legale wijze in zijn onderhoud te voorzien;
(5) men dient zich te onthouden van kritiek op de Nederlandse overheid en de Nederlandse samenleving en het beledigen of bedreigen van Nederlanders (en uiteraard van elk misdrijf).

Bestaande gevallen vallen ook onder deze regeling: men moet als men langer dan 10 jaar ‘Nederlander’ is binnen één jaar een definitieve keus maken en als men nog geen tien jaar ‘Nederlander’ is uiterlijk na 10 jaar. ‘Nederlanders’ die langer dan een jaar achtereen in het buitenland verblijven, of die minder dan de helft van hun tijd in ons land doorbrengen worden vervallen verklaard van de Nederlandse nationaliteit en mogen niet wederom komen. 'Nederlandse' criminelen die alleen met hun paspoort wapperen als ze in het buitenland in de problemen komen in de hoop op steun van Nederlandse diplomaten of de mogelijkheid hun (dan veel geringere straf) in Nederland uit te kunnen zitten, dienen eveneens gedenaturaliseerd te worden.

Een aantal van deze bepalingen zijn ongetwijfeld strijdig met onze huidige grondwet: daarom dient deze ook zodanig aangepast worden dat discriminatie naar herkomst en verblijfsstatus mogelijk is. Ik vind dat er in ons land alleen plaats is voor nieuwe landgenoten die zich ook echt Nederlander voelen, niet voor mensen met een verscheurd gemoed en al helemaal niet voor onderdanen van vreemde mogendheden die zich in de eerste plaats als moslim beschouwen.

Dit artikel is, in ietwat gewijzigde vorm, ook te vinden op de website van Het Vrije Volk.

dinsdag, januari 16, 2007

Het zwaard van Damocles.

Wat zullen ze hem over een eeuw of zo vervloeken, in de laatste autochtone enclaves in Neerlandistan of, waarschijnlijker nog, in de enclaves van Neerlandistaanse vluchtelingen in uithoeken als Patagonië of Newfoundland: artikel 1 van de Nederlandse grondwet.

Dit artikel luidt als volgt: Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook is niet toegestaan. Twee onderdelen springen hierbij direct in het oog. (1) De frase allen die zich in Nederland bevinden. Deze categorie omvat niet alleen de niet-Nederlanders, maar zelfs de illegalen. (2) De frase op welke grond dan ook. Deze zet de deur open naar een eindeloze reeks van mogelijkheden om iemand op frivole gronden aan te klagen wegens discriminatie. Nederlanders hebben volgens de Nederlandse grondwet op Nederlandse bodem niet meer rechten dan wie dan ook. Ik vind dit onbegrijpelijk en onacceptabel. Voor het geval men zou denken dat dit artikel een recente toevoeging is die uit de koker komt van multiculti-adepten: deze formulering stond al in de eerste versie van de grondwet, daterend van 24 augustus 1815.

Weinigen zullen zich toentertijd gerealiseerd hebben welke dramatische gevolgen deze zinsneden nog eens zouden hebben. Immigranten kregen dezelfde rechten als geboren en getogen Nederlanders, daar zag niemand iets kwaads in. Onze ervaringen met immigranten waren in die tijd immers gunstig. De Iberische Joden, de Hugenoten, de Duitsers en de Scandinaviërs, allen hadden een waardevolle bijdrage aan welvaart en welzijn geleverd en waren zonder enig probleem geïntegreerd. Tot het begin van de jaren zestig konden we in ieder geval staande houden dat immigranten onze samenleving niet negatief beïnvloedden. Hongaarse vluchtelingen waren een aanwinst gebleken; Zuid-Europese gastarbeiders hadden zich aangepast of waren teruggekeerd; de weinige immigranten uit onze (voormalige) koloniën waren over het algemeen goed opgeleid en vastbesloten er wat van te maken; Chinezen en Molukkers integreerden misschien niet helemaal probleemloos, maar ontwrichtten nergens onze buurten en steden. Een echt immigratieland was Nederland trouwens niet en wilde het ook niet zijn.

De laatste decennia is dat positieve beeld drastisch veranderd. Niet alleen is het aantal immigranten schrikbarend toegenomen -en niet vanwege de behoeften van de Nederlandse samenleving zelf- de culturele en religieuze kloof tussen de immigranten en de autochtone bevolking is groter dan ooit. De Surinamers die vlak voor de onafhankelijkheid massaal naar Nederland uitweken, stamden niet langer uit de goed opgeleide en geaccultureerde elite en de overgang verliep niet bepaald vlekkeloos, maar ze kenden de taal, deelden in meerderheid de christelijke religie en waren enigszins vertrouwd met de Nederlandse geschiedenis en cultuur. Dat gold niet voor de gastarbeiders uit Marokko en Turkije, die in de jaren zestig werden aangeworven om een aantal tot ondergang gedoemde 'maakindustrieën' (o.a. de textielindustrie) kunstmatig in leven te houden. De meesten van hen werden geronseld in door armoede geteisterde plattelandsgebieden (het Rifgebergte en Anatolië), die zelfs in eigen land als achterlijk beschouwd werden. Ze waren analfabeet of hadden een minimale opleiding en bovenal: ze waren moslim.

Een zakelijke misrekening zette een autonoom proces in werking dat het aantal van deze immigranten onstuitbaar heeft doen toenemen. Ze gingen niet terug zoals verwacht, maar ze bleven; ze haalden hun families naar Nederland; ze trouwden met mensen uit het vaderland en ze kregen veel, heel veel kinderen. Dit alles met de zegen van de Nederlandse wetgeving, de politieke gezagsdragers en de opiniemakers –maar niet van de gewone Nederlanders. Als een would-be immigrant eenmaal ons land is binnengedrongen, op welke wijze dan ook, dan kan hij al onze vrijheden en verworvenheden voor zich opeisen. Niet verwonderlijk dus dat velen alles doen om binnen te geraken: valse asielverzoeken, gedwongen huwelijken, schijnhuwelijken, mensensmokkel, het maakt niet uit. Eenmaal in Nederland is de kans dat ze ooit weer uitgezet worden miniem, dankzij de wettelijke bescherming die zelfs de grootste misdadigers hier genieten. Ze worden bovendien met open armen ontvangen door de progressieven en bevlogenen in dit land, die zich blind staren op de ‘zieligheid’ van deze gelukzoekers.

Degenen die geloofden dat er weinig principiële verschillen bestaan tussen deze immigranten en de Italianen en Grieken die eerder met zo weinig repercussies voor ons aan de slag waren gegaan, zodat men erop vertrouwen kon dat ze ook wel zouden integreren (waaronder de meeste beleidsmakers), begingen een fatale denkfout. Er gaapt een diepe kloof tussen het noordelijke en het zuidelijke deel van het Middellandse Zeegebied. Die kloof is niet zozeer cultureel van aard: het eer-en-schaamte complex bepaalt in het gehele gebied de interactie tussen mensen. Het probleem ligt op het gebied van de religie. Hoezeer atheïsten en agnosten enerzijds (vanuit een negatieve houding) en sommige christenen en moslims anderzijds (vanuit een positieve houding) de tegenstellingen ontkennen of bagatelliseren, de verschillen tussen christendom/humanisme en islam zijn fundamenteel en onoverbrugbaar. Het christendom zet in op liefde en gerechtigheid, de islam op verachting en verovering. Moslims zijn in feite onintegreerbaar. De waarden van de islam staan diametraal tegenover de onze.

Het gros van de moslims wil niet in vrede met ons leven. Ze zijn hoogstens bereid een tijdelijke wapenstilstand met ons te sluiten tot ze sterk genoeg zijn om ons te onderwerpen. Deze conclusie volgt onvermijdelijk uit (1) wat er in de koran en de hadith staat –en die geschriften zijn voor moslims onaantastbaar (2) wat vooraanstaande moslims openlijk verklaren -en wat door westerse beleidsmakers nog altijd wordt weggewoven en (3) het gedrag van moslims overal ter wereld. Het is een groot misverstand om te denken dat de radicale moslim en de modale moslim in hun opvattingen veel verschillen. Ze verschillen voornamelijk in hun voorkeur voor de middelen die ze willen inzetten om hun opvattingen te realiseren.

De Nederlandse gastvrijheid oogst bij moslims weinig dankbaarheid. Nederland (en de rest van het Westen) maakt in hun ogen deel uit van de Dar al-Harb, het Land van de Oorlog, waartoe geen moslim wil behoren. Ze willen er wonen, ze willen er profiteren van alle verworvenheden, maar ze willen het vooral veranderen -in een onderdeel van de Dar al-Islam, het Land van de Gelovigen. Vooraanstaande moslims laten daarover geen enkele twijfel bestaan en ze doen ook niet geheimzinnig over de manier waarop ze hun doel denken te bereiken:

We hebben vijftig miljoen moslims in Europa. Er zijn tekenen dat Allah de Islam de overwinning zal schenken in Europa –zonder zwaarden, zonder geweren, zonder veroveringstochten. De vijftig miljoen moslims van Europa zullen het binnen een paar decaden in een moslimcontinent veranderen. Europa staat voor een moeilijke keus, net als Amerika. Ze moeten erin toestemmen islamitisch te worden, of de islam de oorlog verklaren. Muammar al-Ghadaffi (dictator van Libië)

We zullen jullie veroveren met de baarmoeders van onze vrouwen. Abdelaziz Bouteflika (president van Algerije)

Ik ben tegen de stelling dat twee kinderen genoeg zijn. Ons land heeft een grote capaciteit. Het heeft de capaciteit om vele kinderen te laten opgroeien. Het heeft zelfs genoeg capaciteit voor 120 miljoen mensen. [Nu zijn het er 70 miljoen, bijna allemaal arm.] Het zijn de westerlingen die problemen hebben. Omdat hun bevolkingsgroei negatief is, maken ze zich zorgen en zijn ze bang dat als onze bevolking groeit wij over hen zullen triomferen. Mahmoud Ahmadenejad (president van Iran)

We maken het de moslims wel heel makkelijk om ons land te veroveren. We brengen zelf nauwelijks kinderen voort en subsidiëren de veel grotere moslimgezinnen. We leggen de volksverhuizing geen strobreed in de weg. We delen het staatsburgerschap uit alsof het een snoepje is. We haasten ons de meest onbeschofte eisen in te willigen. We durven geen woord van kritiek op de islam te uiten. We kruipen in onze schulp bij de meest onzinnige beschuldigingen van racisme. We zwelgen in zelfhaat. We verdedigen ons niet, omdat we ons zo nodig aan een achterhaalde grondwet moeten houden.

Degenen die verkondigen dat moslims en niet-moslims ‘vreedzaam’ naast elkaar kunnen leven in landen waarin de moslims geen minuscule minderheid vormen, of waarin de niet-moslims niet als dhimmi’s aan hen onderworpen zijn, maken zich schuldig aan een criminele vorm van (zelf)bedrog. De moslims in het Westen hebben ons al lang de oorlog verklaard, het wordt hoog tijd dat wij hen eveneens de oorlog verklaren. De immigratie van moslims dient gestopt te worden. Alle moslims (en andere immigranten) die zich niet in woord en gedrag aan onze normen en waarden willen aanpassen (met andere woorden, niet willen assimileren), dienen uit ons midden verwijderd te worden. We kunnen dit onmogelijk doen zonder te discrimineren. Daarom dient artikel 1 van de grondwet drastisch gewijzigd te worden. De mogelijkheid tot 'discriminatie' naar herkomst en verblijfsstatus is voor de toekomst van het Nederlandse volk van levensbelang. In mijn visie dienen alleen Nederlanders aanspraak te kunnen maken op de volledige grondrechten, zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. Voor ‘halve Nederlanders’ en buitenlanders moeten beperkingen van kracht te zijn, afhankelijk van hun herkomst (al dan niet uit een EU-land) en verblijfsstatus. Internationale verdagen die dit onmogelijk maken moeten worden opgezegd.

We moeten onze vrijheid met een steeds grotere onveiligheid bekopen. Natuurlijk kunnen ook andere artikelen uit de grondwet aangepast worden, met name artikel 6 (dat de vrijheid van godsdienst waarborgt). Dat er veel mensen bereid zijn de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen (voor autochtone Nederlanders tenminste) is al lang duidelijk. Dit betekent echter dat men de rechten van alle Nederlanders aantast, in plaats van alleen de rechten van (ongewenste) vreemdelingen. Door het aanpassen van artikel 1 zal de keuze tussen vrijheid en veiligheid ons hopelijk bespaard blijven.

De tijd dringt. Het percentage moslims in onze samenleving verviervoudigt iedere generatie. Voor een grondwetswijziging is een 2/3 meerderheid nodig. Binnen enkele decaden is deze meerderheid nooit meer te verkrijgen en dan kunnen we nog slechts wachten op het moment dat een moslimmeerderheid al onze rechten afschaft.

maandag, januari 08, 2007

Geen hulp voor moslims meer.

Moslims helpen is water naar de zee dragen, boter aan de galg smeren, parels voor de zwijnen werpen ... en onze eigen onder-gang meefinancieren.

Ik ben geen christen. Ik keer de andere wang niet toe. Ik ben mijn broeders hoeder niet. En bovenal, ik heb mijn vijanden niet lief.

Moslims zijn mijn vijanden. Mochten ze het in Nederland ooit voor het zeggen krijgen dan zal mij als atheïst niet eens de mogelijkheid worden geboden als een vernederde dhimmi voort te leven, maar rest er slechts de keuze tussen bekering tot de islam of de kop eraf.

Moslims zijn in feite de vijanden van alle niet-moslims. Moslims willen alleen 'in vrede' met ongelovigen samenleven als ze hen eerst hebben gedegradeerd tot tweederangs burgers, of (met geweld) hebben bekeerd. Zolang moslims een minderheid vormen, houden ze zich doorgaans gedeisd (met uitzondering van de Franse pyromanen, de Scandinavische groepsverkrachters, de Britse opblaasstudenten, de Duitse samenzweerders, de Nederlandse rituele slagers en andere inspirerende figuren). Hun vredelievendheid is schijn: het ware gezicht van moslims wordt pas onthuld als ze (desnoods op democratische wijze) de overhand hebben gekregen. Tot dan is het voor de meesten taqiyya geblazen. Sommigen zijn echter zo arrogant ons ruim tevoren te waarschuwen. Ik neem die waarschuwingen serieus.

Het is misschien weinig Samaritaans, maar mijn vijanden help ik niet. Ik heb geen cent gedoneerd aan de grote inzamelingsactie voor de slachtoffers van de Kerst-tsunami. India en Thailand hadden laten weten geen buitenlandse hulp nodig te hebben, Sri Lanka werd al bedolven onder hulp en ik wilde niet dat mijn geld terecht zou komen bij de fel islamitische Atjeeërs.

Niet dat de slachtoffers in Atjeh minder 'zielig' waren, maar de verderfelijke invloed van de islam was zelfs in deze uitzonderlijke omstandigheden onmiskenbaar. Terwijl in Thailand en Sri Lanka de mensen hun getroffen landgenoten massaal te hulp schoten en zelfs getraumatiseerde overlevenden de handen uit de mouwen staken om de overledenen te begraven en de rommel op te ruimen, zaten de Atjeeërs oeverloos te zeuren en te klagen. Over het feit dat het Indonesische leger (waartegen ze tientallen jaren op leven en dood hadden gevochten) te weinig deed, of over het feit dat weeskinderen opgenomen werden door christenen (ze mochten eens van hun geloof vallen) bijvoorbeeld. Terwijl het gehate Amerika zich uitsloofde voor de getroffenen, stak het nabijgelegen en van ellende verschoond gebleven moslimbroederland Maleisië geen vinger uit. Onlangs is gebleken dat veel slachtoffers nog steeds geen permanent onderkomen hebben, maar dat de religieuze politie die zich onledig houdt met het zwepen van vrouwen zonder hoofddoek spectaculair is uitgedijd.

Ik heb ook geen duit gegeven voor de slachtoffers van de aardbeving in Pakistan (net als vele andere Nederlanders die nog wel hun portemonnee hadden getrokken bij de tsunami). Dat is maar goed ook, want de donorgelden zijn voor een groot deel ingepikt door radicaal islamitische organisaties die er mooi weer mee spelen bij de slachtoffers, uiteraard zonder te vermelden waar hun fondsen vandaan komen. Vele landen hebben de bedragen die ze hadden toegezegd voor de wederopbouw van het verwoeste gebied nog niet volledig betaald, maar alleen van de steenrijke Verenigde Arabische Emiraten (een van de weinige islamitische donoren) is nog geen rooie dinar ontvangen.

Islamitische landen hebben namelijk geen boodschap aan naastenliefde. Ze doen niet aan ontwikkelingshulp, ook al zwemmen ze in de olie. Als ze al met pecunia over de brug komen, is dat louter om te chanteren, om te kopen, of het geloof te verbreiden. [Saoedi-Arabië geeft jaarlijks tientallen miljoenen uit aan het bevorderen van de Wahhabitische opvatting van de islam, die streeft naar 7e-eeuwse puurheid.] Moslims houden overigens staande dat ook hun geloof de naastenliefde hoog in het vaandel heeft. Ze betalen namelijk zakat (een bescheiden belasting die bestemd is voor de ondersteuning van de armen) en ze delen het vlees uit dat is overgebleven van het offerfeest. Beide vormen van islamitisch mededogen zetten weinig zoden aan de dijk. Dergelijke hulp is bovendien uitsluitend bestemd voor moslims uit de naaste omgeving.

Moslims zijn allesbehalve dankbaar voor de hulp die zij ontvangen van ongelovigen. Zij achten zich moreel superieur aan hen, maar tegelijkertijd erkennen zij dat een gever moreel superieur is aan een ontvanger. Dit is een dilemma dat wordt opgelost door: (1) hulp van ongelovigen te beschouwen als een tribuut (jizya) dat hen rechtens toekomt, (2) te pretenderen dat de hulp van hun moslimbroeders afkomstig is, of (3) de hulp te beschouwen als een vorm van financieel imperialisme. De ondankbare moslimhonden bijten niet alleen de hand die hen voedt, ze proberen hem eraf te scheuren.

Het fraaiste voorbeeld van islamitische ondankbaarheid vormen de Palestijnen. Die worden sinds mensenheugenis door het Westen ten kostte van honderden miljoenen per jaar in leven gehouden. Minstens de helft van de Palestijnen is werkloos en de rest is merendeels in dienst van de regering, die met westers geld wordt gestut. Ze kunnen zich niettemin allemaal een stuk of tien kinderen permitteren. De gulle gevers die dit mogelijk maken worden er geen jota minder om gehaat. De terroristische organisatie Hamas heeft zijn aanhang voor een groot deel verworven door armoedzaaiers in de watten te leggen, gesubsidieerd door onruststokende Arabische buurlanden. De Hamas-regering wordt sinds zijn aantreden 'geboycot' door het Westen, maar er is nog geen enkele hongerende Palestijn in de straten van Gaza gesignaleerd, de milities dragen er geen mitrailleur minder om en het regent nog steeds dure raketten op Israël. Tot zover de 'humanitaire ramp' die zich daar volgens Palestijnenminnaars aan het voltrekken is. De les is duidelijk: als het Westen zijn geld in de zak houdt, springen de rijke Arabische landen met tegenzin bij -voor zover het in hun eigen kraam te pas komt uiteraard.

Ontwikkelingshulp is voor 90% volkomen nutteloos. De talloze 'witte olifanten', vetgemeste inheemse dictators en projecten die ineenstorten zodra de helper zijn hielen heeft gelicht getuigen hiervan. Deze hulp dient alleen maar om de ontwikkelingsmaffia aan lucratieve baantjes te helpen en het westerse schuldgevoel af te kopen. Dat schuldgevoel is volkomen misplaatst. Geen enkele andere vroegere overheerser heeft er last van. De Mongolen gaan niet gebukt onder de herinnering aan de verovering en plundering van een groot deel van Azië. De Azteken vragen geen vergiffenis aan de nazaten van de krijgsgevangenen die ze bij tienduizenden aan de goden hebben geofferd. De West-Afrikanen worden niet gekweld door wroeging over de betrokkenheid van hun voorouders bij de slavenhandel. Moslims voelen zich nooit ergens schuldig over en zijn zelfs trots op de slachtpartijen die ze hebben aangericht in christelijke bolwerken als Jeruzalem en Contantinopel.

Het fiasco van de ontwikkelingshulp is echter niet totaal: miljoenen mensen die zonder het voedsel en de medische bijstand van het Westen gecrepeerd zouden zijn blijven in leven en planten zich voort. Dat is geen onverdeelde zegen: de bevolkingsgroei is in vele ontwikkelingslanden zo groot dat de economische groei deze zelfs in de gunstigste omstandigheden niet bij kan houden en de armoede alleen maar toeneemt. [Ik stel kwaliteit boven kwantiteit en ben van mening dat dergelijke hulp alleen gegeven moet worden als deze vergezeld gaat van geboortebeperkende maatregelen.]

Ook de moslimbevolking groeit mede dankzij onze inspanningen exponentieel en dat is een kwalijke zaak. Wij geven miljarden uit om mensen die ons haten, die ons willen onderwerpen en die onze menslievendheid voor zwakheid aanzien in aantal te laten toenemen. Een groot deel van de overtollige moslims wil zich bovendien in Europa vestigen en wij doen niets om dit te verhinderen. Iedereen die een beetje logisch nadenkt, ontkomt niet aan de conclusie dat dit een suïcidale koers is. Er moet dan ook zo spoedig mogelijk een einde komen aan deze onzinnige politiek.

Laat de moslims maar in hun eigen sop gaarkoken. Laat de 'humanitaire ramp' zich maar voltrekken. Laat de moslims elkaar maar afmaken (in Irak, in Afghanistan -deze landen zijn nog niet het leven van één Nederlandse soldaat waard). Laat de moslims hun hand maar ophouden bij hun van geld bulkende geloofsgenoten. Ik denk dat de solidariteit binnen de ummah hen vies zal tegenvallen. Als wij zonodig naastenliefde willen bedrijven, dan moeten wij ons voor de verandering maar eens beperken tot onze eigen 'geloofsgenoten' (waartoe ik alle niet-moslims reken).

Bij christenen zal dit voorstel niet in vruchtbare aarde vallen. Zij volharden in pathetische pogingen hun vijanden met liefde tot inkeer te brengen. De katholieke kerk loopt hierbij voorop. Hoewel geen enkele instantie de abominale toestand van christelijke minderheden in islamitische landen zo goed kent als de katholieke kerk, bekruipt mij soms de vrees dat de kerkelijke leiding het minder erg zou vinden om als dhimmi in een islamitische samenleving te vegeteren, dan om ook maar één moslim een haar te krenken. Vandaar de onophoudelijke oproepen tot dialoog en verdraagzaamheid (die, zoals men dondersgoed weet, uitsluitend van één kant zal komen). Ik verlang soms bijna naar de kruisvaardersmentaliteit van weleer.

Dit artikel is ook te vinden op de website Het Vrije Volk.